Het is het oude probleem van de verhouding tussen vorm en inhoud, zien en denken. Genieten we van een boek omdat het in een mooie stijl is geschreven, of telt alleen de inhoud? Of gaat het om een combinatie van beide? En hoe zit het met de muziek? Kunnen we de Matthäus Passion als een briljant muziekstuk op zich beschouwen, of heeft zij alleen als kerkmuziek betekenis? En, belangrijker nog: valt er over kunst te praten?
In Kreutzersonate, de nieuwe roman van Margriet de Moor, wordt op verschillende manieren een antwoord op deze vragen gezocht. Het verhaal is opgebouwd rond de Kreutzersonate van de Tsjechische componist Leos Janácek. Janácek baseerde zijn sonate op de gelijknamige novelle van Leo Tolstoj. In die novelle spelen een man en een vrouw de sonate die Ludwig van Beethoven ooit voor de Franse violist en componist Rudolphe Kreutzer schreef. Al spelend raken ze op elkaar verliefd, waardoor de echtgenoot van de vrouw zo jaloers wordt dat hij haar vermoordt. Janáceks kunstwerk vertelt dus een verhaal. De vraag is hoe belangrijk dat verhaal voor de muziek is.
De twee hoofdpersonen uit Kreutzersonate, een jonge musicoloog en een blinde muziekcriticus, raken over die vraag bijna slaags. De mannen reizen samen naar een muziekfestival in Bordeaux, waar Janáceks sonate zal worden uitgevoerd. De musicoloog, de 'ik' die het verhaal een paar jaar later vertelt, concentreert zich op de inhoud van de sonate. Hij vat die kort samen: 'Verliefdheid van een vrouw. Jaloezie van haar man. Medelijden van de componist.' Marius van Vlooten, de criticus, moet erom lachen. 'Zo. En dat hebt u allemaal in de partituur zien staan?'
De musicoloog herinnert Van Vlooten aan een brief waarin Janácek vertelt dat hij bij het componeren aan de arme vermoorde vrouw uit het verhaal van Tolstoj heeft gedacht. 'Ja, ja', antwoordt Van Vlooten sarcastisch. 'En zij, de muziek, brengt mij dan plotseling in de geestesgesteldheid waarin de componist zich heeft bevonden. . .'
Daarmee eindigt de discussie over vorm en inhoud in de muziek. Tenminste, in het gesprek tussen de ik en Van Vlooten. In het boek gaat ze door, kunstig verweven met allerlei gebeurtenissen. Van Vlooten raakt verliefd op Suzanna Flier, violiste in het kwartet dat in Bordeaux de Kreutzersonate speelt. Ze trouwen en zijn gelukkig, tot Van Vlooten zich inbeeldt dat zijn vrouw een verhouding met de altviolist van het kwartet heeft. Hij wordt zo jaloers dat hij haar probeert te vermoorden.
Daarmee lijkt niet alleen Van Vlooten, maar ook De Moor te kiezen voor het verhaal, in plaats van de vorm. Van Vlooten neemt er geen genoegen mee dat het musiceren alleen zijn vrouw gelukkig maakt - hij zoekt naar een achterliggend motief en denkt die in een verliefdheid te vinden. Het verhaal van De Moor is een vervolg op het strijkkwartet van Janácek, dat gebaseerd is op een novelle van Tolstoj, die op zijn beurt door het stuk van Beethoven is geïnspireerd. 'Beethoven is de eroticus, Tolstoj de jaloerse, Janácek de medelijdende, en in mijn boek gaat het om verzoening,' zei ze vorige week in een interview met Arjan Peters in Cicero.
Maar daarmee is slechts de helft gezegd. Als het kwartet van Suzanna Flier in Bordeaux deelneemt aan een masterclass met de altviolist Eugene Lehner, vraagt de ik zich af waarnaar Lehner tijdens de uitvoering heeft gekeken. Veel later vindt hij het antwoord. Hij denkt erover na hoe Janácek zijn Kreutzersonate heeft gecomponeerd. Janácek, fantaseert hij, heeft jarenlang met zijn personages geleefd. Als componist zet hij hun verhaal om in vorm. En dan zegt de ik iets wat raadselachtig klinkt, maar wat zowel de betekenis van Janáceks werk als die van De Moors boek tot uitdrukking brengt: 'Zijn wie je wilt zijn, in opperste concentratie, maar van die ander die je ook bent kom je nooit helemaal los. Kan het de ruimte tussen die twee zijn geweest, het terrein waar het kunstwerk vandaan komt, waar Eugene Lehner toen, in Bordeaux, naar heeft zitten kijken?' Het antwoord op die vraag is niet in het boek te vinden. Het boek ís het antwoord.
De Moor is een groot stilist. Al haar verhalen en romans hebben een onmiskenbare, eigen stem. Ze jongleert met tijden en gezichtspunten; ze goochelt met werkelijkheid en mogelijkheid. Maar nooit gaat dat ten koste van de inhoud van haar verhalen.
Ook het omgekeerde is waar. Kreutzersonate heeft een duidelijk motief: het gaat om liefde en jaloezie. Maar de inhoud dringt zich niet op. Ze ontstaat - ja, misschien ontstaat ze wel precies in die ruimte waar vorm en inhoud elkaar ontmoeten, of beter, waar ze elkaar laten ontstaan. De vorm van De Moors boeken wordt voor een groot deel door de inhoud bepaald: de grilligheid van de liefdesgeschiedenis weerspiegelt zich in de flashbacks, herinneringen en vooruitblikken. De vele betekenissen lijken op het eerste gezicht achter de stijl schuil te gaan, maar ze liggen erin klaar om ontdekt te worden.
Zo ontstaat een staketsel van verwijzingen. In de geplande moord openbaart zich een omgekeerd Orpheus-motief: de blinde Van Vlooten kan het gezelschap van zijn vrouw niet langer verdragen - niet langer zien, zou je kunnen zeggen - en probeert haar van een gebouw te duwen. Vervolgens ontdek je verwijzingen naar de samenhang tussen literatuur en muziek. De vraag hoe een schilderij met woorden te duiden, duikt in de vertelling op. Het onderwerp komt ook in de gesprekken tussen Van Vlooten en de ik telkens terug.
De blindheid van Van Vlooten blijkt een symbool voor de discussie over inhoud en vorm in de muziek: als blinde wordt Van Vlooten minder door indrukken van buiten afgeleid dan iemand die kan zien. Ten slotte staat de roman zo vol met opmerkingen die stof voor debat leveren - 'criticus is pleiter zijn' is daar een van - dat je aan het eind automatisch naar het begin terugkeert om de volledige betekenis van dit boek te ontdekken.
Dat wil niet zeggen dat je daarin zult slagen. Bovendien lukt het De Moor niet altijd om die betekenis vanuit het verhaal te laten ontstaan. Een gesprek van twee Amerikaanse vrouwen over hun verhoudingen met mannen heeft duidelijk een morele ondertoon. Doordat die moraal op het verhaal is geplakt, klinkt de conversatie onecht en zelfs tamelijk potsierlijk.
Toch maakt het lezen en herlezen van dit boek een ding duidelijk: dit nu is significant form. In Kreutzersonate komt de inhoud door de vorm tot leven, en krijgt de vorm dankzij de inhoud betekenis.
Margriet de Moor: Kreutzersonate
Contact; 141 pagina's; fl 29,90.
ISBN 90 254 6391 6.