| Schrijver |
Abdolah, Kader |
| Titel |
Mirza |
| Jaar van uitgave |
1998 |
| Bron |
Noordhollands Dagblad |
| Publicatiedatum |
17-04-1998 |
| Recensent |
Nico de Boer |
| Recensietitel |
Zachte woorden van een buitenstaander |
De Iraans-Nederlandse schrijver Kader Abdolah (1954) voerde
vorige maand een heftige discussie met VVD-leider Frits Bolkenstein over het
vluchtelingenbeleid. Het was een nogal eenzijdig debat. Het schoot zijn doel
volledig voorbij. Terwijl Abdolah almaar geemotioneerder en geagiteerder zijn
gal spuide, reageerde Bolkestein steeds stoïcijnser. In al zijn opwinding
overtrad Abdolah zijn eigen regel: praat zachtjes met je tegenstander. Wind je
niet op. Met 'zachte woorden' bereik je meer dan met koppige drift. Met 'zachte
woorden' schrijft Kader Abdolah nu al geruime tijd onder de titel Mirza -
Perzisch voor chroniqueur - wekelijks zijn column in de Volkskrant. Het zijn
stukjes, korte verhalen eigenlijk, in een heldere en bloemrijke stijl, die veel
lezers aanspreken. Deels heeft dit te maken met de verfrissende kijk op
Nederland, op zijn cultuur, gewoonten en inwoners, waarmee buitenstaander
Abdolah ons een spiegel voorhoudt. Een zeker exotisme zal daar niet vreemd aan
zijn. Abdolah dwingt bewondering af met een mooie formulering of weet te
ontroeren met een anekdote. Hij put rijkelijk uit zijn herinneringen en verweeft
die met zijn ervaringen in zijn tweede vaderland. Zijn scherpzinnige observaties
en poëtische schrijfsels vormen hoe dan ook een aangenaam rustpunt temidden van
het dagelijkse nieuws. Onthechting Nu ze in een boek zijn gebundeld valt die
kracht enigszins weg. Toch blijven de meeste stukken door de variatie aan
onderwerpen en de poëtische, dwingende stijl redelijk overeind. Abdolah schrijft
met schijnbaar achteloos gemak zowel over zijn moeizame relatie tot Nederland en
zijn onthechting als over de Nederlandse en Perzische taal en (klassieke)
literatuur ('in de Hollandse poëzie voel ik mij thuis'). Hij schrijft zowel over
de kleine dingen die hem hier opvallen en waarvoor wij nog nauwelijks oog
hebben, als over zijn land van herkomst. Hij schrijft net zo gemakkelijk over de
Eurotop, over voetbal en boodschappen doen als over de vervolging van
schrijvers. In het verhaal Aan Salman Rushdie verbindt hij de fatwa die over de
schrijver van de Duivelsverzen is uitgevaardigd met andere vervolgde schrijvers
uit zijn vaderland: 'Als Pers schaam ik me diep', schrijft hij. 'Een schrijver
ter dood veroordelen omwille van een boek? Je bent niet de enige die een
doodvonnis gekregen heeft van een Perzische dictator. De geschiedenis van onze
literatuur is daadwerkelijk de geschiedenis van de vermoorde schrijvers. De
geschiedenis van de schrijvers die hun huis en haard hebben moeten verlaten.'
Zo'n schrijver is ook Kader Abdolah, pseudoniem voor Hossein Sadjadi
Ghaemmaghami Farahani, die als eerbetoon de naam van zijn vermoorde Koerdische
vriend aannam. Tien jaar geleden ontvluchtte Abdolah Iran om in de Verenigde
Staten een nieuw schrijversbestaan op te bouwen. In Iran waren van Abdolah, telg
van een vooraanstaand Perzisch geslacht van politici en schrijvers en van huis
uit natuurkundige, eerder twee boeken verschenen, én verboden. Hij strandde
echter in Nederland. Hier leerde hij als een bezetene de taal, vooral dankzij
Jip en Janneke van Annie M.G. Schmidt, en begon in het Nederlands te schrijven.
Voor zijn verhalenbundel De adelaars uit 1993 over zijn ervaringen in
grenshospita en opvangcentra, ontving hij het Gouden Ezelsoor voor het best
verkochte debuut. Twee jaar later volgde De meisjes en de partizanen, en vorig
jaar verscheen De reis van de lege flessen, een roman over de geestelijke
worsteling van een balling. Dat boek liet een onevenwichtige indruk achter,
ondanks de beeldende en krachtige taal. Het leed nogal onder de overdadige
symboliek. Misschien was Abdolah nog niet rijp voor een werk van lange adem. Hij
overtuigt vooralsnog op de korte baan, in zijn Mirzaverhalen, met als
hoogtepunt. Een leeg graf, waarin hij als een beeldhouwer schaaft en hakt tot
hij in de taal op de kern stuit. Een kern van zachte maar welluidende woorden.