De Standaard 19 december 1996

In het spoor van Italo Calvino

Het fluwelen scalpel van Doeschka Meijsing

Karel Osstyn

DOESCHKA MEIJSING, De weg naar Caviano, Querido, Amsterdam, 190 blz.

HET Lago Maggiore zit de familie Meijsing in het bloed. Geerten Meijsing bezong het al in zijn Erwin-trilogie en nu strijkt ook zijn zus Doeschka, na literaire omzwervingen door Spanje en Frankrijk, in De weg naar Caviano aan de rand van het Zwitsers-Italiaanse meer neer.
Terwijl Geerten in al zijn jonge Sturm und Drang het oogverblindende kader nog een zwaar romantische behandeling gaf, gaat Doeschka Meijsing op een iets subtielere manier te werk. Maar ook al zijn er sinds haar kindervakanties heel wat jaren verstreken, toch spiegelen de bergen zich nog altijd even dreigend en mysterieus in het water.
Met De weg naar Caviano profileert Doeschka Meijsing zich andermaal als een emotioneel sterk betrokken auteur. Ik heb zelden iemand zo meeslepend over verlies weten schrijven als zij: verlies in de liefde vooral. Dat thema wordt gepassioneerd, maar zonder melodrama doorgelicht in romans als De beproeving en Vuur en zijde.
In haar vorige boek Beste vriend behandelde ze de materie zelfs op een filosofische manier. Het is een noordelijk trekje, het temperen van machtige gevoelens door die toch altijd weer tekortschietende rede, maar het ontneemt Doeschka Meijsings werk allerminst zijn gloed.

DE weg naar Caviano is, luidens de flaptekst, een hommage aan Italo Calvino, wiens laatste, postume bundel De weg naar San Giovanni heette. Ook naar de geest is er gelijkenis met de autobiografische artikels, waarin Calvino onder meer over zijn jeugd bij de Italiaans-Franse grens schrijft. Dagelijks liep hij met zijn vader de bergen in naar San Giovanni, waar het gezin een lap grond had. Bij Meijsing wordt dat het steile pad naar het huis aan het Lago Maggiore, waar het schrijvers-ik - na vijf jaar zonder contact - een stel vrienden uitnodigt voor een reünie.
In werkelijkheid gaat het over een voor het vriendengroepje noodlottige afspraak met zichzelf. Kort schetst Meijsing de levensweg van zeven personages - een weg die ze voor het grootste gedeelte afzonderlijk, maar in een beslissende fase tezamen afleggen. Structureel gaat ze daarbij vrij eenvoudig te werk. De ,,schrijver'' die het boek inluidt en besluit - en méér is dan zomaar Meijsings alter ego - laat daartussenin plaats vrij voor zeven schitterende portretten, het ene nog rijker dan het andere.
Zo is er: Philippus, een oudere leraar, die na de dood van zijn vrouw in zijn eentje de wereld afzwierf; Mourits, een bedrijfsadviseur die dol is op oude Alfa's en nog altijd optrekt met zijn ex, Elisa, die eveneens aanwezig is; Mar, een docente aan de universiteit, moeder van drie opgeschoten jongens; Tijl, een roodharige dokter, die ooit om zijn uiterlijk de zondebok van de klas was en later voor Artsen zonder Grenzen naar Mauritanië trok; Mars vriend Jona, die eerst advocaat en uitgever was, maar toen aan alles de brui gaf en ook naar Afrika trok; en ten slotte de temperamentvolle actrice Kate, de enige echte link tussen de anderen en de ,,schrijver''.
De geïnviteerden zijn dus niet eens allemaal goeie bekenden van elkaar. Ze zijn door het lot met elkaar verbonden, werden ooit door een gemeenschappelijke vriendin samen gebracht. Maar in een dergelijke heterogeen gezelschap ontstaan onvermijdelijk spanningen. Vooral omdat het om veertigers en vijftigers gaat, die niet alleen door het leven zijn getekend, maar in zekere zin ook levensmoe zijn. Een schrijver kan zich evenwel geen beter gezelschap wensen.
Het blijft een krachttoer om die zeven levens in een notendop samen te vatten - de hond niet te vergeten, bij Doeschka Meijsing altijd al de beste vriend van de mens. Ik heb dit jaar nog geen Nederlandse roman in handen gehad waarin de personages zo compact en toch zo compleet zijn uitgetekend. Soms lijken het bijna acteursprofielen, en De weg naar Caviano zou inderdaad makkelijk kunnen worden verfilmd.

MEIJSINGS boek is geen Grande Bouffe, de roman is heel wat subtieler. De reden waarom de ,,schrijver'' de zeven vrienden uitnodigde, is immers niet zo onbaatzuchtig. Bij aankomst wacht hen een koude douche: de ,,schrijver'' kondigt namelijk aan dat hij een boek over hen wil schrijven als eerbetoon aan Kate, die vijf jaar eerder een domper op de vakantie zette door tijdens een bergtocht als het ware in het niets te verdwijnen.
Dat is belangrijke informatie, maar jammer genoeg komt die ietwat ongeloofwaardig over. Het verklaart evenwel de aarzeling van de zeven om op het aanbod van de schrijver in te gaan. Ze wilden eigenlijk liever niet aan die vermiste vriendin worden herinnerd. Ze begrijpen niet dat de schrijver, die ze als een ,,trouwe, zwijgende aanhanger van hun vriendenkring'' beschouwden, hen nu zoiets wil aandoen. Dat breekt toch helemaal de sfeer en het vertrouwen. Was de rek zo al niet uit de vriendschap?
Voor Doeschka Meijsing is het echter boeiend om het op die manier over de dubbelzinnige omgang van een schrijver met zijn personages te hebben. Een gewaarschuwd mens is er twee waard, met als gevolg dat de door de ,,schrijver'' gewaarschuwde personages in de roman steeds meer voor zichzelf opkomen en elkaar minder dan ooit sparen. Kortom, Meijsing confronteert ons met de problemen van schrijfperspectief en autobiografische betrokkenheid van de auteur

EEn schrijver heeft de macht, goedschiks of kwaadschiks, een personage uit zijn verhaal te schrappen. Meijsings ,,schrijver'' doet dat in dit geval om de vriendschap op de proef te stellen.
Hij verklaart tevens: ,,Ik zal hun luiheid, ongeïnteresseerdheid, lafheid te boek stellen. Evenals hun hoop en liefde. Niet uit wraak of liefde van mijn kant, niet uit vijandigheid of uit compassie. Maar eenvoudig omdat ze zich aan mij voordoen als mensen die moeten worden beschreven. Omdat we vrienden waren. Opdat ik ze uit mijn herinnering kan bannen.''
Het lijkt uit het leven gegrepen. En als Meijsings schrijfexperiment niet voor het volle pond is geslaagd, moet dáár de verklaring worden gezocht. De zeven levensschetsen in De weg naar Caviano stuwen het boek naar een stralende hoogte. Maar vervolgens, tot en met het moment waarop de vrienden met slaande ruzie vertrekken, zakt het boek geleidelijk weg. Het is als met een bergwandeling: extase op de top, loden vermoeidheid na de afdaling.
Als Meijsing het zo heeft bedoeld heeft, is het in orde. Maar ze bewaart de verklaring voor de verdwijning van de actrice tot het bittere eind en mikt dus op een ontknoping, die er niet echt aankomt.
Dat neemt niet weg dat De weg naar Caviano ook hoogst interessante beschouwingen bevat. Over vriendschap, bijvoorbeeld, is Doeschka Meijsing uitermate filosofisch: in wezen is iedereen tot fundamentele eenzaamheid veroordeeld.
De weg naar Caviano is een van de meest doorleefde boeken van het jaar. Ze verkeert in een ongekende creatieve fase.


DS Infobib DS Home

[ Infobib ] [ DS home ]

Hosted by www.Geocities.ws

1