NRC Handelsblad, 20
maart 1998
Schilderijen
als mooie plaatjes
WILFRED TAKKEN
Ted van Lieshout: Stil leven: Een tentoonstelling. Sun, 58 blz. Vanaf 10 jaar. fl.
34,50
Toen
dubbeltalent Ted van Lieshout in 1992 een Zilveren
Griffel kreeg voor de dichtbundel Mijn botjes zijn bekleed met deftig vel was
hij kwaad dat hij geen gouden kreeg en dat zijn illustraties niet waren
bekroond. Inmiddels heeft hij de Gouden Griffel binnen,
maar bekroning van zijnillustraties bleef uit. Dat
moet zuur zijn voor iemand die van huis uit beeldend kunstenaar is. Van
Lieshout studeerde aan de Rietveld Academie in Amsterdam en gaf les aan de
Koninklijke Academie in Den Haag.
In
zijn eerste non-fictieboek, het prachtig vormgegeven Stil leven, staat hij
wederom voor de kunstklas. Het boek behandelt de geschiedenis van de westerse
beeldende kunst op het platte vlak. In bepaalde opzichten is het een
traditioneel kunstgeschiedenisboek. Van Lieshout begint bij de
grotschilderingen van Lascaux (± 15.000 voor
Christus) en eindigt bij de virtual reality-versie van de grot. Hij behandelt de beroemde
meesterwerken, hij schetst de belangrijkste ontwikkelingen en hij legt keurig
uit wat perspectief en abstracte kunst is.
Maar
Stil Leven heeft verder weinig gemeen met een echt studieboek. Van Lieshout is
daar veel te eigenwijs voor. Hij geeft vooral zijn strikt persoonlijke visie
die gekleurd wordt door allerlei zaken die een kunsthistoricus irrelevant zou
vinden. Een prent van Dürer vindt hij bijvoorbeeld
leuk omdat er zoveel 'piemels' in verstopt zitten.
Waar
het boek zich in onderscheidt, is de manier waarop Van Lieshout de verheven
sfeer die rond de kunst hangt onderuit haalt. Onbevangen als een kind ziet hij
de schilderijen vooral als mooie plaatjes, niet gehinderd door wat de historici
er verder bij getheoriseerd hebben. Zijn nuchtere
blik werkt bevrijdend en is ook heel grappig. Over de legendarische glimlach
van Mona Lisa (1506)
schrijft hij: 'Ik vind het zelf trouwens veel gekker dat ze geen wenkbrauwen
heeft, maar daar hoor je nooit iemand over.'
Verfrissend
baldadig is ook dat hij enkele schilderijen heeft opgenomen omdat hij ze
'spuuglelijk' vindt. Lunch in het gras (1863) van Manet
vindt hij 'een van de stomste schilderijen' die hij kent. De middeleeuwen slaat
hij grotendeels over omdat de kunst toen 'stijf' en 'expres saai' was. Masaccio vond hij vroeger een 'kluns' maar kan hij nu wel
waarderen.
Denk
nu niet dat Van Lieshout de kunstgeschiedenis niet serieus neemt en er
nonchalant doorheen stampt. Stil Leven is juist de
getuigenis van een hartstochtelijke liefhebber. Hij heeft ook meer te vertellen
dan welke plaatjes hij mooi vindt.
Wat
hij bijvoorbeeld heel mooi schetst, is de lijn van de vroeg-middeleeuwse
kunstenaar als anonieme ambachtsman naar de moderne kunstenaar à la Duchamp die alleen maar voorwerpen hoeft aan te raken om ze
tot kunst te maken. Deze ontwikkeling, waarin de
persoonlijkheid van de kunstenaar steeds belangrijker wordt, interesseert Van
Lieshout omdat hij steeds weer op zoek is naar het persoonlijke verhaal achter
een schilderij.
Volgens
Van Lieshout wordt het werk van Michelangelo en Dürer getekend door het feit dat ze onderdrukte homo's
waren. Daarom zou Michelangelo zo graag 'blote
kerels' schilderen: 'Zelfs de vrouwen die hij schilderde zijn eigenlijk kerels
met een jurk aan'. Uit het doek Judith en Holofernes (±1620) kan Van Lieshout duidelijk afleiden dat
de schilder Artemisia Gentileschi een vrouw is. Bij
het onthoofden van Holofernes probeert Judith namelijk zo weinig mogelijk bloedspatten op haar
jurk te krijgen. 'Want wie moesten thuis de was doen?
Precies, de vrouwen.'
Uit
boeken als Mijn botjes zijn bekleed met deftig vel en Een lichtblauw kleurpotlood
en een hollend huis bleek al dat Van Lieshout een eclecticus is. Hij zet vele
stijlen en technieken naast elkaar en de kijker moet zelf maar uitkiezen wat
hij mooi en lelijk vindt. Ook in Stil leven werkt hij zo. Hij schopt de
chronologie vaak flink in de war om schilderijen, die op het eerste gezicht
niets met elkaar te maken hebben, naast elkaar te zetten. Hierdoor geeft het
ene schilderij commentaar op het andere. Zo passen de kleuren en lijnen van Mondriaans Compositie XIV (1913) wonderwel bij het
Interieur van de St.-Odulphuskerk te Assendelft (1649) van Pieter Saenredam. De schilderijen gaan een 'dialoog' aan, zoals
museumdirecteur Rudy Fuchs
dat graag ziet. Het zou leuk zijn als hij Van Lieshout, in navolging van Komrij en Mulisch, een expositie
laat samenstellen in het Stedelijk Museum.