Auteur: Minco, marga

Boektitel: Bittere kruid, Het : een kleine kroniek

Jaar van uitgave: 1957

Bron: Elsevier

Publicatiëdatum: 01-06-1957

Recensent: Ed Hoornik

 

Marga Minco's "Bittere kruid

Een schrijnende kroniek :

Het boekje "Het bittere kruid" waarmee Marga Minco debuteert moet, wil men tot de juiste literaire waardebepaling komen, niet alleen gelezen, maar ook herlezen. worden.-'.Dät geldt op dezelfde.wijze voor de dezer dagen bekroonde novelle van Prof.,J. Presser: "De nacht der Girondijnen", het Boekenweékgeschenk 1957. Het in zichzelf tragische gegeven dat deze auteurs behandelen, de Jodenvervolging gedurende de bezetting, maakt een kritische beoordeling van-de verhalen uiterst moeilijk omdat, daar wij deze tragiek persoonlijk hebb en meegemaakt, de kleinste aanduiding al voldoende is om een wereld van schokkende associaties op te roepen. Maar wát schokt ons nu eigenlijk? Het stuk literatuur,dat voor ons ligt, of de door dat stuk literatuur teruggeroepen beklemming, waarin wij vijf jaren leefden en die ons hart opnieuw tezamenperst? Het literaire werkstuk, dat altijd het resultaat is van de in beweging gebrachte verbeelding, houdt zich in deze gevallen zo zeer bezig met een werkelijkheid, die eenmaal ons aller werkelijkheid was, dat,we het risico lopen onze normen te verliezen. Zouden deze auteurs, zijn.we geneigd ons af te vragen, ons even diep hebben ontroerd wanneer zij een ander gegeven hadden gekozen? Een vraag die vooralsnog niet kan worden beantwoord. Ik geloof trouwens dat er geen sprake van keuze k6n zijn. Het thema drongzich tiranniek op: er was geen ontkomen aan. De wereld van deze auteurs is,' ook vandaag nog, vervuld van de gruwelen van gisteren en het gaat er nu maar om, in hoeverre zij erin geslaagd zijn in hun verhalen mensen, menselijk drama, karakters,en zielen te creëeren. Presser is daarin, vooral wat zijn hoofdfiguur betreft" grandioos geslaagd; Marga Minco, zij het iets minder en heel anders,.evenzeer. In een reeks korte verhalen beschrijft zij de oorlógsbelevenissen van een Joods gezin waarvan zij zelf deel uitmaakte; een kroniek over goede, eenvoudige mensen, die wel gebukt gaan onder een vóortdurende dreiging, maar die geen voorstelling hebben van het diabolische spel, waartoe mensen in staat zijn en dat met hen gespeeld wordt. Lijdzaam en met een voor ons verbazingwekkende naïviteit volgen zij de bevelen op, altijd denkende van uit de mentaliteit en sprekende op de wijze van de burger: "hier zal het zo'n vaart wel niet lopen", tot op een dag de vijand toeslaat en zij in de gaskamers verloren gaan. Alleen de ik-figuur, het meisje, wier passiviteit, als de "mannen" komen, een ogenblik doorbroken wordt, ontsnapt Er volgen dan nog enige verhalen, die op verschillende ,onderduikadressen gesitueerd zijn, waarna in een epiloog, die kort na de bevrijding spe.elt, de kroniek zijn navrante afsluiting krijgt.De literaire betekenis van dit boekje ligt voor ons vooral in de eerlijkheid, de soberheid en de behoedzaamheid, waarmee een nog altijd niet in zijn volle omvang te vatten drama in gewone zich door niets onderscheidende mensen is behandeld. Nergens een woord dat ook maar zweemt naar het pathetische wat hier toch zo gemakkelijk had kunnen gebeuren, nergens een valse toon of speculatie op een effect, nergens een goedpraten

van zwakte of verfraaiing van een karakter. Kleine gebeurtenissen: het drinken van een kopje thee, het spelen met een bal, of op zichzelf onbelangrijke gesprekjes zoals ze in een meisjesboek zouden kunnen voorkomen, worden schrijnend en diep door het kader waarin ze geplaatst zijn. Hoewel in hun onderlinge samenhang niet altijd even sterk van compositie, zijn deze verhalen de schokkende verbeelding van een werkelijkheid en daarom wezenlijk literatuur.

Het boekje is geïllustreerd met suggestieve tekeningen van Herman Dijkstra die niet in direct verband staan met de tekst, maar uitstekend in de atmosfeer der verhalen passen.

 

Hosted by www.Geocities.ws

1