Erwin Mortier
Marcel
door Johan Diepstraten
Het liefst had grootmoeder Andrea Ornelis een kerkhof in haar achtertuin gehad zodat ze de stenen van al haar familieleden van dag tot dag met een schuurspons kon schoonmaken. Nu moet ze het doen met een vitrinekast vol foto's van tantes, verre neven, kozijns en nichten die iedere week een stofbeurt krijgen. �Viermaal per maand was het altijd weer Allerzielen in huis,' schrijft Erwin Mortier in zijn debuutroman Marcel en je ziet het voor je: een oude dame die helemaal door het verleden is ingehaald. Haar woonkamer is een rouwkapel geworden.

Al na een paar pagina's is duidelijk dat het debuut van Mortier een typisch Vlaams boek is over de broeierige sfeer in een dorp. De roman opent met een aaneenschakeling van metaforen: �Het huis leek op alle andere in de straat: ietwat scheefgezakt na twee eeuwen bewoning, stormwind en oorlog. Boven de haag liep een kromme ruggengraat van pannen tussen twee schouwen. De ramen zaten min of meer beschonken in de gevels en naast de deurpost hingen een paar klompen beplant met petunia's. De kelder bewaarde, de zolder vergat.' Dan weet de lezer het al: over de geheimen van vroeger gaan de romanpersonages niet praten, maar het dagelijkse leven wordt wel daardoor bepaald.

Tussen de wijnglazen en het koffieservies heeft de grootmoeder haar eigen hiernamaals gecre� erd met een hel, een paradijs en een vagevuur. Een enkele zalige mag vlak bij het Mariabeeld staan, maar verder kan niemand zich beroepen op een vaste positie. �Postume promotie was niet uitgesloten, degradatie viel vaker voor.' Maar hoe zit het dan met Marcel, de jongste broer van de grootmoeder naar wie de roman is genoemd? Het duurt lang voordat Erwin Mortier iets over hem onthult.

�Die jongen,' zegt iemand, �ligt daar nu al zolang alleen. Hij heeft ons gered van het bolsjewis me.' De kleine vissen zijn altijd het slachtoffer, klinkt het twintig pagina's later. �Rechtvaardig is anders, maar wat kan een mens eraan doen?' vraagt de grootmoeder zich halverwege de roman af. Pas tegen het einde wordt duidelijk dat Marcel, op 24-jarige leeftijd, is gestorven aan het oostfront. Hij is de Vlaamse nationalist die als Kameraad SS Grenadier Marcel Ornelis in 1943 in Milowitz verzeilde. Omdat hij weigerde de eed van trouw af te leggen aan Hitler, gold hij als politiek onbetrouwbaar. Hij streed �voor ons Vlaanderen, niet voor de Snor'. Als kanonnenvoer is hij naar Rusland gestuurd.

De achterblijvers leven nog steeds vol wrok. �Ze hebben ons genoeg gekloot,' herinnert grootmoeder Andrea zich. Ze geeft af op de nieuw Vlaamse helden van het laatste moment toen de Duitsers waren gevlucht en vindt in de stoffenleverancier voor haar naaiatelier, de oude Maurice Beernaerts, een bondgenoot. Met een bel cognac in de hand -'het giet goed naar binnen'- reageert hij zich af. �De zaak staat verdomme nog altijd op naam van mijn broer. Ik heb genoeg geboet,' waarop de grootmoeder ten slotte voor zich uit murmelt: �Ja, Maurice, ja, terugkeren zullen ze niet.'

In deze �verdoken treurnis' situeert Erwin Mortier zijn roman. In onderwerpskeuze, maar vooral in de stijl lijkt Marcel precies te passen in het kleine oeuvre van Erik Vlaminck die werkt aan de romancyclus over �gewone' mensen in Vlaanderen die eveneens achtervolgd worden door hun verleden. Een aantal van hen collaboreerde met de Duitsers. Alphons Huybrechts (in Wolven huilen, 1993) emigreerde zelfs naar Canada en leefde voortdurend in angst dat de Vlaamse gendarmerie hem ooit zou weten te vinden.

De grootmoeder in Marcel heeft een andere manier gevonden om te overleven. Ze heeft geleerd om te zwijgen. De zaken in het naaiatelier gaan voor en er moet nu eenmaal brood op de plank komen. Maar in haar hart is ze nog steeds trots op haar jongste broer die niet zomaar stierf aan het front, nee, hij was �den heldendood gestorven'. Hij had veel in zijn mars, wellicht had hij het Vlaamse volk kunnen stuwen.

De roman wordt verteld vanuit het perspectief van de kleinzoon van de grootmoeder die in uiterlijk op Marcel lijkt. Andrea hoopt dat haar kleinzoon later de plaats van haar broer in neemt, maar hij blijft in de rol van toeschouwer. Hij realiseert zich nauwelijks welke verborgen geschiedenis het leven van zijn familie domineert. Als kind ziet hij het aan en als kind reageert hij.

Een mooi voorbeeld: op zolder had de kleinzoon een brief gevonden van Marcel die hij vol trots aan zijn juffrouw laat zien. Op de postzegel staat een adelaar, maar voor de jongen is het een dikke spin. Als de juf hem vertelt dat het een swastika is, bedenkt de kleinzoon: �Dat beest kende ik niet. Misschien leefden swastika's alleen in de bergen.' De lezer begrijpt maar al te goed wat de betekenis is van de dialogen en de handelingen. Het is het veelbeproefde proc�d� om de spanningsboog aan te brengen.

Veel gebeurt er overigens niet in de roman, maar iedere sc�ne staat mooi in het teken van het belangrijkste thema: de verontwaardiging over wat de familie ooit is aangedaan. In korte fragmenten beschrijft Erwin Mortier de jeugdherinneringen aan zijn grootmoeder, de logeer partijtjes, de klanten in het atelier en de uitstapjes naar de familie.

Ook daarin volgt Erwin Mortier zijn evenknie Erik Vlaminck. Wie Marcel leest, krijgt het zoveelste beeld van de �kleine luyden' in het Vlaanderen van vooral de jaren zestig. Mortier schrijft beeldend, soms zelfs betoverend trefzeker. De grootmoeder met haar hulpje Stella bijvoorbeeld die een klant �behoedzaam omsingelden, als roofkatten met een staart van wappe rend meetlint'. De roman bevat een aaneenschakeling van dit soort metaforen. Mortier moet het niet hebben van het vertelde verhaal -dat is overbekend- maar van de stijl. Het is een zeldzaam goed debuut.

Erwin Mortier: �Marcel'. Uitgeverij Meulenhoff. 144 blz. Prijs: 29,90.


Hosted by www.Geocities.ws

1