Eric de Kuyper begon met Aan zee een autobiografische reeks. Door minutieuze observaties liet hij je een langvervlogen tijd zien, ruiken en voelen. De reeks stokte toen De Kuyper in de jaren vijftig was aanbeland. Er volgde een grandioos slechte detective (dat kan De Kuyper dus weer niet). Er volgde een autobiografisch boek dat speelde in het heden. Er verscheen een deel dat bij de reeks hoorde, maar die ging over het leven van zijn moeder en haar zusters in een hotel in Londen. Dat speelde in een tijd waarin hij zelf nog lang niet geboren was en de vraag is of het deel dan tot zijn autobiografie behoort. En nu is er opnieuw een boek uitgekomen dat gaat over het heden: Met zicht op zee.
Als fervente fan word je zo onderhand razend nieuwsgierig naar dat vervolgdeel van de jaren vijftig. Wat is er allemaal gebeurd? Waarom is het schrijven van die delen zo ontzettend moeilijk. Schiet eens op De Kuyper; ik word ongeduldig. Met zicht op zee valt behoorlijk tegen. De schrijver verschanst zich vaak in een modern appartementencomplex in Oostende. De vierde muur is van glas en daardoor kan hij dag en nacht naar zee kijken. Die plek leidt tot allerlei observaties over de zee, het weer, het heden en verleden. Slechts op een paar pagina's kom ik die toon van een echte De Kuyper tegen. Een herinnering aan een ouderwetse boekhandel, waar hij en zijn zus altijd stiekem hete romans uitlazen en de verkopers niet opletten omdat zij ook aan het lezen waren, is dan weer de moeite waard.
Daar tegenover staan veel bladzijden vol met constateringen die ik hemeltergend
nietszeggend vind. De auteur blijkbaar ook want hij excuseert zich ervoor.
'Wandelde je naar Oostende toe, dan keer je op de terugweg de stad de rug
toe. Dat is nogal vanzelfsprekend, maar deze triviale constatering is een
wezenlijk onderdeel van het ongecompliceerde wandelplezier. De terugweg
is niet alleen visueel anders, je wordt ook op een andere manier met de,
wind geconfronteerd. Heen tegen betekent terug mee. En omgekeerd.
(Ik weet het, het is heel banaal ... )'
Het is inderdaad heel banaal en een goede uitgever beschermt zijn auteur
tegen dit soort ontboezemingen. Vooral als het onderwerp dertig bladzijden
later nog eens aan de orde komt met dezelfde scherpzinnigheid. 'Begin je
je wandeling met tegenwind of besluitje haar ermee? Geen onbelangrijke
vraag. Ook of je gebruik zult maken van de fiets, hangt af van de windkracht.'
Het moge duidelijk zijn: de nieuwste De Kuyper stelt behoorlijk teleur. Wie al zoveel prachtige boeken geschreven heeft, mag ook een keer een misbaksel afscheiden. Ik blijf gewoon in spanning naar een nieuw deel autobiografie.
Coen Peppelenbos
28 mei 1997