|
De jongen die in ‘17’ het verhaal van zijn vader
aanhoorde, krijgt in dit boek zelf een stem.
Jonathan, een jongen van 15 die behoorlijk in de knoop ligt met zichzelf,
vertelt over enkele cruciale weken uit zijn bestaan.
Hij voelt zich een zonderling en slaagt er niet in zich thuis te voelen in
zijn eigen leven. Of zoals hij het zelf zo mooi verwoordt: “Mijn leven zou
nooduitgangen moeten hebben.”
Op school wordt hij voortdurend gepest.
Als hij zijn eerste grote liefde denkt te beleven, wordt hij echter
geconfronteerd met de harde werkelijkheid.
Zijn enige overlevingswijze blijkt een vlucht in een fantasiewereld waarin
‘gerechtigheid overwint’. Een fantasiewereld die bestaat uit helden en
vergeldingsdaden alsof ze uit loeiharde actiefilms geplukt zouden zijn.
Zoals we het reeds gewend
zijn van de rasverteller Per Nilsson kiest hij hier
ook weer voor een originele stijlvorm die het boek spannend en intrigerend
maken.
Hij vertelt het verhaal in drie lijnen die naast en door elkaar lopen maar
die stilistisch netjes van elkaar gescheiden zijn.
° In een eerste lijn, afgedrukt in cursieve letters, richt Jonathan zich
rechtstreeks tot de lezer. Hierin lees je zijn gedachten, zijn twijfels en
zijn pijnen. In deze lijn weet Nilsson het verhaal
te doseren en beetje bij beetje prijs te geven waardoor de spanning netjes
opgedreven wordt naarmate het verhaal vordert.
° In een tweede lijn lees je de gebeurtenissen op school en er rond van
Jonathan en zijn ‘vrienden’. Dit geeft een goed beeld van de harde en
herkenbare wereld waarin Jonathan zich staande moet houden. Met korte
zinnetjes en zonder hoofdletters en/of leestekens laat dit deel zich lezen
als een wilde roetsjbaan vol emotionele kronkels.
° In een derde deel lees je over Jonathans fantasiewereld waarin de
Zonneprins regeert. Dit deel laat zich lezen als een filmscenario waarin
Jonathan zich een overlevingsstrategie bepaalt waarin de realiteit nooit ver
weg is.
Een vlot leesbaar boek dat de herkenbare realiteit
overstijgt en dat voldoende stof tot nadenken nalaat.
Eric Vanthillo
februari 2007
|