Schrijver Minco, Marga
Titel Val, De
Jaar van uitgave 1983
Bron De Groene Amsterdammer
Publicatiedatum 22-06-1983
Recensent
Recensietitel Is 'De val' een klein meesterwerk?
Er zijn schrijvers die hun nationale bekendheid voor het grootste deel te danken hebben aan het feit dat hun boeken zijn doorgedrongen tot de uittrekselverzarnelingen voor n-fiddelbare scholieren. Titels als Een zwerver verliefd, Oeroeg, De Metsiers, Wierook en tranen en Het bittere kruid worden om die reden met de regelmaat van de klok herdrukt. Twee dingen hebben die boekjes met elkaar gemeen: ze zijn probleen-doos toegankelijk voor iedereen en, minstens zo belangrijk, ze zijn flinterdun. Over de kwaliteit is daarmee nog niets gezegd; de leus dat het juist de kunst is met weinig woorden veel te zeggen klinkt verdacht uit de mond van een luierik. De roem van Marga Ifinco is in elk geval stevig gefundeerd in het middelbaar onderwijs. Blijkbaar zo stevig, dat ze het zich kon permitteren zowat een half schrijversleven lezingen te geven (voor scholieren) en niets nieuws te publiceren zonder dat haar reputatie daaronder te lijden had: de onlangs verschenen novelle De val werd onmiddellijk in alle bladen uitgebreid besproken en unaniem geprezen. Wederom had Marga Nfinco een klein meesterwerk geschreven, geraffineerd van struktuur en veelzeggend juist op de plaatsen waar zij weinig zei. En iedereen vond het voor de hand liggen (en dus, merkwaardigerwijs, zinvol) om De Val te vergelijken met De Aanslag van Mulisch. Na al die lof lijkt het me geen kwaad kunnen hier een wat relativerender geluid te laten horen.
Levensavond
De val behandelt de laatste dag uit het leven van een oude vrouw, Frieda Borgstein, die haar levensavond nogal vereenzaamd slijt in een bejaardentehuis. Nadat zij vorige veijaardagen stilletjes voorbij had laten gaan, is zij van plan haar huisgenoten ditmaal -- zij wordt vijfentachtig eens te trakteren. Het wordt haar weliswaar afgeraden met dit slechte weer naar buiten te gaan het heeft flink gevroren en er staat een ijzige wind -- maar zij is niet van haar stuk te brengen, ze zál vandaag de benodigde boodschappen gaan doen. Nu is het echter al gauw duidelijk dat die koppigheid haar fataal zal worden: ze zal in een verw"ngsput vallen, waaraan twee mannen onderhoudswerkzaamheden moeten verrichten. Naar de val in die put wordt konsekwent toegewerkt, beurtelings vanuit de monteurs en vanuit mevrouw Borgstein. Het is dan ook geen verrassing als die gebeurtenis op driekwart van het boek plaats vindt; te vaak heeft Ifinco -- om een oneerbiedige vergelijking te maken -- een close-up van de bananeschil getoond waarover de held tenslotte moet uitglijden.
Dat vind ik een zwak punt. De kracht van het toeval, die (ook blijkens het motto van Saul Bellow) te demonstreren viel, komt door de voorspelbaarheid van de gebeurtenissen niet uit de verf. Ik hou niet zo van dat soort vergelijkingen, maar als ik De Aanslag erbij moest halen zou ik dat doen om erop te wijzen dat Mufisch er in tegenstelling tot Mnco wel in geslaagd is allerlei
toevalligheden op zo'n manier uit de strukturering van de gebeurtenissen te laten voortkomen dat ze ook voor de lezer verrassend zijn en pas achteraf logisch en begrijpelijk, voor zover dat bij die gebeurtenissen überhaupt mogelijk is. Anthony Mertens had het in verband met De Aanslag in deze krant niet ten onrechte over de channe van de zorgvuldig gedoseerde raadsels.
Die charme ontbreekt aan De Val, zoals die aan vroeger werk van Marga Xflnco ontbreekt. Ook in haar beste verhalen zijn witregels al door de kontext te ondubbelzinnig ingevuld, het zijn geen plaatsen waar de lezer zelf -- ontredderd, tastend, fantaserend -- verbanden moet leggen. Ifinco schrijft wel beheerst en met een scherp oog voor emotionerende details, maar ze houdt mij alles wat al te zichtbaar in de hand. Dat is de reden dat haar werk voor geen enkele middelbare scholier een probleem is. Dat van Alberts, om eens iemand te noemen die ook om zijn suggestieve eenvoud wordt geprezen, vindt elke leerling die eraan begint mateloos saai en onleesbaar. Wat mij betreft is dat een bewijs uit het ongerijmde voor het niveauverschil tussen beide auteurs.
Herinneringen
De overeenkomst met De Aanslag ligt louter op het preliteraire niveau van de stof. ook in De Val speelt een gebeurtenis uit de oorlog een belangrijke rol. Via een kennis, Hein Kessels, zou het gezin Borgstein naar Zwitserland vluchten, maar op het moment dat Kessels hen komt halen worden Frieda's man en twee kinderen gearresteerd; zelf ontkomt ze aan deportatie doordat ze toevallig nog even naar boven moest om iets te halen. De manier waarop Frieda Borgstein met die herinneringen leert leven en vooral ook de pogingen die ze doet om de herinnering aan haar man en kinderen levend te houden, behoren tot de sterkste aspekten van het verhaal. Ifinder goed is de manier waarop heden en verleden met elkaar zijn verbonden, beide lagen blijven te zeer een eigen leven leiden.
Ronduit een konstruktiefout bevat het slot van het boek. Na de fatale val gaat het verhaal nog zo'n twintig bladzijden door, een soort appendix waarin Hein Kessels, die na de oorlog nooit meer kontakt met mevrouw Borgstein had durven zoeken, maar die nu als vertegenwoordiger van de provinciale bejaardenzorg een bezoek brengt aan het tehuis, de ware toedracht vertelt van de deportatie van het gezin Borgstein. Kessels blijkt, anders dan Frieda Borgstein altijd had gedacht, geen verrader te zijn geweest. Niet alleen voor haar komt dat verhaal echter te laat, ook voor de lezer is het mosterd na de maaltijd. Het boek zou met de val in de verwarmingsput uit hebben moeten zijn. En dat had gekund als de schrijfster er bijvoorbeeld voor had gezorgd dat mevrouw Borgstein zou hebben geweten, althans vermoed, dat Kessels naar het tehuis kwam en dat zij daarom, om die man te ontvluchten, per se in dat hondeweer de straat op wou; het bestellen van de veijaardagstaartjes zou zij dan als dekmantel hebben kunnen gebruiken voor haar afwezigheid. Literair zou zo'n scenario heel wat winst hebben kunnen opleveren.
Om te beginnen zouden heden en verleden dan direkter en logischer op elkaar aansluiten; de beslissende handeling in het heden zou immers heimelijk worden gemotiveerd door een gebeurtenis uit het verleden, met alle mogelijkheden tot verhullen van dien. Vervolgens zou het de dramatische spanning ten goede zijn gekomen, zeker als de lezer via een kunstgreep te weten was gekomen wat mevrouw Borgstein niet wist, namelijk dat Kessels zijn bezoek aan het bejaardentehuis had willen gebruiken om na al die jaren eindelijk schoon schip te maken. Ten slotte had De Val kunnen worden beëindigd op de enige plaats die daarvoor in aamnerking komt.