De cineast en schrijver Eric de Kuyper staat de laatste jaren in de belangstelling dankzij zijn prachtige autobiografische verhalen. Hij weet een beeld van zijn jeugd op te roepen die gelijk is aan de autobiografieën van Paustovski en Canetti. Literatuur waarin niet zoveel gebeurt, maar die dankzij de beschrijvingen van allerlei details die er blijkbaar wel toe doen in een leven, uitgroeien tot een meesterwerk. Daarmee zijn die verhalen een unicum in de Nederlandstalige letteren.
Lente
Eric de Kuyper moest in de lente en zomer van 1993 colleges geven over
film in Frankfurt. Zijn colleges gaan behalve ver zijn eigen films
ook over de Hollywodfilms en de lichamelijkheid van de acteurs op het witte
doek. Tijdens zijn colleges ontdekt hij in zijn gehoor een jongen, Jim,
waar hij langzamerhand verliefd op wordt. De autobiografische roman Te
vroeg…te laat… is het verslag van die liefde.
De beschrijving van de verliefdheid is prachtig. Met een milde doortastendheid
weet hij tot de jongen door te dringen. De Kuyper moet daarvoor veel
moed bij elkaar verzamelen, maar hij durft, mede dankzij zijn leraarschap
de jongen aan te spreken. Jim van zijn kant reageert aardig, maar afstandelijk.
En zo ontwikkelt zich langzamerhand een verhouding die erotisch van aard
is, maar voornamelijk een verhouding die zich afspeelt in de geest van
De Kuyper.
Hij kan bijna niet wachten tot de dagen dat hij colleges moet geven
en is hevig teleurgesteld als hij hem niet aantreft in de banken.
Eik detail is van belang. Waar gaat hij zitten, kijkt hij wel
naar mij, lacht hij wel mee met de anderen als er gelachen wordt, heeft
hij zich geschoren, welke kleren draagt hij?
'Bij de filmvertoning is hij er dan toch. Buiten adem springt hij van
zijn fiets. Hij draagt nu geen jas, alleen een bloes die los over zijn
jeans hangt. Het is weer een blouse met lange mouwen.
Hij lacht naar me, en gaat in de zaal vlak voor mij zitten. Hij
heeft roos, merk ik. Hij draagt zijn haar tamelijk lang. Ik hoop niet dat
hij daar verder bedoelingen mee heeft; dat hij het wil laten groeien om
er een paardestaart van te maken! Gelukkig blijkt dat in Duitsland geen
mode te zijn, of is die mode hier al voorbij.'
Juist al die detailopmerkingen maken het boek zo herkenbaar. Nauwgezet
beschrijft De Kuyper de geschiedenis van deze liefde. Dag voor dag houdt
hij zijn lezers op de hoogte van zijn mijmeringen en verlangens. Daarbij
is hij voorzichtig en tegelijkertijd heeft hij haast, want hij is al vijftig
en heeft niet meer de tijd om zo lang te wachten. Bovendien is na een aantal
weken zijn collegeperiode voorbij.
Zijn omgeving merkt dat hij verliefd is. De mensen die met hem werken
proberen dan ook zoveel mogelijk te doen om De Kuyper te helpen. Maar de
cineast gaat zoveel mogelijk zijn eigen weg en koopt dingen voor Jim.
Het lezen van deze liefdesgeschiedenis is naast een esthetische ervaring
ook een pijnlijke. Van het begin van het verhaal denk je namelijk
al dat het met deze geschiedienis niet goed zal aflopen. Het leeftijdsverschil
is te groot en daarnaast is het kennisverschil ook veel te groot en bovendien
weet De Kuyper niet eens of Jim homoseksueel is. Maar De Kuyper schrijft
zo teder en zacht over zijn object van liefde dat je wel in het verhaal
zou willen stappen om die jongen te dwingen de cineast lief te hebben.
En al is het einde voorspelbaar, het blijft treurig om die scène
te moeten lezen. Tijdens een etentje verklaart De Kuyper zijn liefde aan
Jim.
‘Ik zeg: ‘Ich liebe dich, Jim’.
Hij antwoordt: Ich liebe dich nicht'.
En zo is het zorgvuldig opgespaarde verlangen in één
keer teniet gedaan. Het verdriet zit diep. De laatste dagen
van zijn colleges ontwijkt Jim hem een beetje; hij is zelfs niet op het
afscheidsfeest.
De autobiografische boeken van De Kuyper over de periode tussen zijn
jeugd en zijn ongelukkige Duitse liefde moeten nog verschijnen. Ik hoop
dat hem veel geluk ten deel is gevallen.
Coen Peppelenbos
12 januari 1995
NHL-KRANT *** HOME *** ALFABETISCHE LIJST