Schrijver Mulisch, Harry
Titel Aanslag, De: roman
Jaar van uitgave 1982
Bron HN-Magazine/Hervormd Nederland
Publicatiedatum
16-10-1982Recensent
Recensietitel Wie is schuldig: de bezetter, de verzetsman, de handlanger of de toeschouwer?
Er zijn in Nederland gelukkig nog auteurs die zich met de hedendaagse geschiedenis bezig houden: Louis Ferron, Theun de Vries en zeker ook Harry Mulisch. Zij staan in de geschiedenis, zoeken naar de wortels van bijvoorbeeld het fascisme, projecteren het verleden in het heden. In Duitsland worden soortgelijke schrijvers (Böll, Günter Grass) serieus bij politieke debatten betrokken; in Nederland moet een schrijver een randverschijnsel blijven.
Later, veel later wordt de schrijver bijgezet in het hokje van de belangrijke schrijvers die de loop van de geschiedenis hadden kunnen beïnvloeden. De Max Havelaar van Multatuli is er een goede voorbeeld van. Maar in zijn eigen tijd moet een schrijver een onderhoudend verteller zijn, een meeslepend verhaal schrijven en zich verre houden van het stellen van vragen over ons heden en de toekomst. Dat schrijvers de waarheid kunnen oplichten (een uitspraak van Lucebert), lastig kunnen zijn op z'n tijd, het zal wel waar zijn, maar we schenken er maar geen aandacht aan. Van Agt heeft Toon Hermans ontdekt als grootste levende auteur. Den Uyl zeult nog steeds met Slauerhoff, Terlouw schrijft zelf en Nijpels is al gelukkig met Kuiije.
Fascisme
Met zijn nieuwe roman "De aanslag" sluit Mulisch aan bij zijn studies en romans over het fascisme, het Duitse verleden, de tweede wereldoorlog, zoals Het stenen bruidsbed, De zaak 40/61 (over het Eichmannproces) en De toekomst van gisteren (met het belangrijke hoofdstuk Ontwerp van de fascistische tegentoekomst). Meer dan ooit heeft Mulisch in zijn roman de schuldvraag gesteld: wie is er schuldig aan de gewelddadige dood: de bezetter, de handlanger, de verzetsman, de toeschouwer? In januari 1945, wordt in Haarlem een aanslag gepleegd op een gehate handlanger van de bezetter. Het lijk wordt door een buunnan en zijn dochter snel versleept naar de deur van de hoofdfiguur, Anton Steenwijk. De Duitsers treffen represaillemaatregelen: het ouderlijk huis van Anton wordt in brand geschoten, zijn vader en moeder worden omgebracht en zijn broer Peter, die was gevlucht met het pistool van de handlanger wordt terechtgesteld. Anton wordt afgevoerd naar een donkere cel, waar hij contact heeft met de vrouw die bij de aanslag betrokken was en die even de herinnering oproept aan Hannie Schaft, de vrouw die zo goed is beschreven in Het meisje met het rode haar van Theun de Vries.
De periode na de oorlog beschrijft Mulisch in vier episoden: 1952 (de koude oorlog; Korea),
1956 (de koude oorlog; Hongarije), 1966 (provo) en 1981 (IKV, vredesmars). Anton Steenwijk
studeert medicijnen, wordt anesthesist, trouwt. Fhj ontloopt het verleden, maar het verleden haalt hem voortdurend in. Stukje bij beetje wordt zijn verleden gereconstrueerd en wordt de schuldvraag scherper gesteld. Wie was er schuldig aan de dood van zijn familie ? Bij de begrafenis van een voormalige verzetsheld wordt hij geconfronteerd met de geest van het verzet, met H.M. van Randwijk, maar ook met de oranjeklanten die provohaters zijn geworden en het Vietnamese Bevrijdingsfront met de nazi's vergelijken. Anton, die twaalf jaar was en een boek zat te lezen toen de aanslag werd gepleegd, raakt betrokken bij de excuses voor de liquidatie van zijn familie. Dat de liquidatie niet was voorzien is meer gehoord vanuit verzetskringen (zie bijvoorbeeld de aanslag die leidde tot het wegvoeren van de mannen van Putten). Later, tijdens de grote vredesdemonstratie in Amsterdam, ontmoet Anton het meisje dat met haar vader het lijk had versleept.
Waarom werd het juist voor de deur van de familie Steenwijk neergelegd? Het antwoord op die vraag wordt pas op de allerlaatste bladzijden gegeven. Omdat een goede roman (of die nu van Vestdijk, Grahain Greene of Mulisch is) meestal een spannende verhaallijn heeft, een thrillerelement dat de voortgang van het verhaal stuwt, zou het antwoord op de laatste vraag het onthullen van dit element betekenen en dat laat ik op gepaste wijze na.
Zolang er nog wordt gesproken en geschreven over de tweede wereldoorlog, is de kans op een derde minder groot dan wanneer de opkomst en de ondergang van het Derde Rijk volledig zijn vergeten. Maar Steenwijk merkt dat hij bij een jongere generatie (zijn kinderen) moeite heeft om zijn verhaal te vertellen. Toch zet hij door en met hem Mulisch, ook zonder voetnoten - wie van de jongere generaties weet dat het blad Signaal een rijk geïllustreerd blad was dat bijna vijf jaargangen jubelde over het Duitse bloed en de Duitse helden. En wie van hen herkent de citaten van Van Randwijk? De kritiek die in deze vragen verborgen zou kunnen zitten, valt weg, omdat "De aanslag" vooral een roman is over een kind dat opgroeit en in zijn groei te maken heeft met een verschrikkelijk verleden, dat zich uitstrekt naar het heden: moord uit idealisme op een man die moordde uit zijn idealisme. Dit thema gaat verder dan een historische reconstructie van een aanslag. Het is het verhaal van elke dag. Mulisch (De toekomst van gisteren) heeft zijn roman chronologisch opgebouwd. Het is een bijna traditioneel verteld verhaal. Maar in elk hoofdstuk schuiven tijden over elkaar heen. In de episode 1945 wordt al vooruitgelopen op 198 1. Het is de al in kaart gebrachte toekoms@ omdat 1981 voor ons al verleden is. De verdere toekomst bestaat niet, aldus Mulisch. "Er is niets in de toekomst zij is leeg, het volgende moment kan men sterven, zodat zo iemand dus met zijn gezicht naar het niets gekeerd staat, terwijl nu juist achter hem iets te zien is: het verleden, zoals bewaard in het geheugen. Als daarom de Grieken over de toekomst spreken, zeggen zij: wat hebben wij niet allemaal nog achter ons? En in die zin was Anton Steenwijk een Griek. Ook hij stond met zijn rug naar de toekomst en met zijn gezicht naar het verleden. Als hij nadacht over de tijd, zoals hij soms deed, zag hij de gebeurtenissen niet uit de toekomst komen en via het heden naar het verleden gaan, maar uit het verleden ontwikkelden zij zich in het heden, op weg naar een ongewisse toekomst."
Verbanden
Dit filosoferen over de tijd is een specialisme van Mulisch, dat in deze roman tot in de kleinste details is uitgewerkt. Ook legt hij op bijna sluipende wijze verbanden tussen handelingen. Als Anton Steenwijk op bladzijde 90 de plaats van de aanslag bezoekt, krijgt hij de neiging de plek waarop het slachtoffer eens lag aan te raken. Mulisch schrijft dan:
"En dat beviel hem niet".
Toegeven aan deze neiging zou namelijk kunnen betekenen: bij het slachtoffer willen horen,
want op bladzijde 2 1 0 wordt beschreven hoe graag Anton zijn handen legt op de ruwe muur van
zijn vakantichuis in Toscane
".... met het gevoel dat hij dan de hele aarde vasthield in zijn kamer".
Er zijn meer van zulke verbanden in de roman te leggen. Ze maken het boek tot een heel bijzondere, hechte constructie, waarin elke regel met een andere te maken heeft. Een geslaagde roman, op het niveau van Het stenen bruidsbed.