|
Joris Moens Een beest met twee lichamen |
||
Pooier, pimp, kankerhond, gore rukeend, raspoot, luldebehanger, fuckface. We zijn weer thuis in de wereld van Joris Moens, die in zijn derde roman Een beest met twee lichamen op deze manier de twee hoofdpersonen met elkaar laat praten. Vrouwen worden uitgemaakt voor befteckels en buitenlanders zijn troetelturken, spijtjoden of excuusnegers. Dat is het jargon van de maatschappelijk geslaagde yuppen die in deze roman worden geportretteerd.In zijn debuutroman Bor (1993) figureerde een zestienjarig ettertje uit Amsterdam-West, in Zondagskind (1995) een gesjeesde medicijnen-student die allebei maling aan alles hebben en een boek vol mogen vullen met geraaskal en gekanker. In Een beest met twee lichamen is het ook weer prijs. De pas afgestudeerde psycholoog Daan Geurts en zijn vriend Gus Winkelman gaan op dezelfde manier te keer tegen hun omgeving, maar blijken aan het einde van de roman dezelfde tragische figuren te zijn als hun twee voorgangers. De schrijver en huisarts Joris Moens is de beste representant van de jonge generatie schrijvers van de jaren negentig: hij is in ieder geval komischer dan Grunberg, Giphart en Brusselmans samen. De intriges van de drie romans van Moens zitten stevig in elkaar en hij heeft oog voor de karakterontwikkeling van zijn personages. Ongelooflijke asociale types zijn het, die met veel poeha de schijn weten op te houden. �Zoek een vrouw van tachtig kilo en een IQ ver daaronder, maak een paar koters en wordt de sul die je bent,' luidde het advies aan de hoofdpersoon van Zondagskind. Gus Winkelman in Een beest met twee lichamen heef het gedaan, hij is getrouwd met Selma. Aan het begin van de roman moet hij aan zijn jeugdvriend Daan bekennen dat het nu eindelijk zover is. �Ik ben een zak. Punt. Niet eens en klootzak, nee, de grandeur van de slechtheid moet ik me ook nog eens ontzeggen. Ik ben erger dan een schoft, ik ben een lul.' Hij is net vader geworden van Klaartje en �moeheid is de grondkleur van het leven'. Voor Selma tien anderen, maar voor kinderen gaat dat niet op. �Mensen willen kinderen. Daarnaast willen ze blijven werken, fulltime. Zulke figuren willen geen kinderen, ze willen een goudvis. Een opdraaipop. Ik kan �r natuurlijk fulltime op een cr�che doen. Is dat een manier op met je dierbaarste bezit om te springen?' Dat klinkt nog alleszins redelijk, maar de jonge vader heeft het ook zwaar met zijn verplichtingen: �De moordlust boven de wieg in de gillende nacht... Je moordlust... Dat moet je meemaken.' Joris Moens heeft er alles aan gedaan om zijn hoofdpersonen zo onsympathiek mogelijk te maken. Hetzelfde proc�d� paste hij toe in Bor en Zondagskind. Bor slaat Mormonen in elkaar en de arts-in-opleiding kun je ook maar beter niet aan je bed krijgen. Gus Winkelman is de jongen op de achterste bank in de klas, de eenling die gemakshalve voor geniaal wordt versle ten. Zijn zus Miranda is het stuk van de school. �Pedofilie, daar heb ik niet zo'n moeite mee, maar incest geeft zo'n gedoe. De nasleep, he? Zit je de komende dertig, veertig jaar elke kerst tegen zo'n sip, verongelijkt smoel aan te kijken. Dan smaakt de kalkoen een stuk minder, denk ik.' Na zo'n honderd pagina's ken je dat studentikoze gebral wel. Maar iets wringt er. Het duurt even voordat Joris Moens laat doorschemeren dat er zich een groot drama heeft afgespeeld in het leven van Gus Winkelman wat zijn uiterlijke vertoon legitimeert. De even brallerige psycholoog Daan Geurts onderzoekt in het Pieter Baan Cen trum een jongen die jaren geleden is veroordeeld voor een geruchtmakende moord op de studente Eefje Limbach in Kampen. Steeds meer begint Daan te vermoeden dat zijn boezem vriend iets met haar te maken heeft gehad. Maar iedere toespeling op de periode dat Gus aan de School voor Journalistiek in Kampen studeerde, wordt vijandig ontweken. Een beest met twee lichamen bestaat uit drie delen met de veelzeggende titels : Amsterdam, degeur van ozon, het grote middenstuk Kampen/New York, de kleur van onvrede, en het afslui tende deel Amsterdam, de smaak van ijzer. Na het lezen van het eerste deel wil de lezer niets meer met de romanpersonages te maken hebben. Tijdens het hilarische tweede deel wordt de tragiek van de vriendschap pas echt duidelijk. In het derde deel werkt Joris Moens toe naar een apotheose waarin er van het heldhaftige gedrag van Gus Winkelman en Daan Geurts niets meer overblijft: �Zeg nou zelf, Daan. Dit is toch geen leven,' luidt ��n van de laatste zinnen. Daarmee is het vooral een roman geworden over de relatie tussen de twee boezemvrienden, volgens de achterflap over �het wezen en verval van vriendschap'. Daan realiseert zich dat het wel logisch is dat hij zich vastklampt aan Gus. Een vriend opgeven is een beetje doodgaan, want een deel van het gezamenlijke verleden laat je daarmee los. �En een herinnering die je met niemand deelt, is een dode herinnering.' Naarmate de roman vordert, groeien ze uit elkaar. De dierbaarste vriend die Daan had, blijkt een absolute vreemde te zijn geweest. Het is de mooiste uitgewerkte verhaallijn van de roman. Knap ook is de manier waarop Joris Moens de vriendschap verweeft met het thrillerachtige element. De pati�nt met wie hij te maken heeft als forensisch psycholoog zou wel eens on schuldig kunnen zijn, dus met Daan Geurts zoekt de lezer naar de mogelijk andere verdachten in de studentenwereld in Kampen. Het kan haast geen toeval zijn dat Gus pal na de moord op Eefje Limbach naar New York vertrekt en zijn intrek neemt bij Daan die stage loopt op de psychiatrische afdeling van het Bellevue Hospital Center. Maar bovenal is Een beest met twee lichamen een zedenroman die in tijd naadloos aansluit op de twee vorige. De scholieren-, studenten- en yuppenwereld heeft Joris Moens met zijn drie romans in kaart gebracht, althans de misbaksels van die generatie. Het zuipen, versieren en afgeven op de medemens kennen we onderhand wel van de Giphartjes en de Grunbergen, maar hij overtreft hen met het enige middel dat hij heeft: hij schrijft gewoon beter. Joris Moens: Een beest met twee lichamen. Uitgeverij Contact. 300 blz. Prijs: 34,90.
|
||
|
|
||