Karel Osstyn
DOESCHKA MEIJSING, De weg naar Caviano, Querido, Amsterdam, 190 blz.
HET Lago Maggiore zit de familie Meijsing in het bloed. Geerten
Meijsing bezong het al in zijn Erwin-trilogie en nu strijkt ook zijn zus
Doeschka, na literaire omzwervingen door Spanje en Frankrijk, in De weg
naar Caviano aan de rand van het Zwitsers-Italiaanse meer neer.
Terwijl Geerten in al zijn jonge Sturm und Drang het oogverblindende
kader nog een zwaar romantische behandeling gaf, gaat Doeschka Meijsing op een
iets subtielere manier te werk. Maar ook al zijn er sinds haar
kindervakanties heel wat jaren verstreken, toch spiegelen de bergen zich nog altijd
even dreigend en mysterieus in het water.
Met De weg naar Caviano profileert Doeschka Meijsing zich
andermaal als een emotioneel sterk betrokken auteur. Ik heb zelden iemand zo
meeslepend over verlies weten schrijven als zij: verlies in de liefde
vooral. Dat thema wordt gepassioneerd, maar zonder melodrama doorgelicht in
romans als De beproeving en Vuur en zijde.
In haar vorige boek Beste vriend behandelde ze de
materie zelfs op een filosofische manier. Het is een noordelijk trekje, het
temperen van machtige gevoelens door die toch altijd weer tekortschietende rede,
maar het ontneemt Doeschka Meijsings werk allerminst zijn gloed.
DE weg naar Caviano is, luidens de flaptekst, een hommage
aan Italo Calvino, wiens laatste, postume bundel De weg
naar San Giovanni heette. Ook naar de geest is er gelijkenis met de
autobiografische artikels, waarin Calvino onder meer over zijn jeugd bij de
Italiaans-Franse grens schrijft. Dagelijks liep hij met zijn vader de bergen
in naar San Giovanni, waar het gezin een lap grond had. Bij Meijsing wordt
dat het steile pad naar het huis aan het Lago Maggiore, waar het
schrijvers-ik - na vijf jaar zonder contact - een stel vrienden uitnodigt voor een
reünie.
In werkelijkheid gaat het over een voor het vriendengroepje noodlottige
afspraak met zichzelf. Kort schetst Meijsing de levensweg van zeven
personages - een weg die ze voor het grootste gedeelte afzonderlijk, maar in een
beslissende fase tezamen afleggen. Structureel gaat ze daarbij vrij
eenvoudig te werk. De ,,schrijver'' die het boek inluidt en besluit - en méér is
dan zomaar Meijsings alter ego - laat daartussenin plaats vrij voor zeven
schitterende portretten, het ene nog rijker dan het andere.
Zo is er: Philippus, een oudere leraar, die na de dood van zijn vrouw in
zijn eentje de wereld afzwierf; Mourits, een bedrijfsadviseur die dol is op
oude Alfa's en nog altijd optrekt met zijn ex, Elisa, die eveneens
aanwezig is; Mar, een docente aan de universiteit, moeder van drie opgeschoten
jongens; Tijl, een roodharige dokter, die ooit om zijn uiterlijk de zondebok
van de klas was en later voor Artsen zonder Grenzen naar Mauritanië trok;
Mars vriend Jona, die eerst advocaat en uitgever was, maar toen aan alles de
brui gaf en ook naar Afrika trok; en ten slotte de temperamentvolle actrice
Kate, de enige echte link tussen de anderen en de ,,schrijver''.
De geïnviteerden zijn dus niet eens allemaal goeie bekenden van elkaar.
Ze zijn door het lot met elkaar verbonden, werden ooit door een
gemeenschappelijke vriendin samen gebracht. Maar in een dergelijke heterogeen
gezelschap ontstaan onvermijdelijk spanningen. Vooral omdat het om veertigers en
vijftigers gaat, die niet alleen door het leven zijn getekend, maar in zekere
zin ook levensmoe zijn. Een schrijver kan zich evenwel geen beter
gezelschap wensen.
Het blijft een krachttoer om die zeven levens in een notendop samen te
vatten - de hond niet te vergeten, bij Doeschka Meijsing altijd al de beste
vriend van de mens. Ik heb dit jaar nog geen Nederlandse roman in handen
gehad waarin de personages zo compact en toch zo compleet zijn uitgetekend.
Soms lijken het bijna acteursprofielen, en De weg naar Caviano
zou inderdaad makkelijk kunnen worden verfilmd.
MEIJSINGS boek is geen Grande Bouffe, de roman is heel wat
subtieler. De
reden waarom de ,,schrijver'' de zeven vrienden uitnodigde, is immers niet zo
onbaatzuchtig. Bij aankomst wacht hen een koude douche: de ,,schrijver''
kondigt namelijk aan dat hij een boek over hen wil schrijven als eerbetoon aan
Kate, die vijf jaar eerder een domper op de vakantie zette door tijdens
een bergtocht als het ware in het niets te verdwijnen.
Dat is belangrijke informatie, maar jammer genoeg komt die ietwat
ongeloofwaardig over. Het verklaart evenwel de aarzeling van de zeven om op het
aanbod van de schrijver in te gaan. Ze wilden eigenlijk liever niet aan die
vermiste vriendin worden herinnerd. Ze begrijpen niet dat de schrijver, die
ze als een ,,trouwe, zwijgende aanhanger van hun vriendenkring''
beschouwden, hen nu zoiets wil aandoen. Dat breekt toch helemaal de sfeer en het
vertrouwen. Was de rek zo al niet uit de vriendschap?
Voor Doeschka Meijsing is het echter boeiend om het op die manier over de
dubbelzinnige omgang van een schrijver met zijn personages te hebben. Een
gewaarschuwd mens is er twee waard, met als gevolg dat de door de
,,schrijver'' gewaarschuwde personages in de roman steeds meer voor zichzelf opkomen
en elkaar minder dan ooit sparen. Kortom, Meijsing confronteert ons met
de problemen van schrijfperspectief en autobiografische betrokkenheid van de
auteur
EEn schrijver heeft de macht, goedschiks of kwaadschiks, een
personage uit zijn verhaal te schrappen. Meijsings ,,schrijver'' doet dat in dit
geval om de vriendschap op de proef te stellen.
Hij verklaart tevens: ,,Ik zal hun luiheid, ongeïnteresseerdheid, lafheid
te boek stellen. Evenals hun hoop en liefde. Niet uit wraak of liefde van
mijn kant, niet uit vijandigheid of uit compassie. Maar eenvoudig omdat ze
zich aan mij voordoen als mensen die moeten worden beschreven. Omdat we
vrienden waren. Opdat ik ze uit mijn herinnering kan bannen.''
Het lijkt uit het leven gegrepen. En als Meijsings schrijfexperiment
niet voor het volle pond is geslaagd, moet dáár de verklaring worden gezocht.
De zeven levensschetsen in De weg naar Caviano stuwen het boek
naar een stralende hoogte. Maar vervolgens, tot en met het moment waarop de
vrienden met slaande ruzie vertrekken, zakt het boek geleidelijk weg. Het
is als met een bergwandeling: extase op de top, loden vermoeidheid na de
afdaling.
Als Meijsing het zo heeft bedoeld heeft, is het in orde. Maar ze bewaart
de verklaring voor de verdwijning van de actrice tot het bittere eind en
mikt dus op een ontknoping, die er niet echt aankomt.
Dat neemt niet weg dat De weg naar Caviano ook hoogst
interessante beschouwingen bevat. Over vriendschap, bijvoorbeeld, is Doeschka
Meijsing uitermate filosofisch:
in wezen is iedereen tot fundamentele eenzaamheid veroordeeld.
De weg naar Caviano is een van de meest doorleefde boeken van
het jaar. Ze verkeert in een ongekende
creatieve fase.