Vrolijk door de grauwe werkelijkheid

Tom Lanoye: Spek en bonen. Prometheus.

Tom Lanoye is de leukste Vlaming van Nederland. De jaren tachtig betekenden voor hem een doorbraak in de letteren. Met de verhalenbundel Een slagerszoon met een brilletje brak hij meteen door. En wie hem leest kan niet onder de aanstekelijke verteltrant uit. Zijn boeken vallen op omdat ze vaak een licht absurdistische inslag hebben en dat is een zegen in de gekunstelde letterbrei die je normaal onder ogen komt. Zo staat er in de eerste bundel
een verhaal te lezen over een man die alle boeken van de wereld wilde lezen. Dat lukt natuurlijk tot hij het verhaal moet lezen waarin hij de hoofdrol speelt. In het boek komt het hele verhaal dan letterlijk hetzelfde nog een keer, want de hoofdpersoon leest zijn eigen verhaal. Een geniale, absurde vondst.

Voorkant
De nieuwste bundel van Tom Lanoye, Spek en bonen, valt alleen al door het omslag op. Dat is namelijk godsgruwelijk, ontiegelijk hemeltergend. Op de voorkant staan geen titel en schrijversnaam, die staan op de achterkant. Voorop zie je de naakte rug van een man met daarop geprojecteerd een beeld van een man en vrouw die, zo te zien, aan een heftige vrijpartij bezig zijn. De rug van het boek zelf geeft een opsomming van de prozawerken die Lanoye eerder heeft geschreven. Kortom: het boek valt wel op. Op verzoek van veel boekhandels is er een buikbandje om het boek gedaan, waardoor een gedeelte van het plaatje is afgedekt en de koper meteen weet dat het een boek van Tom Lanoye is. Dat vind ik weer jammer. Als je een idee hebt, dan moetje het idee niet zelf doorbreken.

Gewild
De onderverdeling in een afdeling Spek en een afdeling Bonen komt me enigszins gewild voor. Alleen het verhaal 'Johannesburg, le bain' valt namelijk uit de toon bij de rest van de varhalen.  Dit verhaal is een reisverslag in fragmenten, waarin Lanoye zijn impressies van Zuid-Afrika opschrijft. Het verhaal maakt duidelijk dat het land zindert van onderhuidse spanning. Door gesprekken in een winkel, in een homosauna en natuurlijk een taxi (de vox populi bij uitstek) wordt duidelijk dat het land afstevent op twee rampen: een burgeroorlog en een aids-epidemie.  Het verhaal mist als enige de lichte toets, die het proza van Lanoye normaal kenmerkt. In die overige verhalen zit altijd een onwerkelijk element. Het eerste verhaal gaat over een man die een minnaar heeft die elke week verandert.  Het blijft dezelfde persoon, maar hij doet zich steeds op een andere wijze voor. Zo kan hij de ene week een blanke zijn en de andere week een neger.

Neger
En juist de neger brengt de hoofdpersoon het hoofd op hol. Deze minnaar zou hij na een week niet willen zien veranderen in weer een andere vriend; deze minnaar wil hij voor altijd houden. Dat moet natuurlijk mis gaan en dat doet het ook. Het einde van het verhaal is een Oscar Wilde-achtige vondst die ik niet verklap. Die merkwaardige onderdelen in de verhalen geven de bundel de lichte toets.  Daarnaast heeft het boek voortdurend een wrange ondertoon. Aids speelt, alhoewel de ziekte niet voortdurend voorkomt, wel een bijrol in veel verhalen. In het verhaal 'Marlon, tu n'es pas un ange' hangen seksualiteit, ziekte en dood met elkaar samen. Dat gebeurt overigens niet in een fel realistische weergave van de werkelijkheid. Je ontmoet een aantal hoofdrolspelers. Marlon, een op dames beluste jongen, speelt spelletjes met zijn in ontwikkeling achtergebleven broer Johnny. Hij laat hem onder meer toekijken als hij aan het vrijen is.
Op het eindé van het verhaal is Marlon totaal vermagerd en ziet hij er slecht uit. Johnny moet hem dan doden. Niet direct een synopsis voor een Hollywood-film denk je dan. Daarvoor zijn de personen net iets te grotesk getekend. Maar dat naargeestige eind van het verhaal kan een vingerwijzing zijn naar de dood die aids heet en waarop Marlon niet wilde wachten. Zoals de Decamerone zich afspeelt tegen de achtergrond van de pest, spelen deze verhalen allemaal tegen de pest van nu, aids. Die betrokkenheid met de actualiteit geeft goed de ontwikkeling weer die Lanoye heeft doorgemaakt in de laatste tien jaren. Stonden zijn eerste verhalen nog behoorlijk op zichzelf, deze nieuwe verhalen hebben een context waarbinnen je ze moet lezen.  Niet alleen in zijn boeken, ook tijdens zijn optredens als performer-poëet of gewoon als hij voor de tv geïnterviewd wordt, laat hij merken dat hij een schrijver is die nota neemt van datgene wat om hem heen gebeurt. Hij laat geen kans onbenut om bijvoorbeeld het extreem-rechtse Vlaams Blok aan te vallen. Misschien vind ik de schrijver ook daarom wel erg sypmathiek.

Valkuil
De valkuil voor een schrijver is natuurlijk dat hij te opzettelijk zijn mededogen of medelijden met een bepaalde groep toont. Dan wordt een verhaal een preek voor eigen parochie. Lanoye doet dat nooit. Hij situeert zijn verhalen in de milieus die door hun grauwe hardheid verstoken lijken van elke weelde. Maar daardoor dromen de mensen des te meer en komt die val uit de droom harder aan dan ergens anders. En dat wekt het onbewuste mededogen op met de prostituée, de moeder die de minnaar van haar dochter afpakt, de weduwe die in een verlopen kroeg zit en al die andere personages. Die Fellini-achtige omgevingen zijn nooit karikaturaal beschreven, zoals een buitenstaander dat zou doen. Ze lijken, ondanks hun uitvergrotingen werkelijk. Dat kan alleen gedaan worden door een schrijver die weet waar het hart moet liggen.

Coen Peppelenbos

Hosted by www.Geocities.ws

1