De firma list en bedrog of het circus Tom Lanoye

Het spreekt, fluistert, schreeuwt, zingt en springt 

Wie is Tom Lanoye?  Wát is Tom Lanoye niet zou je beter kunnen vragen.  In 1986 beschreef deze Belg zichzelf als volgt: 'Dichter, performer, satiricus, acteur, scenarist, verhalenschrijver.  Droomt van een leven als kantoorslaaf.  Zijn ambitie: belastingfraude.' Inmiddels is Lanoye ook nog toneelschrijver geworden.  Een veelzijdige Belg kortom, en bovendien heel amusant.

Er zijn schrijvers die je pas na een aantal jaren opmerkt. Dat zijn de stugge, nijvere ploeteraars aan een ‘oeuvre’. Daarnaast heb je schrijvers die hun binnenkomst in de literaire arena met luide trom aankondigen, die de publiciteit niet schwen. Tom Lanoye behoort tot de laatste categorie.

Als groentje in de letteren veegde Lanoye in zijn kritieken de vloer aan met literaire landgenoten. Het magisch realisme van Hubert Lampo noemde hij het tragisch realisme. Over de schrijfkunst van Mireille Cottenjé schreef hij:’Ik kan me niet voorstellen dat Cottenjé aan har geslachtelijk verkeer kinderen heeft overgehouden. Wie het zo beschrijft baart ballen gehakt.’ En de grote schrijver Hugo Claus typeert hij als een kalende fietser die al Vlaams brabbelendongelukkig op zijn zadel terechtkomt. Voor subtiele afwegingen en zachtzinnige meningen moet je dus niet bij Tom Lanoye zijn, de angry young man die de bezem door de Vlaamse literatuur wil halen. Daarmee maakte hij zich niet geliefd, maar het zorgde er wel voor dat hijzelf in de schijnwerpers kwam te staan.

Maar het relschoppen was nog niet genoeg voor Lanoye.  Ook op het podium wilde hij in de belangstelling staan.  En als hij als performer zijn gedichten en verhalen brengt, dan spreekt daar dus geen driedelig grijs achter een katheder.  Dan spreekt, fluistert, schreeuwt en zingt een mafkees die van de ene kant van het podium naar de andere kant springt.  Natuurlijk zijn er dan weer critici die zoiets niet vinden passen bij de literatuur.  Tom Lanoye: 'Dat vind ik zo bekakt van het literaire milieu.  Je hebt daar een aantal schrijvende pastoors, ambtenaren met een drankprobleem, mislukte leraars die gewoon eindeloos zitten te emmeren over wat dan wel echte literatuur moet wezen.'
Met de werkelijkheid heeft Tom Lanoye het niet zo op.  Zelfs in autobiografische verhalen wemelt het van de onwaarschijnlijkheden: een pratende baby, een geest, het kan allemaal.  De fantasie speelt een nog grotere rol in de niet-autobiografische verhalen.  Dat zijn verhalen die je dan ook fantastisch kunt noemen, die ver van de werkelijkheid afstaan of niet-rationele en onlogische elementen bevatten.

Tien seconden

Neem het verhaal 'Het boek' uit Een slagerszoon met een brilletje, met de hoofdpersoon Achille van den Branden die voor zijn vijftigste alle boeken ter wereld gelezen had.  Op zijn zeventiende, had Achille er al meer dan 400 000 verslonden.  Hij trekt met een kermisgezelschap rond om zijn specialiteit, het uitlezen van een boek in tien seconden, aan het publiek te tonen. Daarbij wordt hij ontdekt door professor Langcrock, maar diens collega's geloven er niks van.  In n openbare zitting, voor het oog van de camera, moet Achille zijn talent aan professor de Decker bewijzen: ‘Als we Langcrock moeten loven, dan kunt u, Achille van den Branden, deze Encyclopaedia Brittanica uitlezen in welgeteld drie minuten.  Is dat zo?'
Nee,' zei Achille kalm, 'dat kan ik niet.' Het auditorium blies van verontwaardiging. Ach zo? Dat kunt u niet?  En mogen wij ook weten waarom?' 'Omdat ik geen Engels kan lezen,' antwoordde Achille.  Verbijstering sloeg in als een bom.  Toen begon er iemand te lachen, en nog iemand, en nog iemand... Minutenlang schaterde iedereen het uit, op Langcrock na, die zijn gezicht in zijn handen verborg.  Professor Xavier de Decker wiste zich de tranen uit de ogen.  Toen het lachen eindelijk verstomde, zei Achille: 'Maar als u me eerst een Beknopt Nederlands-Engels Woordenboek, een Engelse Grammatica en een Engels Verklarend Woordenboek geeft, dan geloof ik wel dat het me zal lukken.'  De triomftocht van Achille zet zich dus voort.  Uiteindelijk blijkt dat Achille toch één boek over het hoofd heeft gezien.  Welk…?

 Je ziet het: onwaarschijnlijke verhalen.  Verhalen die horen bij een theaterman. Tom Lanoye houdt van theater, de'plek bij uitstek van schijn en bedrog, waar een droomwereld van bordkarton in stand gehouden kan worden.  Lanoye zelf mag dan graag voor een publiek staan, ook zijn personages worden vaak op het podium gezet.
Een van zijn dichtbundels heeft hij zelfs In de piste genoemd.  Zijn personages hebben allemaal een publiek nodig.  Achille van den Branden die met een kermis meetrekt, de kleine Tom die bij zijn geboorte de familie al toespreekt, steeds is er publiek bij aanwezig.  In het verhaal 'Oh land der blinden' staat Tom Lanoye (als kleuter, jongeman en opa) op het podium om zijn publiek, dat alleen uit beroemdheden bestaat, toe te spreken over de dood van zijn broer:
'U kent hem toch, mijnheer Luns?  Guy.  Mijn broer.  Guy Lanoye.'
Achter in de zaal wordt gegniffeld.  Luns herstelt zich, hij recht zijn rug, buigt zich naar de microfoon en zegt waardig: 'As a matter of fact: no. 1 don't zink I know ze man.' Hij leunt terug naar achteren en knikt geruststellend naar zijn buren.
Ik kijk hem ongelovig aan.  'You don't zink you know my brozzer?  Maar hij is wereldberoemd, verdomme! Iederéén kent hem!'
Ik richt mij over het hoofd van Luns tot de rest van de zaal: 'Willen de dames en de heren die Guy Lanoye niét kennen nu opstaan en het Chinese volkslied aanheffen, alstublieft?'
Lanoye kan het niet laten, het theatrale zit hem in het bloed.  Hij staat in het middelpunt; hij wil zijn verhaal kwijt en iedereen zal naar hem moeten luisteren.

Verkooppraatjes

Iedereen zal ook moeten luisteren naar Tony Hansen in de roman Alles moet weg.  Tony heeft spullen uit het huis van zijn ouders verkocht en van de opbrengst een bestelautootje gekocht.  Daarin rijdt hij als verkoper door het Vlaamse platteland, op zoek naar slachtoffers voor zijn verkooppraatjes.  Weer een personage dat publiek nodig heeft dus.  Het resultaat van Tony's miniperformances is echter teleurstellend.  Soms wordt hij met de nek aangekeken, dan weer moet hij vluchten voor woedende burgers die zijn leugens niet nemen. Maar Tony blijft optimistisch, alhoewel hij steeds meer geld en bezittingen kwijtraakt.  Hij eindigt als de hulp van een bankrover.
Listen, bedrog en fantasie, Alles moet weg zit er vol mee.  Het zweet staat je voortdurend in de handen, omdat je weet dat elke onderneming tot mislukken gedoemd is.  En hoe ongeloofwaardig de gebeurtenissen ook zijn, je blijft doorlezen, omdat je weet dat het met Tony daarna nog weer slechter gaat en hij nog slimmere trucs en sluwere verkooppraatjes nodig heeft om te redden wat er te redden valt.

Het grootste wonder blijft het optimisme van Tony, dat hem nooit verlaat. Lanoye heeft publiek nodig.  Maar, het publiek dat om hem lacht, krijgt er ook stevig van langs.  Dan is Lanoye de satiricus die de mensen een spiegel voorhoudt waarin ze hun eigen zwakheden zullen herkennen. In Alles moet weg worden zo onder anderen boeren, studenten, zaalhouders, feestvierders, bejaarden en vele anderen bespot.
De fantasie van Lanoye zorgt ervoor dat de eigenaardigheden van verschillende soorten mensen worden overdreven en daardoor belachelijk gemaakt.  Zo krijgen zijn verhalen een grote amusementswaarde. Geen zwaarwichtigdoenerij, geen gelaagdheden en duistere symboliek, maar verhalen recht voor zijn raap. De teloorgang van de verkoper Tony Hansen wordt daardoor grappig, maar het verhaal over de dood van zijn broer wordt daardoor juist ontroerend. Wie kan zo speels zo'n zwaar onderwerp brengen?  Dat is de nar, de clown, de entertainer. Dat is Tom Lanoye.
 

Coen Peppelenbos

Hosted by www.Geocities.ws

1