NRC Handelsblad, 17 november 2006

Middeleeuwse roadmovie
‘Kruistocht in spijkerbroek'
draait in 107 bioscopen. Het verhaal ‘Tijdmachine op wielen', een verslag over
de reis van Jaco Alberts
langs de route van de kinderkruistocht, is na te lezen op www.nrc.nl/kunst
Jaco Alberts
Ben Sombogaart
maakte van ?Kruistocht in spijkerbroek' een al even
spannende en meeslepende film. Wat maakt dit boek toch zo tijdloos spannend?
Het moet sinterklaasavond
1975 zijn geweest dat ik een dik ingepakt boek openmaakte: Kruistocht in
spijkerbroek. Op de kaft een blonde jongen met rood
shirt en spijkerbroek tussen een stoet vaal
geklede kinderen, sommigen met een houten
kruis in de hand. Ik herinner me nog dat ik de titel niet begreep. Twee
onverenigbare begrippen voor een bijna tienjarige. Bij het openslaan van het
boek viel mijn oog onmiddellijk op een vreemd gedraaide landkaart van Europa:
een spannend avonturenboek dus!
Regisseur Ben Sombogaart van de boekverfilming die deze week in première
is gegaan vertelt in een geschreven toelichting dat hij zag hoe het boek van Thea Beckman zijn eigen zoon
raakte. Die had het jarenlang naast zijn bed liggen. Ook ik herlas het verhaal
vele malen.
Met het boek op schoot
reed ik vele jaren later voor de reisbijlage van deze krant in het voetspoor
van de kinderkruistocht over zoveel mogelijk over kleine weggetjes van het
Duitse Spiers naar het Italiaanse Brindisi.
Want Kruistocht in spijkerbroek kun je filmen, je kunt er een computergame en
lesmateriaal voor basisscholen van maken, zoals nu in navolging van de film is
gebeurd. Je kunt het boek ook nareizen. Dat brengt de reiziger bijvoorbeeld in
het schilderachtige Karwendelgebergte waar een ruïne
tegen de bergwand is geplakt die Beckman heeft
geïnspireerd tot het verhaal over de roof van tientallen kinderen door graaf Romhild. Dat het kasteel van eeuwen na de kruistocht stamt,
maakt het niet minder spannend.
Maar wat maakt Kruistocht
in Spijkerboek zo'n fantastisch boek? Waarom behoort
het tot de hoogtepunten uit de Nederlandse jeugdliteratuur? Volgens Sombogaart gaan boek en film om ?ontroering''.
Kinderen worden volgens hem gegrepen ?niet zozeer door
de middeleeuwse geschiedenis, maar vooral door de emotie, de vriendschappen en
de romantiek.''
Dat lijkt me flauwekul. Voor emotie, vriendschappen en romantiek hoef je
de televisie maar aan te zetten, en je wordt ermee overspoeld. Natuurlijk
zitten die soapingrediënten in het boek, maar in welk boek niet? Er moet meer
zijn om het ene kinderboek boven het andere te laten uitstijgen. Het moeten wel
degelijk ook de Middeleeuwen zelf zijn die blijven trekken. Ga maar op een basisschool
kijken. Meisjes verkleden zich als prinsessen, en jongens willen ridders zijn.
Verhalen over de Middeleeuwen staan voor meer dan emotie, vriendschap en
romantiek: ze gaan ook over avontuur, heldenmoed en strijd tegen ?slechteriken', zoals mijn zoontje van bijna acht ze steevast
noemt.
In de geromantiseerde
kinderversie zijn de Middeleeuwen bovendien een onbekende, andere wereld,
waarbinnen het heerlijk fantaseren is. Oudere generaties lazen het Geheim van Eemdaele van Heer Halewijn of Fulco de Minstreel van Joh. Kievit stuk. Mijn generatie
droomde weg in Kruistocht in Spijkerbroek, Brief voor de Koning van Tonke Dragt en zat aan de buis
gekluisterd bij Floris. Nu verslinden kinderen én
volwassenen massaal de avonturen van Harry Potter
waarin ook onmiskenbaar een middeleeuwse sfeer hangt.
Toch zijn de tot de
verbeelding sprekende Middeleeuwen alleen geen afdoende verklaring voor het
grote succes van Kruistocht in Spijkerbroek. Geef me de Ruimte van dezelfde
schrijfster uit 1976 is een prachtige schreeuw om vrijheid van een weggelopen
meisje uit het veertiende-eeuwse Brugge tegen de achtergrond van de
verschrikkingen van de Honderdjarige Oorlog. Dertig jaar later is het boek wel
wat in de vergetelheid geraakt. De verklaring is wellicht heel simpel.
Met de vrijwel vergeten
kinderkruistocht had de twee jaar geleden overleden Beckman
begin jaren zeventig een gouden verhaal in handen: een schare van duizenden
straatarme kinderen die in 1212 vanuit Keulen op pad gaat om Jeruzalem te
bevrijden uit handen van de Saracenen. Als ze de
Alpen over zijn, zo is hen verteld, zullen ze naar Jeruzalem kunnen lopen. Net
als bij Mozes zal de zee voor hen splijten. Maar in
werkelijkheid is de malicieuze ?broeder' Anselmus van plan de kinderen te verkopen aan slavenhandelaren.
Een verhaal dat ten dele een historische achtergrond
heeft en bijna te fantastisch is om zelf te kunnen verzinnen. Een verhaal dat
zich zo goed leent voor een kinderboek, omdat het wemelt van de
kinderpersonages waarmee de lezer zich kan identificeren. En een verhaal waarin
die kinderen - ook zo'n succesformule in de
jeugdliteratuur - dingen doen die normaal alleen grote mensen doen. Het zijn
toch immers alleen echte ridders die op kruistocht gaan?
Maar voor Thea Beckman was dit verhaal niet
meteen een boek, vertelde ze me in 2000 toen ik op het punt stond de tocht na
te reizen. Samen met haar man had Beckman de tocht
met de auto gereconstrueerd. Dat er een kruistocht van armen heeft
plaatsgevonden met daaronder veel kinderen, lijkt wel zeker. Maar welke route
de kruisvaarders volgden, is onduidelijk. Beckman had
zo veel mogelijk de snelweg verlaten, de locaties bezocht, de belangrijkste
verwikkelingen bedacht. Maar voor haar gevoel ontbrak er nog iets aan het
verhaal. Ze besloot tot een briljante ingreep: ze bedacht Dolf Wega (in de Engelstalige de film Dolf Vega),
een 15-jarige jongen uit het twintigste-eeuwse Amstelveen die ze met de
kruistocht meestuurt. Hij is er per ongeluk in terecht gekomen tijdens een
experiment met een tijdmachine. Op het eerste gezicht misschien niet de meest
originele inval, maar hij wel pakt bijzonder goed uit. Dat komt doordat Beckman er terughoudend mee omgaat. ?Rudolf
van Amstelveen', zoals hij gaat heten, is geen arrogante betweter die even in
het verleden gaat ingrijpen.
Dolf is een bedachtzame
jongen die verbaasd is, verbijsterd vaak, over wat hij ziet en die probeert
zijn kennis te gebruiken om de kruistocht bij te sturen. Het leidt tot een
prachtige en leerzame confrontatie tussen de middeleeuwse mentaliteit en de
Verlichting. De kinderen vertrouwen op de goddelijke almacht en dragen lijdzaam
hun lot terwijl Dolf een product is van het moderne individualisme dat van
mensen verwacht dat ze zelf nadenken en hun eigen lot in handen nemen. Een
thema dat aan actualiteitswaarde nog niets heeft ingeboet.
Natuurlijk wordt Dolf door
sommige ?kruisvaarders' gezien als duivelskind en
beschuldigd van hekserij. Anderen zien in hem juist een wonderdoener. De
confrontatie tussen deze werelden zorgt ervoor dat de middeleeuwse kinderen
meer en meer verantwoordelijkheid gaan nemen voor hun
eigen leven. Aan de andere kant beleeft de ongelovige Dolf bij de tombe van de
heilige Sint Nicolaas in het Italiaanse Bari zijn moment van religieuze ontroering. Ziehier, de
twee wereldbeelden hoeven elkaar dus niet te vuur en te zwaard bestrijden.
Dergelijke diepten bereikt
de film niet. Van ontwikkeling van karakters is weinig sprake. Maar de
confrontatie tussen de moderne en middeleeuwse mentaliteit zelf is wel mooi en
overtuigend in beeld gebracht. De kinderen begrijpen niet dat Dolf voor de
goede afloop niet op God vertrouwt. Maar Sombogaart
maakt geen kermis van de verschillen en is gelukkig dicht bij de Dolf van het
boek gebleven. Hilarisch is wel de rol van de iPod
die door Dolf een ?troubadour in een doosje' wordt
genoemd. Terwijl ze in een bakkerij in Rottweil
duizenden broden staan te bakken, zingen de middeleeuwse verschoppelingen vals
maar uit volle borst mee met ?We are the champions' van Queen.
De moeder van Dolf beleeft
in de film intussen haar hele eigen avontuur als wetenschapster die haar zoon
probeert terug te vinden. Uit oude archieven wordt een middeleeuws handschrift
opgedoken van priester Thaddeus die verhaalt over de
kruistocht en het optreden van een wonderlijke jeugdige leidersfiguur. Zo komt
ze Dolf weer op het spoor. (?Rudolf van Rotterdam? In
1212 bestond Rotterdam nog helemaal niet!'). Dat is een leuke vondst die doet
denken aan andere tijdreizigers die in het heden sporen nalaten zoals in het
verhaal De geboorte van een God van Hubert Lampo waarin indianengod Quetzalcoatl
een gestrande astronaut blijkt te zijn. Dolf figureert ook in kleurrijke
miniaturen die het oude boek illustreren.
Maar Kruistocht in
spijkerbroek is niet alleen een reis in de tijd. Het is ook heel nadrukkelijk
een reis door middeleeuws Europa. Daarom leent het boek er zich ook zo goed
voor om door de liefhebber nagereisd te worden. Met het boek in de hand kan een
reiziger de tocht reconstrueren: op zoek naar de kleine kronkelweggetjes door
de bergen, naar resten van burchten op een helling, naar middeleeuwse
overblijfselen in de steden. De Dom van Spiers staat
er nog, de kale Po-vlakte ligt er nog en de
indrukwekkende burcht van Graaf Ludovico verheft zich
nog steeds van de landtong in het Lago di Trasimeno. De Dolf van het
boek bemoeit zich nadrukkelijk met de route die hij kent van vakanties met zijn
ouders. Hij laat de kinderen in de Alpen de relatief makkelijke Brennerpas nemen in plaats van de door de boosaardige Anselmus uitgezette tocht over de kortere maar veel hogere Mont Cenis. De film is in
potentie dus ook een soort middeleeuwse roadmovie.
Misschien is dat anno 2006 een volstrekt onmogelijke opgave, maar de film
overtuigt daarin dan ook minder. De locaties blijven tamelijk vlak. De roof van
tientallen kinderen in een Alpenkloof vindt niet plaats rond een spectaculaire
roofridderburcht, zoals in het boek, maar Dolf redt de kinderen uit de klauwen
van de rovers ergens in een vaag kamp in de bossen. Zelden heeft de kijker het
idee dat hij ergens op concrete plek is, of het moet het fraaie beeld zijn van
de hongerige kinderen voor de gesloten poorten van het Duitse Spiers. ?Het vinden van de juiste locaties ging met horten
en stoten'', zegt Sombogaart. Uiteindelijk werd
vooral gedraaid in Duitsland, Luxemburg en Kroatië. Langdurig lijkt de
kruistocht te dolen door hetzelfde bosachtige landschap, dan komen ?de bergen' en dan ?de zee'. Maar daar vindt dan wel weer een
spectaculair gefilmde ontknoping plaats. De Dolf uit het boek weet dat zijn
middeleeuwse Mariecke moet achterblijven. ?Wat moet
er toch van jou worden?'' mijmert hij: ?Ik kan je niet meenemen naar mijn
eeuw.'' De Dolf uit de film denkt daar in verband met zijn Jenne
anders over. In filmliefde blijken zeven eeuwen verschil zonder morren
overbrugbaar.?Kruistocht in spijkerbroek' draait in 107 bioscopen. Het verhaal ?Tijdmachine op wielen', een verslag over de reis
van Jaco Alberts langs de
route van de kinderkruistocht, is na te lezen op www.nrc.nl/kunstis niet alleen
een reis in de tijd. Het is ook heel nadrukkelijk een reis door middeleeuws
Europa. Daarom leent het boek er zich ook zo goed voor om door de liefhebber
nagereisd te worden. Met het boek in de hand kan een reiziger de tocht
reconstrueren: op zoek naar de kleine kronkelweggetjes door de bergen, naar
resten van burchten op een helling, naar middeleeuwse overblijfselen in de
steden. De Dom van Spiers staat er nog, de kale Po-vlakte ligt er nog en de indrukwekkende burcht van Graaf
Ludovico verheft zich nog steeds van de landtong in
het Lago di Trasimeno. De Dolf van het boek bemoeit zich nadrukkelijk
met de route die hij kent van vakanties met zijn ouders. Hij laat de kinderen
in de Alpen de relatief makkelijke Brennerpas nemen
in plaats van de door de boosaardige Anselmus
uitgezette tocht over de kortere maar veel hogere Mont
Cenis.
De film is in potentie dus
ook een soort middeleeuwse roadmovie. Misschien is
dat anno 2006 een volstrekt onmogelijke opgave, maar de film overtuigt daarin
dan ook minder. De locaties blijven tamelijk vlak. De roof van tientallen
kinderen in een Alpenkloof vindt niet plaats rond een spectaculaire
roofridderburcht, zoals in het boek, maar Dolf redt de kinderen uit de klauwen
van de rovers ergens in een vaag kamp in de bossen. Zelden heeft de kijker het
idee dat hij ergens op concrete plek is, of het moet het fraaie beeld zijn van
de hongerige kinderen voor de gesloten poorten van het Duitse Spiers. ?Het vinden van de juiste locaties ging met horten
en stoten'', zegt Sombogaart. Uiteindelijk werd
vooral gedraaid in Duitsland, Luxemburg en Kroatië. Langdurig lijkt de
kruistocht te dolen door hetzelfde bosachtige landschap, dan komen ?de bergen' en dan ?de zee'. Maar daar vindt dan wel weer een
spectaculair gefilmde ontknoping plaats. De Dolf uit het boek weet dat zijn
middeleeuwse Mariecke moet achterblijven. ?Wat moet
er toch van jou worden?'' mijmert hij: ?Ik kan je niet meenemen naar mijn
eeuw.'' De Dolf uit de film denkt daar in verband met zijn Jenne
anders over. In filmliefde blijken zeven eeuwen verschil zonder morren
overbrugbaar.