Schrijver Kuijer, Guus

Titel Zwarte stenen, De

Jaar van uitgave 1984

Bron De Volkskrant

Publicatiedatum 20-07-1984

Recensent Herman Tromp

Recensietitel Kuijer : spannend jeugdboek met diepgang

Het komt in de jeugdliteratuur niet zo vaak voor dat een schrijver zijn persoonlijke ideeën meegeeft aan een hoofdfiguur van zijn verhaal zoals Guus Kuijer doet in De zwarte stenen. Die hoofdpersoon heet Dolon en woont in een stad van torenbouwers. De bevolking leeft daar heel primitief en slooft zich van de vroege morgen tot de late avond uit voor de verwezenlijking van een droom: de bouw van een toren. De mannen en jongens hakken stenen in de groeve en metselen die vervolgens op de zoveelste trans van de [email protected] die tot in de hemel moet reiken. De vrouwen werken op het land om gewassen te verbouwen die ze verkopen. Van het geld kunnen ze dan nieuwe, zwarte, stenen aanschaffen. Die worden almaar duurder, dus moet er harder worden gewerkt.

Het kost Dolon veel tijd en moeite om er achter te komen dat het torenplan een waanidee is. Na de dood van zijn tweelingbroer Omar zwerft hij jarenlang rond, samen met een meisje dat Gids wordt genoemd en dat hem ook echt de weg wijst in een wereld die meer in zich bergt dan hij aanvankelijk dacht. Na zijn queeste vertelt hij zijn stadgenoten zijn nieuw verworven ideeën. Maar niemand wil naar zijn waarheid luisteren. Zijn gids spoort hem dan aan zijn ontdekkingen op te schrijven en zo zijn dode tweelingbroer Omar te gedenken.

"Dolon schreef alle dagen van zijn leven. Hij vertelde het verhaal van de zwarte toren, steeds opnieuw, steeds met andere woorden. Maar daarnaast schreef hij verhalen zoals Omar ze had kunnen bedenken. Ffij begon natuurlijk met de eenden en hij ging naar de rivier om ze te bestuderen." Kuijer is zelf een eendenexpert. Hij heeft er een prachtig boekje Eend voor eend over geschreven. Kuijer is ook een schrijver die steeds weer hetzelfde verhaal vertelt, steeds met andere woorden. Al in zijn eerste boeken voor volwassenen, Wimpers, De man met de hamer en Het dochtertje van de wasvrouw, heeft hij het over mensen die nooit nadenken over de zin van hun handelingen. Altijd doen zij zich naar buiten toe zekerder voor dan zij in werkelijkheid zijn. Met de torenbouwers is het net zo.

In zijn jeugdboeken, die over Madelief en vooral in Drie verschrikkelijke dagen en Een gat in de grens, beschrijft Kuijer personen die voortdurend hun rol van handhaven spelen. De vader van een van de meisjes uit De zwarte stenen vertoont die onhebbelijkheid in karikaturale vorm. Dat meisje, Brigan, komt uit de naburige stad van de handelaren, en is het geheime vriendinnetje van Dolon. In het inwendige van de toren beleven zij een angstig avontuur. Niemand heeft hen daar gezien en toch weet haar vader dat zij daar is geweest. Zij wordt er direct mee gechanteerd. Tot dan toe was Brigan een echte spring-in-het-veld. Haar vader eist nu van haar dat zij hem in alles zal gehoorzamen. "Je zult nog eens plezier krijgen in gehoorzamen. Je zult leren wat ik wil, je zult zeggen wat ik wil en je zult vinden wat ik wil. Ik zal je uitleggen hoe de wereld in elkaar zit en hoe je moet handelen. Dat is je toekomst."

Brigan moet wel. Ineens gaat het veel beter op school. Ze wordt eindelijk volwassen, zeggen haar leraren dan. "Ze deed briljant eindexamen, omdat zij haar leerboeken uit het hoofd kende en daaruit vlekkeloos kon voordragen." Maar ze werd ze er niet gelukkig door. Vroeger vertelde Kuij er eenzelfde verhaal over zichzelf, in menig interview herhaald. Ook hij werd naar school gestuurd, een internaat nog wel, leerde daar veel, maar raakte er hopeloos gefrustreerd.

In het verhaal besteedt hij verder geen woord meer aan Brigan. Zij wordt afgeschreven. Zij is te gewoon geworden. Het is dus niet alleen in de hoofdpersoon dat Kuijer iets van zichzelf stopt. Ook in bijfiguren. Hij doet dat in Brigan, maar ook in een zekere Dramok, de Kuijer uit Het gen-finachte kind. Van hem hoort Dolon de volgende wijsheid. "Ik ben ook jong geweest, maar ik schaam me er temninste voor. Jij zit hier met een gezicht alsof je het recht hebt mij uit te horen. De jeugd wil de antwoorden op een presenteerblaadje en vindt dat het zo hoort. Welja. Terwijl ik alles zelf heb moeten bedenken. Maar goed, je vraagt maar. Ik geef antwoord, maar ik leg niks uit, want daar wordt een mens krankzinnig van, gek, knots, imbeciel, snap je?" Dolon was toen nog jong. Later vertelt hij bijna woordelijk hetzelfde aan een meisje dat hem komt vragen of hij echt gek is.

Zo werkt Kuijer in dit nieuwe boek met figuren die vaak afsplitsingen van hemzelf zijn. Een procédé dat sinds Max Havelaar wel vaker in de literatuur wordt toegepast. In de jeugdliteratuur is het volkomen nieuw. Wat Kuijer in zijn eigen gedachten heeft meegemaakt wordt in verschillende personen gestopt. Door de confrontatie met hen wordt Dolon wijs, zoals Kuijer van zijn eigen tegenwerpingen heeft geleerd. Dat is de essentie van dit uitzonderlijke boek. In de keuze van de plaats van handeling doet het een beetje denken aan De tuinen van Dorr van Paul Biegel. Waar dat boek meer een spiegel van onze wereld is, schetst De zwarte stenen vooral een persoonlijke ontwikkeling. Maar ook een spiegeling van de wereld.

Op zijn zoektocht ontdekt Dolon dat ver weg in het noorden ook zo'n toren staat als zijn volk aan het bouwen is. Alleen wordt die toren afgebroken en de zwarte stenen worden voor grof geld verkocht. Verkopers trekken eropuit om andere volken ertoe aan te zetten ook een toren te bouwen. Zij vertellen natuurlijk niet rechtstreeks wat ze willen. Dolon heeft dat een keer meegemaakt. De verkoper deed zich daarbij voor als een zendeling. Zijn gehoor hield hij voor dat zij bijzondere mensen zijn die in contact staan met het hogere. Dat gevoel kan nog intenser worden als zij de afstand tot dat hogere weten te verkleinen. Zij moeten dus een toren gaan bouwen. De stenen voor de fundering kunnen ze cadeau krijgen. Als hij over het hogere spreekt, staan de woorden Hem en Boodschapper steeds met een hoofdletter geschreven.

Dolon twijfelt dan aan de goede bedoelingen van de zendeling /verkoper. Deze komt immers uit het noorden en wordt begeleid door een paar soldaten van het leger dat hij uit zijn eigen streek kent. Keiharde jongens die zijn broer vermoord hebben, alleen omdat die niet van ganser harte wilde meewerken. Soldaten ook die de bevolking van een heel dorp hebben gedood. Alleen omdat ze hongerig een voedseltransport aanvielen dat naar het noorden ging.

De mensen uit het noorden zijn dus grote hypocrieten, die het geloof gebruiken om er zelf beter van te worden. Dat is de Noord-Zuid-problematiek in een verhaal verwerkt. Zo zitten er veel meer dingen in dit boek die het nog meer doen zijn dan een versluierde weergave van een persoonlijke ontwikkeling. Door het ontbreken van de uitleg is lang niet alles één twee drie te vatten of te duiden. Dat is helemaal niet erg. Kuijer heeft ooit in een retorische vraag gesteld begrijpt u Dostojevsky of Joyce? De lezer krijgt Kuijers ervaringen niet op een presenteerblaadje aangereikt. Juist dat wat volgens Dramok de jeugd wil, overal uitleg over krijgen, ontbreekt dus. Toch is het voor kinderen van veertien jaar een heel aantrekkelijk boek. Vol spannende avonturen. Maar het is veel meer dan dat. Het heeft ook diepgang. Het is maar wat de lezer wil.

 

Hosted by www.Geocities.ws

1