Mörings meesterproef
Marcel Möring: In Babylon. Meulenhoff
Het nieuwste werk van Marcel Möring is zonder twijfel een meesterwerk.
In Babylon is een ontzettend dikke turf, waarin Möring op een
geestige manier een tragische familiegeschiedenis op papier heeft gezet.
Het boek kent filosofische passages, het heeft een historische laag, maar
bovenal een persoonlijk getint godsdienstbesef. Dit klinkt al weer zwaarder
dan het is, want In Babylon is vooral een mooi verhalenboek. De
sprookjesschrijver Nathan Hollander zit samen met zijn nichtje, die tevens
zijn eindredacteur is, vastgesneeuwd in een oud landhuis van de familie.
Dat huis heeft hij als erfenis gekregen van zijn excentrieke oom, op voorwaarde
dat hij diens biografie zou schrijven. Die biografie is een historie van
de hele fadilie geworden. Aan zijn nicht leest hij het verhaal voor.
Maar tussen het verhaal over de familie speelt het verhaal in het landhuis
een rol. Daar komen de geesten van overleden overgrootvaders langs om hun
verhalen te vertellen. En naast die verhalen worden sprookjes verteld.
In Babylon bestaat dus uit verhalen die om elkaar heenzwermen en
elkaar betekenis geven. Het motto van het boek -Trees have roots. Jews
have legs.- lijkt op te gaan voor de hele familie die eeuwen geleden opgejaagd
werden vanuit Polen en na veel omzwervingen aankomen in Rotterdam. Voor
de Tweede Wereldoorlog trekt de vader van Nathan verder naar Amerika, alwaar
hij meewerkt aan de eerste atoombom. De grote trek naar het Westen om de
pogroms en de barbarij te weerstaan. Het lot van de Hollanders is dan ook
dat zij zich nooit thuis zullen voelen op een bepaalde plek. Israël
is voor Nathan uiteindelijk ook geen plek om te blijven.
De meest komische passages slaan op de geniale en mysterieuze broer
van Nathan, Zeno. Hij laat pas zien dat hij kan lezen en praten op het
moment dat hij hele zinnen uit kan spreken. Daarna wordt langzaam duidelijk
dat hij een genie is. Als jonge man ontpopt hij zich als een ware messias
met een schare volgelingen achter zich tot hij op een zekere dag verdwijnt.
Behalve als een komisch relaas op goeroeachtige figuren kun je deze passages
ook zien als een aanval op het christelijke messiasgeloof. Als Nathan
en zijn nichtje zich een weg door het huis moeten banen, iemand heeft alle
meubelen in het gangpad gestort en in elke kamer op de bovenloop een gruwelijke
verrassing klaarstaan, denkt bij meteen aan zijn broer Zeno. Tot het eind
blijft het spannend om erachter te komen of Zeno zich op de een of andere
manier heeft verstopt op de zolder. Maar Zeno wordt niet gevonden.
In Babylon geeft veel uren ouderwets leesplezier en als je het
uit hebt wil je eigenlijk het vervolg erop lezen. Die roman zou 'Het boek
van Zeno' moeten heten en zou al je ideeën over geloof, historie en
liefde opnieuw moeten opschudden. Intussen geven we de Librisprijs van
volgend jaar alvast aan Möring.
Coen Peppelenbos