NRC Handelsblad, 20
februari 2004
De
lievelingsjongen van Jezus
Guus Kuijer:
Het boek van alle dingen. Met tekeningen van Peter-Paul
Rauwerda, Vanaf 10 jaar, Querido,
103 blz. EUR11,50
Monique Snoeijen
Is dit wel een kinderboek? Guus Kuijer
is een kinderboekenschrijver, en Het boek van alle dingen verschijnt in het
jeugdfonds van Querido. Dus het is een kinderboek,
zou je denken. Maar is de gemiddelde 10-jarige voldoende bijbelvast om Kuijers subtiel plagerige observaties over het geloof te
kunnen vatten?
In
Het boek van alle dingen probeert de 9-jarige Thomas zich te bevrijden van zijn
tirannieke vader die - uit naam van God - vrouw en kinderen slaat. Sterker nog:
Thomas wil wraak nemen. `,,Alle plagen van Egypte'',
fluisterde hij. ,,Stuk voor stuk.'' Hij hield erg van
zijn vissen, maar soms was het nodig offers te brengen.' Het is tijd dat zijn
vader wordt getroffen door een plaag, omdat vaders hart - net als dat van de
farao van Egypte - maar niet verandert. Daarom kleurt Thomas het water van het aquarium
in de huiskamer met ranja rood.
Thomas
kan in het verstikkende orthodox protestantse gezin adem blijven halen omdat
hij een grenzeloze fantasie heeft. Hij schrijft in zijn dagboek (`Het boek van
alle dingen'), hij ziet dingen die er niet zijn en voert gesprekken met de Here Jezus: `De Here Jezus keek
Thomas aan en legde Zijn hand op zijn hoofd. ,,Je bent
sterk Thomas'', zei hij. ,,Je bent sterk omdat je lief
bent, zul je dat onthouden? Wij hierboven zijn trots op je. Geloof je dat?'' ,,Ja Here Jezus'', zei Thomas. ,,Zeg maar Jezus'', glimlachte de Heer. ,,Je
bent namelijk Mijn lievelingsjongen. Misschien neem Ik je wel tot Mij.'' Je had
niet zoveel aan Hem, maar leuk dat Hij af en toe een praatje kwam maken. ,,Dat lijkt me mieters Jezus'', zei Thomas. Toen sliep hij
in.'
Kuijer toont, over de hoofden van tienjarigen heen,
zijn verwondering over het geloof. Als Thomas op zondag over straat loopt en
alles wegdenkt wat God heeft verboden, laat hij de vogels blijven. `Omdat ze
geen ziel hadden.' En zo laat hij Jezus aan Thomas verschijnen: `,,Moet je horen Thomas'', hoorde Thomas. Het was de Here Jezus. Hij stond te roepen in de woestijn.'
Maar Kuijer maakt in zijn boeken wel vaker grappen over de
hoofden van kinderen heen. Als Polleke bijvoorbeeld
in Voor altijd samen, amen na een antiracismeproject op school concludeert `Ik
weet nu dat je elkaar mag uitschelden voor rotte
aardappel. De rest is racisme', dan is dat voor een volwassen lezer vooral zo
grappig omdat die bekend is met politiek-correcte
overgevoeligheden. Tegelijkertijd blijft er voor kinderen een waarheid als een
koe over die evenzogoed geestig is.
Zullen
kinderen ook (glim-)lachen om Het boek van alle dingen? Nee. Maar is dat erg,
en is het daarmee geen kinderboek? Als Thomas een kikkerplaag voor de voordeur
van zijn huis ziet, spreekt hij de kikkers toe: `Dus gaan jullie nu maar weer
terug naar jullie sloten en grachten. Dank jullie wel voor de bewezen
diensten.' En Kuijer schrijft dan: `Thomas hield van
woorden, vooral als hij ze niet begreep.' En zo is het. Dat kinderen af en toe
een laag ontgaat, draagt juist bij tot het mystieke van Thomas' geloof. Want
dat het geloof voor Thomas een serieuze zaak is, ook al denkt zijn vader dat
hij er de spot mee drijft, is duidelijk.
Dus: ja, Het boek van alle dingen is toch een kinderboek. Een
kinderboek waarvan je buikpijn krijgt. Omdat alleen Kuijer
zo ogenschijnlijk terloops, maar minutieus gecomponeerd schrijven kan en zo het
hart van de lezer wagenwijd open krijgt. In dit boek meer dan ooit. Want zijn
hoofdpersoon is nu eens niet een lichtvoetig met het leven
worstelend modern personage à la Polleke,
maar een loodzware jongen in de jaren vijftig met naar één wens: gelukkig
worden.
Het
boek van alle dingen is alleen geen boek voor die kinderen die eisen dat een
verhaal als een legpuzzel in elkaar past. Op één moment creëert Kuijer bewust verwarring. Het is de passage waarin Thomas
de kikkerplaag toespreekt. Als lezer weet je: Thomas ziet weer eens iets wat
anderen niet zien. Maar dan zegt de vader tijdens het avondeten: `O ja [...]
dat was ik bijna vergeten. Vanmorgen, toen ik de deur uit ging, zat er een
kikker in een hoek van het portiek. Het arme beest was
zo bang dat hij zijn handjes voor zijn ogen had geslagen.' Kuijer
heeft hier overduidelijk een bedoeling mee. Maar welke? Het stoort alleen maar,
want het tilt de lezer tegen zijn zin even uit het verhaal.
Tegen
het einde van het boek sluipt de opstand het huis van Thomas binnen. Die was al
ingeluid door Thomas' vriendschap met mevrouw Van Amersfoort, de buurvrouw van
wie alle kinderen in de straat denken dat ze een heks is. Ze laat Thomas
Beethoven horen, leent hem boeken die hij van zijn vader niet lezen mag en
geeft hem het recept voor geluk: niet meer bang zijn. En hoe ze het weet, weet
Thomas niet, misschien omdat ze een heks is, maar mevrouw Van Amersfoort weet
van het grote geheim dat vader moeder slaat. Langzaam maar zeker veranderen de
vrouwen om Thomas heen in heksen, dat wil zeggen: vrouwen zonder angst. Tante Pie trekt tegen de wil van haar man een damespantalon aan,
moeder begint vader tegen te spreken en zijn zus Margot
blijkt toch niet `zo'n domme ui' als hij altijd had
gedacht.
,,Helemaal uitzichtloos kan niet'', zei
Kuijer in een interview in deze krant. ,,Niet voor kinderen. Alles kapot, dat is meer iets voor
volwassenen.'' Dus sluit aan het eind van het boek de heksenkring zich in de
huiskamer van Thomas, een huiskamer die opeens is gevuld met Louis Armstrong, Annie M.G. Schmidt en andere vrolijkheid. Met Thomas komt het wel goed,
weet de lezer, maar het uitzicht komt zo onverwachts, dat als je het boek hebt
dichtgeslagen de buikpijn blijft.