ERIC DE KUYPER
Drie zusters in Londen
Nijmegen: Sun
109 blz., 490 fr.
ERIC DE KUYPER is op zijn best wanneer hij zijn herinneringen kan
vastknopen aan het beschouwelijke. Dat was tenslotte ook de formule van zijn
autobiografische cyclus over de kindertijd: een volwassene die keek door de
ogen van de knaap, maar zich niet geheel van commentaar onthield.
Eén keer probeerde De Kuyper zijn fantasie op het verleden los te laten,
in de symbolische thriller Als een dief in de nacht. Het was
fictie van een matige kwaliteit.
In zijn nieuwe boek, Drie zusters in Londen, veroorlooft hij
zich weer een ander zijsprongetje. Hij put ,,uit de familiekroniek
1914-1918'' en eigent zich de herinneringen toe van zijn moeder en zijn twee
tantes, die tijdens de oorlogsjaren in Londen verbleven.
De vraag is: kan Eric de Kuyper met de orale overlevering net zo vlot
overweg als met zijn eigen ervaringen?
Met een materie die je hebt van horen zeggen, moet je goed kunnen
vertellen om die in een roman tot haar recht te doen komen. Het is als met een
mop: alleen wie de aanstekelijke natuur bezit om een pointe, die door een
ander is bedacht, iedere keer weer met evenveel smaak door te vertellen, krijgt
de lachers op zijn hand.
Eric de Kuyper is geen rasverteller; hij is veeleer een uitstekend
causeur. Hoezeer de verhalen van zijn moeder en twee tantes over hun Londense
tijd hem als kind ook werden ingepeperd, het blijven de ervaringen van een
ander.
De verhalen hebben hem als kind weliswaar danig geboeid en in zekere mate
zelfs gevormd, zoals hij in het nawoord uitlegt, maar het blijft vreemde
stof waar hij een beetje onhandig mee staat te schutteren. Drie
zusters in Londen klinkt als een grap die door de verkeerde persoon wordt
verteld.
HET paradoxale van iets wat als kind je verbeelding prikkelde, is dat
het later vaak een niemendal blijkt te zijn. Als was het juweel dat
uiteindelijk als een stukje geslepen glas wordt ontmaskerd.
De Kuypers verhaal over de drie zussen in Engeland is teleurstellend mak.
Er blijft weinig over van de vervoering waarmee het vertellen van de
anekdotes oorspronkelijk gepaard moet zijn gegaan. Wat in familiekring wordt
opgedist, krijgt meestal het karakter van een zogenaamde tall
tale. Het wordt opgeschroefd, uitvergroot, uit zijn context gehaald, door de
inspiratie van het ogenblik bijgelicht.
Dat alles ontbreekt in Drie zusters in Londen. Eric de Kuyper
is er niet in geslaagd de magie van weleer in zijn familiekroniek op te
roepen.
Het verhaal van drie Vlaamse tienermeisjes die tijdens de Eerste
Wereldoorlog in Londen verblijven, is anders interessant genoeg. Dit is stof waar
films van gemaakt zijn, al waren die misschien meer van het populaire soort
- genre Upstairs downstairs.
Het probleem met De Kuypers verhaal is dat het te statisch is. Het speelt
in een ,,palace hotel'', het grote Cannon Street Hotel, waar de meisjes
met hun ouders werden ondergebracht.
Om redenen waar ik straks op terugkom, is dat voor Eric de Kuyper zelf
heel belangrijk geweest, maar het jammerlijke is dat het hotelleven weinig
spectaculairs te bieden had - het verliep vrijwel incidentloos.
Drie zusters in Londen begint met een vlucht die nauwelijks
een vlucht kan worden genoemd: een treinreis door nog ongeschonden gebied
naar Normandië, een bootreis naar Engeland met prompt aansluitend transport
naar het hotel.
Leven in Londen kwam neer op de beslotenheid van een hotelkamer. De stad
zelf was een vreemde, ongrijpbare omgeving vol statige mannen met een
bolhoed op. De kinderen konden nauwelijks de straat op, terwijl in het hotel een
strakke code heerste: elke dag moesten ze zich drie keer omkleden voor het
eetmaal en spelen konden ze amper, want een strenge Engelse dame hield
toezicht in de gangen. Bovendien zijn de tienerogen van de drie zussen niet zo
vroegwijs en alziend als die van de kleine Eric zelf...
Het tij keert wel in de loop van het boek, wanneer de drie meisjes worden
uitgenodigd door een rijke oudere heer om mee aan zijn tafeltje te komen
dineren, waar hij tot dan alleen met zijn nicht aanschoof. Nee, hij was geen
kinderlokker, maar hij strooide wel gul met zijn geld en bood de kinderen
hun eerste uitje aan: een voorstelling van Peter Pan. Later kwam daar
theater en variété bij, en op die manier ging voor de meisjes een wereld open.
En de oorlog? Die bleef op afstand. De Kuyper last een scène in over een
bomalarm, waarbij iedereen in de kelders van het hotel moet schuilen. En
daar blijft het bij.
IN zijn nawoord bij Drie zusters in Londen vangt Eric
de Kuyper voor een deel zelf de kritiek op die je op zijn boek kunt hebben.
Hij is er zich van bewust dat het een volstrekt onspectaculair verhaal is
en dat de drie zusjes het relatief makkelijk hadden, terwijl elders de
oorlog volop woedde.
Hij beseft ook dat het niet evident is andermans herinneringen na te
vertellen. Maar omdat die herinneringen zo tot het erfgoed van de familie waren
gaan behoren, meent hij ze toch ook als de zijne te kunnen beschouwen. Hij
geeft ze zelfs een andere chronologie, niet alleen omdat dat beter is voor
het boek, maar omdat hij zich de feiten zelf zo herinnert. Er komt dus
onvermijdelijk toch een ingrediënt fantasie bij kijken. Helaas komen deze
bekentenissen te laat om het verhaal nog te doen opleven.
Eigenlijk is het nawoord bij Drie zusters in Londen het
interessantste gedeelte van het boek, want hier toont De Kuyper zich van zijn
beste kant: die van causeur. Jammer dat hij zijn commentaar niet in het
verhaal heeft ingewerkt, zoals hij deed in zijn autobiografie. Dat had het
relaas over hoe de meisjes in Londen - in ,,de nadagen van zijn pracht als
vooroorlogse metropool'' - niet zozeer de armoede, maar het theater
ontdekken, zoveel sterker kunnen maken.
De geschiedenis sluit zo naadloos bij De Kuypers aard en mentaliteit aan,
dat ze opnieuw duidelijk maakt in wat soort klimaat hij is grootgebracht:
zijn stijl en gewoontes zijn als het ware door zijn moeder en zijn tantes
uit Londen meegebracht.
,,Het was alsof ze op een magisch tapijt naar de volwassenheid werden
gebracht, zonder pijnlijke tusenstap in de adolescentiejaren'', schrijft De
Kuyper. Inderdaad, in het Cannon Street Hotel mochten ze nog even kind
blijven, maar leefden ze intussen al bijna een volwassen mondain leven. Alles was
echt, ,,alleen was het de wereld van 'make believe' van het grand hotel''.
Een wereld met strikte regels, waar ze echter meteen ook een portie
,,levenskunst'' opdeden, zodat ze zich later complexloos in de grotere wereld
konden ophouden...
DIE subtiele mengeling van creativiteit en burgerlijkheid ligt aan de
basis van Eric de Kuypers gefascineerdheid door het banale, door het
stukje glas dat de schittering van een edelsteen in zich draagt.
Nadat hij, zoals hij zelf zegt, in zijn autobiografie altijd bewust had
vermeden uit te wijden over de Londense tijd van zijn moeder en zijn tantes,
heeft hij nu eindelijk de tijd gevonden voor een gewild pretentieloze
historie.
Jammer dat hij er niet de moeite en energie in wou stoppen, om aan
Drie zusters in Londen wat meer gewicht te geven. Eric de Kuyper
was wellicht bang dat het de spontaneïteit zou verstoren, maar daardoor is de
causeur in hem wel in de schaduw gebleven.
KAREL OSSTYN