Trouw, 16 juni 1993

 

Vampiers

 

LIEKE VAN DUIN

Paul van Loon: 'Bang voor vampiers?', ill. Hugo van Look, Zwijsen, 40 pag, f 12,90, 7-10 jr; Paul van Loon: 'Gezicht in de mist', Elzenga, 192 pag, f 23,90, v.a. 12 jaar. De bekendmaking van de winnaar van de Kinderjury is zaterdag a.s. op de Vara-tv om 17.30 uur, Ned 1.

Vaste Kinderjury-lievelingen zijn schrijvers als Thea Beckman, Jan Terlouw, Anke de Vries, Evert Hartman en Gijs Wanders, die allen bij uitgeverij Lemniscaat publiceren. Voorts Jacques Vriens en natuurlijk Roald Dahl, van wie ook na zijn dood nog elk postuum verschenen verhaal verslonden wordt.

Wat dit betreft vertoont het lijstje van de vijftien meest geliefde boeken - vijf per leeftijdsgroep - dat de Stichting CPNB vorige week bekendmaakte, weinig nieuws:In de leeftijdscategorie zes tot negen zitten 'De Minpins' van Roald Dahl en 'Ik ben ook op jou' van Jacques Vriens bij de top vijf. Bij de tientot twaalfjarigen zijn het er twee van Dahl: 'De Minpins' en 'De dominee van Dreutelen'; verder 'Blauwe plekken' van Anke de Vries. In de groep dertien tot zestien jaar staan naast 'Blauwe plekken' ook 'De stomme van Kampen' van Thea Beckman en 'Stille getuigen' van Gijs Wanders bovenaan.

Wel verrassend is de entree van Veronica Hazelhoff in de lijst van de Kinderjury. Haar 'De bijenkoningin' is een vlot, goed geschreven verhaal over tieners die voor hun eindexamen zitten. Het geeft het hedendaagse levensgevoel weer van een clubje zeer zelfstandige, middelbare scholieren: behoorlijk volwassen, welopgevoed, intelligent, met zelfinzicht en natuurlijk een eigen computer met printer. Hun onderlinge relaties van vriendschap en (latente) verliefdheid staan onder spanning, niet op een Witte Raven-manier: romantisch, vanzelfsprekend hetero en zwart-wit, maar psychologisch complex. Hoewel volwassen recensenten over het algemeen weinig te spreken zijn over de literaire kwaliteit van Kinderjury-boeken, is dit een behoorlijk goede keus.

Nieuw binnen de Kinderjury zijn detectives, fantasy en griezelboeken. Op zich was dat te verwachten, want de laatste paar jaren verschijnen er steeds meer kinderboeken in die genres, zoals de succesvolle 'Pandora'-crimi-reeks van Sjaloom. Dit jaar staat 'Moord aan de Riviera' van Trude de Jong in de top vijf van de tientot twaalfjarigen. Opvallend is de rijzende ster van Paul van Loon (38) op de lijst van de Kinderjury. Twee van zijn boeken zijn bij de hoogst scorende: 'Bang voor vampiers?' (zes tot negen) en 'Gezicht in de mist' (dertien tot zestien). Van Loon volgde aan de Kunstacademie in Den Bosch de illustratie-opleiding, maar werd schrijver. In tien jaar tijd verschenen ruim 25 kinderboeken van zijn hand, waaronder veel voor beginnende lezers. Het zijn spannende verhalen waarin veelal bovennatuurlijke en mythische elementen een rol spelen: weerwolven, geesten, vampiers, tovenaars. Zijn verhalen zitten meestal goed in elkaar , maar hij besteedt weinig aandacht aan het taalgebruik.

Het nu genomineerde 'Bang voor vampiers?' is een geschikt vampierverhaal voor beginnende lezers: griezelig, maar niet te; avontuurlijk, maar ook veilig. Gijs, een jochie van een jaar of zeven, neemt samen met een vriendje wraak op zijn grote broer van negen, omdat hij diens spannende vampierboek niet mag lezen. Ze verkleden zich 's nachts als vampiers en maken hem bang. Maar dan komt ook Gijs' eigen angst voor vampiers boven, vooral als hij vermoedt dat de andere vampier misschien zijn verklede vriendje niet is, maar een 'echte'. Van Loon speelt met echt en niet-echt, en met stoer doen en een klein hartje hebben. Jammer genoeg wordt het raadsel keurig opgelost; het verhaal was sterker geweest als de lezer zelf had mogen nadenken over het geheimzinnige.

Sekte

Met 'Gezicht in de mist' schreef Paul van Loon zijn eerste boek voor jongeren. Het is een fantasy-roman met inderdaad alle ingredienten voor een bestseller: een religieuze sekte, geleid door een gevaarlijke, charismatische figuur die in contact staat met gewetenloze drugdealers; een hoofdpersoon, de vijftienjarige Kiezel, met New Age-achtige bovennatuurlijke gaven; zielige junkies; een poging tot verkrachting; opofferingsgezindheid en een prille Ware Liefde. Maar helaas, hoe dol tieners van dertien tot zestien ook op dit verhaal mogen zijn, en hoeveel waardering ik ook heb voor vakmensen als Paul van Loon, die een belangrijke leesbevorderende functie vervullen en een brug zijn tussen lectuur en literatuur, 'Gezicht in de mist' vind ik een draak van een boek. Het is zo onecht en kitscherig als 'Goede tijden, slechte tijden' en meer in clichematige taal geschreven dan zijn andere boeken. De personages zijn of goed, of slecht en willen, inclusief hoofdpersoon Kiezel en zijn vriendin Jessie, maar geen levende mensen worden. De drugdealer Stefan is een goedkoop stereotype met zijden zakdoek en spiegelbril, die al direct de dochter van zijn vriendin wil verkrachten. Die dochter daarentegen, Jessie, is - zo geestelijk verwaarloosd als ze is - een soort heilige, mentaal niet stuk te krijgen. De sekteleden zijn wil- en zielloze robots met een dode, plastic glimlach. Teveel toevalligheden worden op elkaar gestapeld. Alleen op het laatst, als Kiezel in de schemerwereld een strijd op leven en dood voert tegen de sekteleider, die een geest blijkt te zijn, wordt het echt boeiend. Nee, fantasy voor de jeugd kan heel goed en geloofwaardig zijn - zie 'De meester van de zwarte molen' van Otfried Preussler en 'De inwijding' van Margaret Mahy - maar Paul van Loon zal eerst zijn personages leven moeten inblazen. De tieners uit 'De bijenkoningin' zouden dat zien. Waarom zien Kinderjuryleden tussen dertien en zestien dat niet?

 

Hosted by www.Geocities.ws

1