Schrijver Mulisch, Harry
Titel Twee vrouwen : roman
Jaar van uitgave 1975
Bron NRC Handelsblad
Publicatiedatum 14-11-1975
Recensent Reinjan Mulder
Recensietitel Drie vrouwen en een man
Harry Mulisch heeft weer een roman geschreven. Na een groot aantal boeken die bijna altijd over de oorlog bleken te gaan en na zijn vorige roman De verteller waar niemand behalve Jan Hein Donner goed raad mee wist, heeft hij nu een, op het eerste gezicht, veel toegankelijker roman geschreven waarin bovendien geen soldaat meer voorkomt. Deze roman, Twee vrouwen, is een liefdesroman. Niet de veroveringszuchtige en egoïstische liefde tussen mannen en vrouwen staat centraal en helemaal niet de kortstondige seks, maar wel de liefde die gebaseerd is op iets hogers, de liefde tussen twee vrouwen.
Mulisch zou echter Mulisch niet zijn als hij zonder meer afstand had kunnen doen van zijn oude doorgereden stokpaardjes. Twee vrouwen zit dan ook vol met de bekende diepzinnigheden, raadsels en symboliek. De liefhebbers van psychoanalyse en pseudo-filosofie komen goed aan hun trekken. Mulisch heeft de hoofdpersoon opgezadeld met een kandidaatsexamen in de kunstgeschiedenis, met een vader die professor was en boeken schreef die nog niets aan actualiteit hebben verloren, en met een ex-man die kunstcriticus is. Nergens in de literatuur kom je zo'n ontwikkelde vrouw tegen. De argeloze lezeres die denkt een lekker vlot romannetje gekocht te hebben steekt meteen iets op over kunst, geschiedenis, literatuur, theater, muziek en mythologie, schoonheid en erudite.
De vertelling begint wanner de vrouwelijke hoofdpersoon, Laura, een brood gekocht heeft en aan de overkant van de straat een vrouw ziet staan. Ze steekt de straat over en meteen zitten we in een tweeslachtige beschrijving:
"Nooit eerder had ik zo duidelijk het gevoel, van de ene seconde op de andere, dat ik bezig was met iets dat mijn leven ging veranderen. Ik had nog nooit iets met een vrouw gehad, en op dat moment realiseerde ik me nauwelijks dat ik hard op weg was. Vennoedelijk dacht ik op dat moment nog, dat ik mij liet meeslepen door een of ander platonisch, kunsthistorisch gevoel, afkomstig uit de boeken."
Ze voelt dat alles verandert, ze realiseert zich nauwelijks dat ze verandert en spreekt denigrerend over platonische verhoudingen.
Wat is er zo bijzonder aan de vrouw die ze ziet? Mulisch besteedt er heel wat woorden aan maar duidefijk wordt het niet:
"leder mens bezit een bepaalde curve die overal in zijn lichaam optreedt en die de uitdrukking is van wat hij is (... ) bij haar (...) was het een puntige, van boven afgeplatte ellips, die ik rnij verder alleen herinner van een Egyptische hiëroglyphe ... "
Het meisje, Sylvia, wordt er nog raadselachtiger op, niet mooier. Ze blijkt kapster te zijn in Petten. Als ze mee naar huis is gegaan mompelt Laura bij het sluiten van de gordijnen wat Italiaanse dichtregels die ik half begrijp maar die een kapster uit Petten waarschijnlijk helemaal niet snapt. Ze reageert echter niet.
Voor het eerst van haar leven gaat Laura met een vrouw naar bed. Wat ervaart ze daarbij ? Schuldgevoelens, bevrijding, enthousiasme, spijt dat ze niet eerder op het idee gekomen is? Mulisch laat haar opschrijven:
"Ik bewaar er geen herinnering aan, het ligt daarginds in niijn leven (... ) een blinde vlek ..."
Ik hoef in een liefdesroman niet alti d technische details te lezen, geen hijgerige fragmenten. Ik wil wel weten wat de personen voelen en vinden.
Een tij dj e kunnen de twee vrouwen hun geluk niet op maar dan ontmoeten ze in het theater Laura's ex-man, Alfred de kunstcriticus die een beetje dom is en die, uit jaloezie omdat hij zelf niet schrijven kan, talentvolle kunstenaars atkraakt. Alfred is getrouwd met Karin, de derde vrouw.
Korte tijd later gaat Sylvia, het kapstertje, er met Alfred vandoor. Of omgekeerd. Niemand weet waarom. Alfred vertelt een onsamenhangend verhaal over het bij elkaar horen; Sylvia komt met iets onwaarschijnlijks, ze wilde via Alfred zwanger worden van Laura; Laura zelf weet ook niet waarom, ze schrijft:
"Er was maar één mens die niij dat had kunnen zeggen, maar die was dood."
Nog steeds weet niemand waarom Sylvia met Alfred ging. Vlak voor het einde volgt de ontknoping. Het is interessant om te zien hoe Mulisch zich hier uit redt. Er zijn drie vrouwen in het spel, één van hen is zwanger (of niet, wie zal het zeggen), een ander heeft twee kinderen en de derde, Laura, kan geen kinderen krijgen. Met wie moet die ene man verder leven? Mulisch lost het weinig subtiel op. Eén persoon wordt doodgeschoten, een tweede krijgt een lange gevangenisstraf, een derde gaat voorgoed naar het zuiden. Er blijft één mens over; die kan geen problematische relatie met de rest meer hebben.
Aan de beschrijving van Laura's laatste lotgevallen is te zien dat Mulisch van deze roman een alle -gezindten -boek heeft willen maken. Ze racet naar het zuiden, ziet op de snelweg de dood toeslaan. Even verder ziet ze meer symbolen. Iets klapt om en ze staat stil.
Er komen cypressen in beeld, we zien het nodige zwart, de aarde staat stil, Laura passeert een stadsmuur, een snel stromende rivier. Een lange man, niet oud, wel een grijze baard, leidt haar door een nauwe doorgang langs een afgrond, naar een oude dame in het zwart waar ze zo lang mag blijven als ze wil. Me dunkt een mooi eind voor een verhaal waarin al eerder iets over de onderwereld is gezegd. Is het dan nodig, voor die lezers die alles willen, om Laura ook nog eens uit het raam te laten springen? Je kunt maar één keer dood.
Harry Mulisch heeft bewezen dat hij nog schrijven kan. Twee vrouwen zit vol met knappe overgangen en snel en efficiënt taalgebruik. Daarom is het jammer dat hij niet wat meer moeite heeft gedaan om het boek behoorlijk op te zetten. Het is in één maand, tijdens een verblijf in Italië, geschreven. Dat is te merken. Voor het uitwerken van de personen was geen tijd meer. Door veel aan schilderijen te denken ben je nog geen kandidaat in de kunstgeschiedenis, laat staan een levend mens. Door iemand geen karakter mee te geven maak je er nog geen kapster van.
De zo ingenieus vervlochten relatie tussen Alfred en zijn drie vrouwen had wel wat fatsoenlijker uit elkaar gehaald mogen worden. Nu heeft Mulisch drie van de vier betrokkenen, toen zijn vakantie in Italië over was, voorgoed laten verdwijnen. Dood, dood en in de cel.