PAUL MENNES
Soap
Amsterdam/Antwerpen:
Nijgh & Van Ditmar/Dedalus
127 blz., 550 fr.
NOG voor het eerste boek van Paul Mennes, Tox, met de
Debuutprijs 1995 werd bekroond, lag de opvolger, Soap, al in de
boekhandel. In Tox richtten Orf en zijn vriend Tox ,,De kadaverklub''
op, een organizatie die een handleiding verstrekt over hoe op een efficiënte
manier zelfmoord te plegen.
Tox was een boek waarin door de hoofdfiguren zo schaamteloos
mogelijk met de onvermijdelijke ontbinding van alles werd gekoketteerd:
,,Nooit slapen en de neus rechtstreeks verbonden met de ontruimde hersenkamer.
Instortende nieuwbouw, dat zijn we.'' Bekronenswaard was zeker de eigen toon
van de roman, die het vreemdsoortige midden hield tussen een overbeschaafd
defaitisme en een agressieve halsstarrigheid. Tox was
tegelijkertijd moe en weerspannig.
In Soap slaagt Mennes erin diezelfde aantrekkelijke
tweeslachtigheid stilistisch vol te houden. Soap is een roman die neigt naar
punk en naar het dandyeske, die het over oogschaduw heeft en
combats, over stapels chips en fistfucking. Tegen de achtergrond van
een diskoteek en een nieuw maar al snel in verval geraakt winkelcentrum,
flirten Mennes' personages nog steeds schijnbaar onverstoord met de dood en
met hun verveling, al blijkt de grens tussen die twee wel biezonder vaag.
NOG meer dan Tox is Soap een wilde schets van een
toestand, veeleer dan een traditioneel verhaal met karakter- en
plotontwikkeling. Raoul, die een travestietenact speelt in diskoteek Caravaggio, en
David, die te lang voor zijn ouders verborgen hield dat hij naar MTV keek in
plaats van naar de les te gaan, zoeken in al hun letargie naar een modus
vivendi.
Ze observeren geweld met een genadeloze vanzelfsprekendheid. Hun vermogen
om waardeoordelen te vellen, lijkt ontspoord. Vredesduiven die het geluk
van de jonggetrouwden moeten bezegelen, worden nog tijdens de huwelijksmis
gewurgd omdat dit wellicht een scène oplevert voor homevideo-programma's in
,,prime time''.
Tox is wel eens vergeleken met Pulp Fiction, maar nog
meer doen zowel Tox als Soap denken aan die andere
recente en vrij briljante cultfilm, Natural Born Killers. Ook Oliver
Stone gaat in een kapotte gevoelswereld op zoek naar genietingen en
driften en tast af in welke mate soaps niet veeleer ,,echt'' dan ,,onecht'' zijn
in een hyperreële realiteit waarin alles zo ,,onecht'' smaakt. Wat is echt
en wat is waardevol? Het zijn vragen die niet kunnen worden beantwoord in
een wereld die louter drijft op een gevoelsindustrie.
Het urban-legend-monster Zork - dat mensen vermoordt in het
winkelcentrum - kanalizeert die onechtheid van elk gevoel. Soap en
Zork zijn fabel en personifikatie van een etisch deficit.
Net als Natural Born Killers wordt ook dit boek veel meer
gedragen door de vorm dan door de inhoud van het verhaal. Soap zit wat
dat betreft beter in elkaar dan Tox, onder meer door de
veelvuldige wisseling van vertelstandpunt.
Het is nog maar de vraag hoeveel boeken Mennes op basis van zijn soms
toch beperkte uitgangspunten kan schrijven, maar vooralsnog weet hij met een
ingenieuze instantvorm en sterke beelden zijn onderzoek naar de vraag hoe
werkelijk een soapwerkelijkheid is, boeiend voor te stellen. Bij uitbreiding:
hoe werkelijk onze gevoelens zijn en of er wel zoiets bestaat als een
duidelijke grens tussen autenticiteit en gemaaktheid.
IN de genretopper The Bold and the Beautiful moest je
onlangs geen aandachtige kijker zijn om te merken dat het personage Ridge enkele
fundamentele fysieke wijzigingen had ondergaan. Omdat de vaste akteur
verhinderd was, werd zijn rol tijdelijk door iemand anders gespeeld, zo deelde
een off-screenstem elke aflevering mee. Het meest merkwaardige aan een
dergelijke tijdelijke akteurswissel is wel dat het tegelijkertijd indruist
tegen elke narratieve televisiegeplogenheid én toch door iedereen geslikt wordt
als de normaalste zaak van de wereld.
Wijst de algemene acceptatie van zo'n televisieanarchisme op een verloren
gewaande flexibiliteit in de geest van de kijker? Is het een storm in een
glas water? Is de waarneming van de kijker tot op een ridikuul niveau
afgestompt en hebben fiktionele kategorieën het gewonnen van meer op ,,de
werkelijkheid'' afgestemde dingen? En moeten we ons daar dan wel zorgen over
maken?
Je kunt dergelijke markante eigenschappen van onze ervaring van het
,,werkelijke'' ook gewoon observeren, zonder daarom meteen in gratuit doemdenken
te vervallen. Soap is zo'n observatie. Mennes' universum is
tegelijkertijd bordkarton en realistisch, werkelijkheid en karikaturale
edelkitsch. Het banale wordt groots, het verhevene wordt met nonchalance opzij
geschoven.
In Soap wordt de ervaring in al haar perversheid afgetast en
verschuiven er grenzen. Agressief en tegelijk achteloos wordt de wereld
ontmaskerd als een zeer reëel decor voor om het even welk computerspel. In een
wereld met tientallen soorten chips is de realiteit even karikaturaal als de
karikatuur reëel is, en daar moet mee te leven zijn. Zelfs de dood is als
afgekauwd en uitgebeend gevoel niet meer wat ze geweest is.
EEN leidmotief in het boek is de uitroep: ,,Shit, ik ben dood.''
Mennes ontdoet deze uitspraak, die in flink wat computerspelletjes doodgewone
kost is, van haar banaliteit door ze voortdurend te herhalen.
,,Shit, ik ben dood'' geeft de ongrootse manier aan waarmee met de dood
wordt omgegaan. De personages van Soap zijn in die mate
afgestompt, dat ze ook op de dood alleen maar op een gemakzuchtige manier kunnen
reageren. Het sterven wordt gereduceerd tot iets onbenulligs, een en
passant. Angstvallig wordt het Grote Sterven door de personages naar de
achtergrond verschoven, bang als ze zijn dat hun eeuwige achteloosheid het
niet de baas zou kunnen.
Mennes doorprikt het schijnbare gemak waarmee zijn personages hun
pacman-wereld op hun eigen gratuite manier willen ordenen en leefbaar
maken. Nonchalance maakte dan plaats voor haast onverhulde nostalgie.
Raoul en David mogen nog zo krampachtig mogelijk onverstoord doen over
alles, uiteindelijk kunnen ook zij hun eigen tragiek niet achter stapels
chips en pornovideo's verstoppen.
Soap is naast dit alles ook onmiskenbaar grappig. Doordat de
personages hun luchtigheid zo krampachtig proberen vol te houden, wordt alles
in tweede instantie heel wat minder lachwekkend.
Het verhaal drijft die achteloosheid zo sterk door dat ze er uiteindelijk
door opgeblazen wordt. De cultus van het agressieve, het toevallige en het
achteloze wordt aldus een krampachtige manier om de eigen tragiek en
moeheid aan het oog te onttrekken. Soap van Paul Mennes is fin de
siècle met ballen.
JEROEN OVERSTIJNS