Dagboek van dode broer

Ingrid Brouwer

AAN het begin van de Kinderboekenweek, afgelopen herfst, kondigde Gouden Griffel-winnaar Ted van Lieshout aan dat zijn volgende boek zou gaan over zijn broertje. Zijn veertienjarig broertje dat was gestorven toen hij zestien was. Eerlijk gezegd zag ik er toen niet veel in. Schrijven voor kinderen over de dood, en dan nog wel zo nabij, dat moet je wel heel goed doen om niet onverdragelijk sentimenteel te worden.

Maar Ted van Lieshout - hij won die Griffel met zijn dichtbundel Begin een torentje van niks - is een goede schrijver. En Gebr. is beslist niet te zielig geworden.

Dat het autobiografisch is, staat nergens en hoeft ook nergens te staan. Wie iets meer weet van Van Lieshout snapt het zo ook wel. Die jongen, Lukas, die zo goed kan tekenen: Van Lieshout is van huis uit grafisch ontwerper en illustrator. Maar vooral: wat in Gebr. staat verzin je niet, daar moet je zelf iets van hebben gevoeld.

Lukas is de hoofdpersoon, de ik, en het boek is een dagboek. Eigenlijk is het het dagboek van Lukas' broertje Marius, of Maus. Die is een half jaar dood, de volgende dag zou hij vijftien zijn geworden, en hun moeder wil dan al zijn spullen in de tuin verbranden, als een soort louterend afscheidsritueel. Lukas vindt dat maar niets: hoe kan je dat nou doen? Hij moet ineens denken aan het dagboek dat hij Maus twee jaar geleden voor zijn verjaardag heeft gegeven en besluit dat te redden. Niet dat hij erin wil lezen, heus niet, maar omdat hij het verschrikkelijk zou vinden als het in vlammen zou opgaan: alsof ze ook Marius' gedachten wil verbranden. Als Lukas er nou ook zelf in schrijft, kan zijn moeder het niet verbranden, redeneert hij.

Natuurlijk gaat het ervan komen dat hij het dagboek toch leest. En zo, door die fragmenten en Luuks commentaar ertussendoor, volgen we als één grote flash-back de ziekte van Marius, de vriendschap tussen de broers maar ook de afstand die tussen hen komt, en hun worsteling met de seksualiteit. Want wat een grote plaats inneemt in Gebr.: ze blijken beiden homo te zijn, zonder het van elkaar te (willen) weten. Al lezend in Maus' dagboek ziet Lukas wat er aan de hand was, hoe het kwam dat ze uit elkaar groeiden en weer nader kwamen.

En als lezer (dit boek is bedoeld voor boven de 14) beleef je het mee: de vreemde gedachtensprongen die Lukas en Marius soms nemen, de aftakeling van Marius, wiens ziekte niet wordt onderkend door de artsen - het is psychisch, vinden ze, naar bij de lijkschouwing blijkt ten onrechte - , hun al dan niet heimelijke verliefdheden en eerste stappen op seksgebied, de verhouding met hun ouders, met elkaar. Het is een waarachtig beeld dat oprijst uit Gebr., van een gezin waarin ieder zo zijn eigenaardigheden heeft. Vader verstopt zich graag achter een sigaar en houdt zich op de vlakte, moeder maakt haar zoons wijs dat ze eigenlijk zigeunerin is en daarom haar haren blondeert, de ene jongen is stil en teruggetrokken en wordt gepest op school, de andere probeert steeds met hem in contact te komen maar kletst daarbij te veel.

Het dagboek van Marius houdt op als het bibberen hem het schrijven heeft belet. Lukas schrijft verder, en door hem komen we te weten dat Marius uiteindelijk in een psychiatrisch ziekenhuis werd opgenomen waar hij de ene slaapkuur na de andere kreeg, en tenslotte stierf. Wat het vuur doet voor Lukas' moeder, doet het dagboek voor Lukas: hij komt in het reine met zijn broer, diens dood, en zichzelf. Uiteindelijk helpt Marius hem, dood of niet, via zijn dagboek out of the closet te komen: hij kan er eindelijk voor uitkomen dat hij homo is.

Sentimenteel: nee. Ontroerend: bijzonder. Van Lieshout heeft in klare, eenvoudige taal een van de mooiste jeugdboeken geschreven die ik in tijden heb gelezen.

Hosted by www.Geocities.ws

1