NRC Handelsblad, 30
januari 2004
Uitgestoten door
de stad
Marco Kunst: Gewist. Querido.Vanaf
12 jaar. 372 blz. EUR14,50
Judith Eiselin
Wat
kunnen computers toch zeuren. Telkens weer herhalen zij dezelfde boodschap: er
is iets fout. Maar wat precies, dat blijft doorgaans geheim. In de
debuutjeugdroman Gewist beschrijft Marco Kunst de
uiterste consequenties van leven onder het juk van de computer. Zijn
hoofdpersoon Sig leeft in een kunstmatige,
computergestuurde hel die zich voordoet als de hemel. Meestentijds ervaren de
bewoners van de enorme ommuurde stad in dit sciencefictionboek dat ook zo. Wat
ze nodig hebben, krijgen ze. Tot onbekende dromen, woeste passie en
nachtmerries zijn ze niet langer in staat. Zij kennen verlangens noch
verleiding, maar lijden ook niet langer. Hun emoties zijn afgevlakt en naderen
tot nul. Verder dan de ook aan ons eenentwintigste-eeuwers
overbekende verzuchting komen ze niet: computers zeuren. Soms erger nog dan
ouders, leerkrachten, kinderen en werkgevers. Sig
valt in slaap in de metro. Aan het eind van de lijn, minstens dertig haltes te
ver, wordt hij wakker. Over het lege perron schalt bij herhaling een
computerstem: `Onderhoudsstation Alfa-1 verzoekt u
vriendelijk maar dringend naar perron 2 te gaan en daar de komst van lijn 34 richting B af te wachten.' Sig
ziet nergens een richtingaanwijzer. Hij laat zich voor een keertje van het
perron zakken om het spoor over te steken. Deze kleine overtreding kost hem
zijn leven. Een `railreiniger' suist naderbij, schept hem op en deponeert hem,
samen met `een paar stofpluisjes en een leeg limonadeflesje', buiten de muren.
Tot op dat moment wist Sig nauwelijks dat het
bestond, `buiten de muren'.
Gewist
is een knap in elkaar gestoken boek, waarin bekende sciencefiction- en
sprookjeselementen op een geestige en vernuftige manier worden hergebruikt. Sigs queeste buiten de muren roept
de reis van Dorothy in het land van Oz in herinnering. Een dwaas zonder verstand en een
robotkop zonder hart vergezellen hem op zijn spannende reis naar de `CC', de
centrale computer.
Aanvankelijk
wil Sig terug de stad in. Maar een weg terug bestaat
niet, want hijzelf bestaat niet meer. Hij is uit de geheugens van zijn ouders
verwijderd, zijn klasgenoten weten niets meer van hem af. Sig
is een niemand, alleen nog niet voor zichzelf. Hij moet zich nog even grondig
laten wissen bij het dichtstbijzijnde `kringlooppunt'. Zijn grondstoffen zullen
weer voor nuttige zaken gebruikt worden.
Marco Kunst, die in 1999 debuteerde bij uitgeverij Sun
met een verhalenbundel voor volwassenen, heeft de schijn tegen. Gewist staat
vol clichés uit het sciencefictiongenre. Zeker een volwassen lezer die de
conventie kent, levert dat aanvankelijk een wat vermoeid gevoel op. Maar al
gauw zit er niets anders op dan doorlezen. Kunst geeft het gebruikelijke
namelijk nieuwe glans.
Het
zijn vooral de personages die het boek zo de moeite waard maken. Uit de
afvalbergen die Sig buiten de stadsmuren aantreft,
steekt ineens een hoofd met roodverbrande, wijd uitstaande oren en scheve
tanden. Zulke oren en tanden heeft hij nog nooit
gezien. Zo zien mensen er niet uit, in de stad, en zo oud zijn ze trouwens ook
nooit. Plijster, heet dit figuur. Hij spreekt een
onnavolgbaar taaltje: `Wat zullen we hebben? [...] Een nieuwertje.
Promprom. Zoete bloemlucht van de railracert eromheen. Drumdriedum.
[...] Gebracht door de nacht. Wat had je gedacht? [...] Zou het weer een wissewassertje zijn, of misschien toch eindelijk eentje die
nog wat weet?'
Plijster ontpopt zich tot een ontroerende en heldhaftige gids. Jaren
geleden werd hij door de stad uitgestoten, weggegooid, net als Sig. Hij kent de afvalhopen en de gevaren, hij weet van de
wouden in de verte. Als hij niet onoverwinnelijk blijkt, onthutst dat de lezer,
zoals het ook Sig doet. De nieuwe metgezellen die Sig treft, de `gewiste' man Hork, Kunsts
variant op de `nobele wilde' en Kop, het robothoofd, zijn vervolgens op geheel
eigen wijze ontroerend. Het boek heeft een onverwacht einde, de spanning wordt
tot op het laatst volgehouden.
In de
Nederlandse jeugdliteratuur is er maar één schrijver die Kunst in dit genre boeken
overtuigend voorging: Tonke Dragt.
Zowel naar stijl als naar inhoud vertoont Gewist verwantschap met haar
sciencefictionboeken, zoals het inmiddels klassiek
geworden, geweldige Torenhoog en mijlenbreed en het wat minder sterke vervolg
Ogen van Tijgers, uit respectievelijk 1969 en 1982.
Net als Dragt maakt Kunst speels
gebruik van ontdekkingen en verworvenheden uit de natuurwetenschappen. Net als
zij blinkt hij uit in het beschrijven van de ongerepte natuur, paradijs en
bedreiging ineen. Soepel en beeldend is zijn taal, bekend en onverwacht
tegelijk zijn zijn beelden en zijn boodschap. Hij
vertelt vaardig en rap, zonder tijd te verspillen. Allemaal net als zij, maar
gelukkig net even anders.