Schrijver Loo, Tessa de
Titel Rookoffer, Het
Jaar van uitgave 1987
Bron De Volkskrant
Publicatiedatum 13-03-1987
Recensent Amold Heumakers
Recensietitel 0, Mariken, Mariken ...
Heel wat boeken gaan over de liefde. In de boeken die tot de literatuur behoren loopt het vaak slecht af. Loopt het goed af, dan is de kans groot dat we met pulp te maken hebben. Literatuur probeert de lezer te laten nadenken over de werkelijkheid, vandaar de nadruk op de tragiek van het bestaan: de geliefden krijgen elkaar niet. Pulp probeert de lezer een aangename droom te verschaffen, waardoor die tragiek een moment kan worden vergeten: de geliefden vallen elkaar in de armen en leven nog lang en gelukkig. In Nederland wordt zowel pulp als literatuur uitgegeven. Dat schept verplichtingen voor de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, die jaarlijks tijdens de Boekenweek een speciaal voor de gelegenheid geschreven boekje cadeau geeft. Dit jaar heeft de Stichting met Tessa de Loo een diplomatieke keuze gedaan, want haar novelle Het rookoffer is pulp en literatuur tegelijk. Het boekje eindigt met geluk en begint met ellende, want het volgens de bovenstaande redenering tot pulp stempelt, maar eigenlijk loopt het verhaal slecht af, waardoor het toch ook tot de literatuur moet worden gerekend. Hoe dat kan? Heel eenvoudig: Tessa de Loo heeft haar verhaal achterstevoren verteld. In het eerste hoofdstuk wordt Barbara Rozemeyer door haar minnaar Guido Maenhout verlaten, in het laatste hoofdstuk wordt zij op hem verliefd. De overige hoofdstukken laten zien hoe uit dit veelbelovende eind het treurige begin is voortgekomen. Het in elkaar schuiven van de episoden in deze omgekeerde chronologie is niet onverdienstelijk gedaan. Als "exercice de style" verdient Het rookoffer daarom een voldoende. Helaas heeft deze prestatie blijkbaar zoveel inspanning gevergd dat voor het verhaal zelf geen energie meer is overgebleven. Tessa de Loo heeft zich van de liefdesgeschiedenis van haar helden wel heel makkelijk afgemaakt. In haar novelle stapelden de clichès zich op, gedragen door dezelfde kleurloze, zij 't niet geheel van pretentie gespeende stijl die mij ook al zo tegenstond in haar roman Meander. Om te beginnen is de plot één groot cliché. Het rookoffer beschrijft de tragische liefde van een lerares aan een middelbare school in het zuiden des lands voor een - achttien jaar jongere - leerling. Men mag driemaal raden welk vak Barbara Rozemeyer doceert? Inderdaad: Frans. Zoals we uit de bioscoop weten, horen liefdesrelaties tussen leraressen en leerlingen nu eerunaal net zozeer bij Frankrijk als rode wijn en camembert. Die rode wijn wordt trouwens ook in Het rookoffer gedronken, de camembert blijft buiten schot. Daar staat tegenover dat er op een kritiek moment wèl een plaat met chansons (al is het dan slechts van Jacques Brel) op de draaitafel belandt. Tessa de Loo beschrijft een en ander als volgt : "Aangemoedigd door meeslepende melodieën als'Brussel was toen nog...'en'0 Mariken, Mariken...'gaven ze zich over aan de liefde; Guido, in zijn overwinningsroes, wild en heethoofdig, Barbara met een wanhopige gretigheid alsof het de laatste keer was." Over de aard van hun relatie hoeft niemand zich na zo'n alinea nog illusies te maken. Men kan Tessa de Loo veel verwijten, maar niet dat zij haar lezers ooit in het ongewassen laat. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Barbara en dat is jammer, Want uit niets blijkt dat deze Barbara onze
aandacht waard zou zijn. Zij wordt neergezet als een tamelijk kleurloos, conventioneel wezen, dat zich kleedt "als een Parisienne " omdat ze meent dat dit van een lerares Frans wordt verwacht. Zij is gescheiden, na een huwelijk "waarin het weliswaar nooit stormde, maar waarin ook nooit de zon scheen". Een andere, al even sprankelende metafoor is verwerkt in de mededeling dat zij "in feite nog maagd was op het gebied van de liefde". Verrassender is de verwijzing naar haar @§gevoel voor humor" (waarvan echter in Het rookoffer geen gebruik is gemaakt) en men zou zelfs een poging tot diepzinnigheid kunnen zien in de verzekering dat Barbara tot aan haar kennismaking met Guido "de luxe van een minimaal tijdsbesef " had genoten. Guido lijkt een iets interessanter personage, dank zij de merkwaardige gewoonte zijn gevoelens bij voorkeur te uiten via korte toneelstukjes waarin hij zelf alle rollen speelt. Dat zou een paar intrigerende scènes hebben kunnen opleveren, als Tessa de Loo niet steeds omniddellijk na afloop met toelichting en explicatie was gekomen. Nu illustreren de toneelstukjes alleen wat we al wisten, namelijk dat Guido niet ten onrechte na zijn eindexamen naar de toneelschool zal verdwijnen. Een gegeven dat al bij voorbaat een doem werpt op zijn verhouding met Barbara. Het verlies van haar gefiefde is echter niet de enige ramp die Barbara overkomt. Zij raakt ook nog haar baan kwijt, doordat een jaloerse collega (die zonder enige subtiliteit wordt afgeschüderd als een weerzinwekkend varken) tijdens een lerarenvergadering de affaire met Guido ter tafel brengt. Het is kortom een en al ellende, precies zoals het op de achterflap staat aangekondigd. Daar kan men lezen: "Bespo@ verraden en in de steek gelaten is het de vrouw die ten slotte moet boeten." Toen ik dit voor het eerst las dacht ik even met een parodie van doen te hebben, maar nu ik Het rookoffer uit heb weet ik dat het allemaal bloedserieus is bedoeld. Waar het Tessa de Loo ten enerunale aan ontbreekt, is humor, fantasie en een tikje perversie: kwaliteiten die daarentegen volop aanwezig zijn in "het alternatieve Boekenweekgeschenk " dat Hugo Brandt Corstius onder het Pseudoniem Dolf Cohen heeft geschreven voor de Bijenkorf. In Liegen, loog, gelogen vertelt de 83-jarige Cohen over een enerverende tocht door de binnenlanden van Marokko in het gezelschap van de actrice Olga Zuiderhoek. Er vindt een ontmoeting plaats met Willen Aantjes (wat een verrassende onthulling oplevert) en het gezelschap wordt n-dddenin de woestijn gegijzeld. Maar dat is lang niet alles waarmee dit kleine boekje volstaat. Roddel, kolder en venijn buitelen vrolijk over elkaar heen in een niet te ontwarren melange. Het verhaal Liegen, loog, gelogen (dat zijn titel alle eer aan doet) lijkt in niets op pulp, maar heeft veel weg van literatuur. Daarvan demonstreert het in elk geval van begin tot eind een der voornaamste verdiensten. Want zoals Brandt Cortius het ergens zelf uitdrukt: "Een waarheid kan iedereen zelf verzonnen hebben, een leugen niet." Tessa de Loo moest tijdens de Boekenweek maar eens gaan winkelen in de Bijenkorf ,