Maar het relschoppen was nog niet
genoeg voor Lanoye. Ook op het podium wilde hij in de belangstelling
staan. En als hij als performer zijn gedichten en verhalen brengt,
dan spreekt daar dus geen driedelig grijs achter een katheder. Dan
spreekt, fluistert, schreeuwt en zingt een mafkees die van de ene kant
van het podium naar de andere kant springt. Natuurlijk zijn er dan
weer critici die zoiets niet vinden passen bij de literatuur. Tom
Lanoye: 'Dat vind ik zo bekakt van het literaire milieu. Je hebt
daar een aantal schrijvende pastoors, ambtenaren met een drankprobleem,
mislukte leraars die gewoon eindeloos zitten te emmeren over wat dan wel
echte literatuur moet wezen.'
Met de werkelijkheid heeft Tom Lanoye
het niet zo op. Zelfs in autobiografische verhalen wemelt het van
de onwaarschijnlijkheden: een pratende baby, een geest, het kan allemaal.
De fantasie speelt een nog grotere rol in de niet-autobiografische verhalen.
Dat zijn verhalen die je dan ook fantastisch kunt noemen, die ver van de
werkelijkheid afstaan of niet-rationele en onlogische elementen bevatten.
Tien seconden
Neem het verhaal 'Het boek' uit Een
slagerszoon met een brilletje, met de hoofdpersoon Achille van den
Branden die voor zijn vijftigste alle boeken ter wereld gelezen had.
Op zijn zeventiende, had Achille er al meer dan 400 000 verslonden.
Hij trekt met een kermisgezelschap rond om zijn specialiteit, het uitlezen
van een boek in tien seconden, aan het publiek te tonen. Daarbij wordt
hij ontdekt door professor Langcrock, maar diens collega's geloven er niks
van. In n openbare zitting, voor het oog van de camera, moet Achille
zijn talent aan professor de Decker bewijzen: ‘Als we Langcrock moeten
loven, dan kunt u, Achille van den Branden, deze Encyclopaedia Brittanica
uitlezen in welgeteld drie minuten. Is dat zo?'
Nee,' zei Achille kalm, 'dat kan
ik niet.' Het auditorium blies van verontwaardiging. Ach zo? Dat kunt u
niet? En mogen wij ook weten waarom?' 'Omdat ik geen Engels kan lezen,'
antwoordde Achille. Verbijstering sloeg in als een bom. Toen
begon er iemand te lachen, en nog iemand, en nog iemand... Minutenlang
schaterde iedereen het uit, op Langcrock na, die zijn gezicht in zijn handen
verborg. Professor Xavier de Decker wiste zich de tranen uit de ogen.
Toen het lachen eindelijk verstomde, zei Achille: 'Maar als u me eerst
een Beknopt Nederlands-Engels Woordenboek, een Engelse Grammatica en een
Engels Verklarend Woordenboek geeft, dan geloof ik wel dat het me zal lukken.'
De triomftocht van Achille zet zich dus voort. Uiteindelijk blijkt
dat Achille toch één boek over het hoofd heeft gezien.
Welk…?
Je ziet het: onwaarschijnlijke
verhalen. Verhalen die horen bij een theaterman. Tom Lanoye houdt
van theater, de'plek bij uitstek van schijn en bedrog, waar een droomwereld
van bordkarton in stand gehouden kan worden. Lanoye zelf mag dan
graag voor een publiek staan, ook zijn personages worden vaak op het podium
gezet.
Een van zijn dichtbundels heeft
hij zelfs In de piste genoemd. Zijn personages hebben allemaal een
publiek nodig. Achille van den Branden die met een kermis meetrekt,
de kleine Tom die bij zijn geboorte de familie al toespreekt, steeds is
er publiek bij aanwezig. In het verhaal 'Oh land der blinden' staat
Tom Lanoye (als kleuter, jongeman en opa) op het podium om zijn publiek,
dat alleen uit beroemdheden bestaat, toe te spreken over de dood van zijn
broer:
'U kent hem toch, mijnheer Luns?
Guy. Mijn broer. Guy Lanoye.'
Achter in de zaal wordt gegniffeld.
Luns herstelt zich, hij recht zijn rug, buigt zich naar de microfoon en
zegt waardig: 'As a matter of fact: no. 1 don't zink I know ze man.' Hij
leunt terug naar achteren en knikt geruststellend naar zijn buren.
Ik kijk hem ongelovig aan.
'You don't zink you know my brozzer? Maar hij is wereldberoemd, verdomme!
Iederéén kent hem!'
Ik richt mij over het hoofd van
Luns tot de rest van de zaal: 'Willen de dames en de heren die Guy Lanoye
niét kennen nu opstaan en het Chinese volkslied aanheffen, alstublieft?'
Lanoye kan het niet laten, het theatrale
zit hem in het bloed. Hij staat in het middelpunt; hij wil zijn verhaal
kwijt en iedereen zal naar hem moeten luisteren.
Verkooppraatjes
Iedereen zal ook moeten luisteren
naar Tony Hansen in de roman Alles moet weg. Tony heeft spullen uit
het huis van zijn ouders verkocht en van de opbrengst een bestelautootje
gekocht. Daarin rijdt hij als verkoper door het Vlaamse platteland,
op zoek naar slachtoffers voor zijn verkooppraatjes. Weer een personage
dat publiek nodig heeft dus. Het resultaat van Tony's miniperformances
is echter teleurstellend. Soms wordt hij met de nek aangekeken, dan
weer moet hij vluchten voor woedende burgers die zijn leugens niet nemen.
Maar Tony blijft optimistisch, alhoewel hij steeds meer geld en bezittingen
kwijtraakt. Hij eindigt als de hulp van een bankrover.
Listen, bedrog en fantasie, Alles
moet weg zit er vol mee. Het zweet staat je voortdurend in de handen,
omdat je weet dat elke onderneming tot mislukken gedoemd is. En hoe
ongeloofwaardig de gebeurtenissen ook zijn, je blijft doorlezen, omdat
je weet dat het met Tony daarna nog weer slechter gaat en hij nog slimmere
trucs en sluwere verkooppraatjes nodig heeft om te redden wat er te redden
valt.
Het grootste wonder blijft het optimisme
van Tony, dat hem nooit verlaat. Lanoye heeft publiek nodig. Maar,
het publiek dat om hem lacht, krijgt er ook stevig van langs. Dan
is Lanoye de satiricus die de mensen een spiegel voorhoudt waarin ze hun
eigen zwakheden zullen herkennen. In Alles moet weg worden zo onder anderen
boeren, studenten, zaalhouders, feestvierders, bejaarden en vele anderen
bespot.
De fantasie van Lanoye zorgt ervoor
dat de eigenaardigheden van verschillende soorten mensen worden overdreven
en daardoor belachelijk gemaakt. Zo krijgen zijn verhalen een grote
amusementswaarde. Geen zwaarwichtigdoenerij, geen gelaagdheden en duistere
symboliek, maar verhalen recht voor zijn raap. De teloorgang van de verkoper
Tony Hansen wordt daardoor grappig, maar het verhaal over de dood van zijn
broer wordt daardoor juist ontroerend. Wie kan zo speels zo'n zwaar onderwerp
brengen? Dat is de nar, de clown, de entertainer. Dat is Tom Lanoye.
Coen Peppelenbos