Trouw, 4 juni 1992
WINSTON LEEFLANG, 'LANDMETEN'
Een Hollander in een Surinaamse huid
JOS DE ROO
Winston Leeflang, 'Landmeten', uitg. In de Knipscheer, 141 blz. - f 25,-
Van Kempen is een Nederlander die in het Surinaamse onderwijs heeft gewerkt en Surinaamse literatuur ging recenseren. In het kleine Surinaamse literaire wereldje sloegen zijn recensies in als een bom, want hij rekende met beeldende vrolijkheid af met prulwerken. Dit maakte hem niet geliefd en het verwijt dat hij als Hollander niets van Suriname en de Surinaamse literatuur snapte, was niet van de lucht. Om andere activiteiten werd Van Kempen wel gewaardeerd. Hij ijverde voor de verspreiding van Surinaamse literatuur met kwaliteit en stimuleerde nieuw talent, wat resulteerde in enkele bloemlezingen bij Nederlandse uitgevers. Een van de talenten die Van Kempen ontdekte, was Winston Leeflang, die opviel met mooi gestructureerde verhalen waarin hij het militaire bewind bekritiseerde. Diens verhalen zijn nu gebundeld in 'Landmeten'. De grote verrassing van de bundel is de onthulling dat Winston Leeflang het pseudoniem is van Michiel van Kempen. Gefopt al die Surinamers die zeiden dat de Hollander Van Kempen niets van Suriname begreep. Gefopt ook de recensenten (onder wie ikzelf) die hem een veelbelovende Surinaamse schrijver vonden. Maar ook: gegroeid de bewondering voor Van Kempen, want als Leeflang heeft hij de ziel van Suriname ingeademd en de huid van de Surinaamse culturen over zich heen getrokken, totdat hij als een Surinamer ronddanste.
Winston Leeflangs verhalen zijn heel Surinaams: de magische manier van denken, het typische gebruik van het Nederlands van diverse sociale en religieuze groeperingen en ook soms de wijdlopigheid waarmee een thema wordt uitgekauwd. Dit gebeurt als Leeflang/Van Kempen na de verhalen in een briefwisseling zijn ware identiteit onthult. Na de mysterieuze verhaalwereld ervoor smaakt deze briefwisseling als overbodig. De verhalen uit 'Landmeten' vormen een spiegel van de Surinaamse maatschappij in de jaren tachtig. Het centrale thema wordt mooi in de proloog verbeeld, waar twee mannen in het idyllische Surinaamse landschap een lijk zien liggen en wegkijkend vrolijk verder praten. Mensen worstelen in deze bundel met de vraag of ze moeten wegkijken of dat in verzet komen tegen het regime. Het mooist geeft Leeflang dit vorm in 'Man in de zandloper'. Het heden spiegelt het slavenverleden, de machteloze van toen is de knevelaar van nu. In het heden vindt de confrontatie plaats tussen vader (alleen het verleden is te overzien) en de zoon (het verleden heeft ons niets geleerd). In een ander verhaal gaat een spin in de Anansiverteltraditie. op zoek naar de koning die de oorzaak van de schaarste zou zijn. Met listen komt hij langs de vertrouwelingen, maar in de koninklijke vertrekken is niemand. Hij timmert een doodskist en zegt buiten dat de koning erin ligt. Hij wordt met geschenken overladen. De vertrouwelingen houden hun mond. En dan eindigt het verhaal: "Anansi zei dat De Dictatuur in de kist zat, maar intussen zat er evenveel in de kist als in de magen: de kist was leeg, de magen bleven leeg, behalve die van Anansi zelf." Winston Leeflang geeft op literaire wijze de Surinaamse realiteit weer en nodigt uit tot morele stellingname, zonder dat er een moraliserend vingertje wordt opgeheven.