Schrijver Loo, Tessa de

Titel Tweeling, De: roman

Jaar van uitgave 1993

Bron Vrij Nederland

Publicatiedatum 08-01-1994

Recensent Jeroen Vulfings

Recensietitel Een tweeling verweesd in de geschiedenis

De omvangrijke roman 'De tweeling'van Tessa de Loo heeft een veelbelovende thematiek: twee in hun jeugd gescheiden zussen die elkaar na zeventig jaar weer terugzien. Maar de uitwerking verhindert dat de lezer onder de indruk komt van hun lot. Dat De tweeling grotendeels in oorlogstijd speelt, is op zich zelf niet bijzonder. Maar anders dan bij de meeste van Tessa de Loos voorgangers (Vestdijks Pastorale 1943, Hermans'De donkere kamer van Damocles) is de oorlogstijd zelf belangrijker dan de persoonlijke worsteling van de hoofdpersonen. Het moet De Loo heel wat hoofdbrekens gekost hebben om in De tweeling voorbij het historisch overbekende te manoeuvreren; dat is haar maar zeer ten dele gelukt. Haar personages dobberen stuurloos op een vloed omstandig verhaalde, altijd wel min of meer vertrouwde, geschiedfeiten: razzia's, onderduiken, hongerwinter, aanslag op IEtler, bevrijding. En die geschiedenis krijgt bepaald niet meer reliëf door hun wedervaren. Bijna zeventig jaar nadat ze door familieomstandigheden van elkaar gescheiden werden, hervinden de in Keulen geboren tweelingzussen Lotte en Anna elkaar in het Thermaal Instituut in Spa. In 1922, op zesjarige leeftijd, werd de donkerharige Anna bij familie op een boerderij ondergebracht; blonde Lotte vond bij Hollandse familieleden onderdak. Wat een wereld van verschil! Anna fungeerde als goedkope arbeidskracht en werd bovendien mishandeld, terwijl Lotte voor de radio mocht zingen. Hun levens liepen sterk uiteen en op een gegeven ogenblik hield het contact op. Bij hun weerzien in België staat de oorlog de verhollandste Lotte in de weg bij het accepteren van haar Duitse zus. Daar moet dan ook duchtig over gesproken worden, liefst bij een glaasje appelfikeur. Het verblijf in Spa van de twee oudjes, het heden van de roman, vormt het intens saaie kader van De tweeling: tijdens het oprakelen van het verleden wordt daar alleen maar gegeten en gedronken. Om-en-om, chronologisch strak gestructureerd en dus volstrekt onwaarachtig, vertellen Lotte en Anna elkaar hun levensverhaal. Van een verbale confrontatie tussen twee zusters is geen sprake: het is praten 'naar de zaal'. Dat gebeurt weliswaar in keurig Nederlands, goedlopend proza. Maar wie van de twee aan het woord is, valt alleen op te maken uit de verhaalinhoud, niet uit de inwisselbare, kleurloze verteltoon. Die 'confrontatie' tussen de twee zussen draait om een ethische kwestie: hoe je dient te leven. Strenge Lotte hamert op de vrije keuze daarin, terwijl de pragmatische Anna op de toenmalige omstandigheden wijst en haar eigen leven vergoelijkt.

 

Na Anna's dood - ze zijn dan inmiddels bijgepraat - toont Lotte begrip. 'Ik ben... ze is mijn zustei' is de veelbetekenende, laatste zin van het verhaal. De Loos keuze voor het ordelijk navertellen maakt De tweeling tot een aaneenschakeling van niet doorleefde, geherkauwde anekdoten uit de tweede hand. Het is een treurige gedachte dat de roman met een eenvoudige structurele ingreep veel beter- want: evocatiever - had kunnen zijn: door Lottes levensverhaal voor of na dat van Anna te plaatsen, dit alles omkranst door een proloog en een epiloog. Al lezende krijg je bovendien het idee dat die

levensverhalen erdoorheen gejast moeten worden, dat De Loo haar en-toen-en-toenverhaal presenteert via een dolgedraaid dia-apparaat: de vertelstroom ontbeert zowel analyse als sprekende details. De Loo beschikte over een schat aan materiaal, aan interessante figuren en boeiende problematiek, maar alles werd ondergeschikt gemaakt aan die voortrazende, navertelde levens. Lottes stalinistische, muzikale pleegvader had toch op zijn minst een eigen novelle verdiend. En hoe kon een katholiek meisje in nazi-Duitsland lid zijn van de Bund Deutscher Mädel? De Loo tipt het helaas maar eventjes aan. Misschien beoogt De tweeling een beeld van deze eeuw te geven. Maar daarvoor is het pleeggezin waarin Lotte terechtkomt te a-typisch. Bij de jaren dertig in Nederland horen toch eerder begrippen als 'Colijn' en 'crisis' dan muziek en Stalin. Anna's leven verloopt eerst stereotiep: als lastdier op de boerderij, later als dienstmeisje. Tot ze van een goede gravin de leiding krijgt van een complex huishouden op een slot met vijfenveertig kamers. Waarbij ze ook nog en passant getuige is van het beramen van de aanslag op EEtler. Dat lag toch niet echt in de lijn der verwachting bij een Duits dienstmeisje. Meer elementen in De tweeling komen nogal vreemd of doelloos over. De keuze voorjuist een tweeling lijkt welhaast een psychogenetisch of psychosociaal experiment: hoe ontwikkelen zich twee meisjes uit hetzelfde milieu, die anders opgevoed worden? Dan is de uitkomst wel erg triviaal: ook als pleegkind onderga je ouderlijke invloed en de omstandigheden waren toen in Nederland anders dan in Duitsland. Dat spreekt. Natuurlijk zou De tweeling geen beter boek geworden zijn als De Loo (geboren in 1946) de oorlogsjaren zelf had meegemaakt. Haar kloeke roman had ook doorleefden en persoonlijker kunnen zijn door een originele visie op het verleden. Zij laat de niet bijster slimme Lotte de onechte vraag stellen of alle Duitsers die niet in het verzet zaten fout waren - ziehier Tessa de Loos hoogstpersoonlijke Vergangenheitsbewältigung. Er zijn toch intelligentere vraagstellingen mogelijk, zoals in Heinrich Bölls Was soll aus dem Jungen bloss werden?: hoe kun je de oorlog integer overleven? Na lezing van De tweeling resten dan ook ondiepe gedachten als: maar goed dat Ffitler verloren heeft; niet alle Duitsers waren schurken; ook vrouwen hadden het toen verre van makkelijk. Eigenlijk laat De Loos boek maar één conclusie toe: 't was me wat, die oorlog. En dat wisten we al. Maar goede bedoelingen zijn er weer volop: 'Wanneer zij tweeën, tegelijk geboren uit dezelfde moeder, liefgehad door dezelfde vader, er niet in zouden slagen over domme, door de geschiedenis opgeworpen hindernissen heen te stappen, wie zou daar dan wel toe in staat zijn? Wat was het toekomstperspectief van de wereld als zelfs zij tweeën, die werden geacht mild te zijn in hun ouderdom, niet eens dat ene steentje konden werpen?'

 

Hosted by www.Geocities.ws

1