Schrijver Minco, Marga

Titel Bittere kruid, Het: een kleine kroniek

Jaar van uitgave 1957

Bron De Groene Amsterdammer

Publicatiedatum 18-05-1957

Recensent C.J. Kelk

Recensietitel Het bittere kruid

Van vrijdag 17 mei af, van Is morgens 1 1 uur tot en met 5 uur's middags zal telkens om het volle uur in de Uitkijktheaters te Amsterdam en Den Haag en het theater't Venster te Rotterdam het verbijsterend filmdocument worden vertoond, dat met geen ander kan worden vergeleken, getiteld Nuit et Brouillard, Nacht en Nevel. Het is samengesteld uit bij S S-ers en Duitse soldaten en in de Gestapo-archieven gevonden opnamen, aangevuld met onn-liddellijk na de oorlog door Fransen van de Vernichtungslager en hun omgeving gemaakte filmbeelden in kleur, zodat de toeschouwer, die 18 jaar moet zijn, in staat is zich een duidelijk beeld te vormen van de mensonterende toestanden in de Duitse concentratiekampen, waar Joden de politieke gevangenen hun ontzettend lot hebben moeten ondergaan.

Het oorspronkelijk Franse commentaar bij deze film werd vertaald en nagesproken door Victor E. van Vriesland.

Ik geloof niet, dat het nodig is aan deze zakelijke informatie iets toe te voegen. leder weet wat hem hier te wachten staat en het is goed dit te weten, wanneer men gaat. Verplaatst Nacht en Nevel ons in de afschuwelijke werkelijkheid, het kleine boek van Marga Mnco "Het Bittere Kruid" (Ooievaar, Daamen fl 1,45) is de kleine kroniek van een joods gezin in Breda, het laat zien hoe deze vader, moeder en kinderen worden overvallen door het lugubere dreigement der vervolging, hoe het gezin naar Amsterdam gaat, hoe het daar opgesloten zit en hoe alleen de dochter, de schrijfster Marga Ifinco als door een toeval ontkomt door een onverhoedse vlucht in de tuin en verder de straat op, terwijl de inval reeds is geschied.

Men kan in dit buitengewoon eerlijke, kalme, onsentimentele verslag der tragische gebeurtenissen de verklaring vinden voor tal van vragen. Hoe is het mogelijk geweest, dat zovelen van onze Joodse landgenoten zich willoos hebben overgeleverd an hun beulen? "I-lier zal het zo'n vaart niet lopen," zegt de vader van het gezin als de bezetting een feit is geworden. Als het nijpender wordt: "We moeten maar afwachten," zegt de vader.

Dan komen de sterren. Bekende families trekken al weg, zonder voorafgaande aankondiging. "Onderduiken, het lijkt me zoiets als je terugtrekken uit het leven" - "Nfisschien hebben ze gelijk," zegt de vader, "wat kun je er van zeggen?" Men moet zich melden, er worden gekleurde drinkbekers gekocht. Als eentnaal de koffers verzegeld zijn, zegt de vader: "Laat maar, we hebben niets meer nodig. Trouwens, zo lang blijven we niet weg. " Dan wordt er naar Amsterdam "verhuisd", eerst de ouders, dan de kinderen, in de Sarphatistraat. "We wonen allemaal in dezelfde buurt," had de vader geschreven. Om het huis gaan voortdurend de laarzen rond, de gevreesde laarzen. Eens zullen de stappen voeren naar het huis. Onderduiken? Tja. "Je moet leven. Je moet ergens van leven," zegt de vader.

"Laten we afwachten, misschien zal het niet nodig zijn. En als het niet nodig is, dan zit je daar bij vreemden en bezorgt hun maar last." Intussen worden steeds meer mensen weggehaald. De

Weesperstraat, de Lepelstraat, heel de omgeving wordt voor het boodschappen doen een steeds gevaarvoller zone. Totdat de mannen komen, midden onder het theedrinken. "Haal onze jassen even," zegt de vader en de dochter gaat de gang in, luistert nog even aan de kamerdeur en loopt de tuin in, het tuinpoortje uit, de straat op. "Op het Frederiksplein niemand te zien. Alleen een hond liep snuffelend langs de huizenkant. Ik stak het plein over. Het was alsof ik alleen was in een verlaten stad. " Dan is voor haar "het bittere kruid" gewassen, het kruid der ballingschap, waarvan geschreven staat: "opdat wij het nog zouden proeven - tot in lengte van dagen. " Want daartoe is dit kleine boek bestemd, "opdat wij het nog zouden proeven tot in lengte van dagen". Opdat wij er ons toe zullen zetten ons eens goed te realiseren wat het voor een mens betekenen moet, wanneer van al die geliefden geen wederkeert. "Ik sta iedere dag bij de halte te wachten," zegt na de bevrijding haar oom. "Ik kijk of je vader meekomt." Het is zo onwezenlijk, dat niet terugkeren. Hoe wezenlijk het in werkelijkheid is geweest, heeft de film ons laten zien. Maar de ziel van een mens wacht ook wat niet meer valt te verwachten.

In een niet genoeg te loven eenvoud, soberheid en in een reine gemoedsgesteldheid, door geen rancune zelfs besmet, heeft Margo Ifinco haar boekje geschreven. Geschreven met alle zorg en alle liefde, die zij de geliefden niet meer bewijzen kon, maar waardoor zij zelf misschien iets van het verzonkene heeft teruggewonnen. Maar niet alleen voor haar zelf is dit geschied, ook voor zoveel mogelijk van ons, die haar lezen.

 

Hosted by www.Geocities.ws

1