NRC Handelsblad, 7 november 2003

Monique Snoeijen

Ken ik u?

Op de eerstehulpafdeling van een ziekenhuis ligt de 17-jarige Jonatan. Naast hem zit zijn vader,

 Goran. Twaalf jaar heeft de vader zijn zoon niet gezien. Nu zit hij hier, omdat het ambulancepersoneel een briefje met zijn telefoonnummer in de broekzak van zijn zoon vond. Terwijl de jongen in comateuze dronkenschap ligt, grijpt de vader de kans om zijn zoon te vertellen over zijn leven, over zijn dromen, zijn liefdes en zijn misstappen.

Per Nilsson (1954) is een bekend Zweeds auteur, 17 is zijn vijfde jeugdboek dat in het Nederlands is vertaald. Zijn vorige boek De geur van Melisse kreeg in 1999 een Zilveren Zoen.

,,Waarom vertel ik dit?'', vraagt de vader in 17 zich af. Want zijn verhaal is niet meer dan ,,een sentimentele brij van herinneringen''. Inderdaad, zijn tekst lijkt af en toe gevallen uit een modern geschiedenisboek, hoofdstuk jaren zeventig. ,,Ik merk dat ik college geef'', zegt hij, ,,sorry''.

Excuses aanvaard. Maar alleen omdat halverwege Stefanie, Jonatans 17-jarige vriendin, de kamer binnenkomt. Haar omgang met de vader is spannend. Ze walgt van zijn `smekende hondeblik', die haar maar al te bekend voorkomt, maar uiteindelijk voelt ze (met de lezer) toch sympathie voor de vader en liggen ze samen op de ziekenhuisvloer met Jonatan tussen hun in. (Is dat normaal, dat je in Zweden op de grond ligt in het ziekenhuis?)

Het wordt pas echt interessant als Jonatans moeder, Gorans ex-vrouw, de ziekenhuiskamer binnenkomt. Zij vertelt haar verhaal aan Stefanie. Dan pas blijkt hoe knap Nilsson de regie voert over zijn verhaal en subtiel speelt met de beeldvorming van de lezer. Aanvankelijk denk je namelijk te maken te hebben met een verbitterde, rancuneuze vrouw, maar gaandeweg haalt zij het beeld van haar ex-man overtuigend overhoop.

In het laatste hoofdstuk is het druk op de ziekenhuiskamer: Jonatan, zijn vriendin Stefanie, zijn moeder, zijn halfzusje, zijn stiefvader en zijn vader. Inmiddels is duidelijk wat Nilsson de lezer heeft willen zeggen: een mens is onmachtig werkelijk tot een ander door te dringen. ,,Je kunt denken dat je een mens kent'', had de moeder gezegd, ,,als je zeventien jaar lang hebt samengeleefd, als je samen een kind hebt, als je sinds je tienertijd samen bent opgegroeid.'' Maar na Gorans vertrek wist zij niet meer ,,hoe dicht bij een ander mens we eigenlijk kunnen komen''. ,,Ik dacht dat ik je kende'', had Stefanie tegen Jonatan gezegd in de nacht voorafgaand aan de ziekenhuisopname, uit haar vriend was ,,een buitenaards wezen te voorschijn gekomen''. Als Jonatan eindelijk zijn ogen opslaat, zegt hij als eerste: ,,Pappa. Hallo, pappa, ben je er nog?'' Hij wil zijn vader leren kennen.

Per Nilsson, 17, Lemniscaat, 13+, 245 blz., EUR14,95

 

Hosted by www.Geocities.ws

1