Gerrit Krol
60.000 uur en De oudste jongen
door Johan Diepstraten
Je kunt op vele manieren je autobiografie schrijven, beweert Gerrit Krol in zijn boek 60.000 uur. Je kunt het hebben over de liefdes in je leven, over je reizen, je gedachten of over je ontdekkingen als wetenschapper. De minst interessante variant lijkt een autobiografie over het leven als kantoorklerk. Dat is precies wat Gerrit Krol heeft gedaan.

Hij werkte als computerprogrammeur en systeemanalist bij de Nederlandse Aardolie Maat schappij en Shell. Net voor hij afscheid nam van zijn collega's leverde hij een prestigieus boekwerk af van 680 pagina's, zijn Data Atlas, dat zijn werkgever, de NAM, had laten drukken voor een slordige anderhalve ton. Gerrit Krol had moeten sjoemelen met handteke ningen om het voor elkaar te krijgen. Een jaar later krijgt hij te horen dat er wel wat weef foutjes in zijn systeem zitten. �Misschien dat de fouten elkaar opheffen,' suggereert hij laconiek.

De Data Atlas is de dure nalatenschap voor het bedrijf, het boek 60.000 uur is de erfenis voor zijn kinderen. Voor hen schreef hij het. Zij wisten niet beter of papa ging iedere dag �naar kantoor'. Maar wat betekende dat? In de Nederlandse literatuur staat �het kantoor' voor een monotoon, verspild leven tussen mensen die zich belangrijker maken dan ze zijn, hun tijd verdoen met overleggen en plannen en altijd weer de verkeerde beslissingen nemen. Zie De vergaderzaal van A.Alberts en Het bureau van J.J. Voskuil.

In 60.000 uur is het niet anders. Krol zit bij vergaderingen waar hij geen bal van begrijpt, wat niets geeft omdat niemand weet waarover het gaat. Maar men zorgde ervoor het met elkaar eens te zijn. Vergaderen,' schrijft Gerrit Krol, �is een vorm van verval'. De cultuur is onver draagzaam en weinig productief. Maar door het succes van de gasbel in het noorden van het land krijgt hij �een piramide van bazen' boven zich.

Het mechanisme om de bazen tevreden te houden, is uiterst eenvoudig. De Managing Direc tor wil niet horen van problemen. Hij wil altijd bezuinigingen, dus de kosten moeten naar beneden. Maar tegelijkertijd wil de MD altijd groeien, dus de budgetten gaan omhoog. �Ik nam mezelf kwalijk dat ik de dialectiek van deze beweging nooit had doorzien.'

Het kantoorbestaan ziet er eveneens simpel uit. Wie succes heeft, schrijft dat toe aan de eigen kwaliteiten, wie faalt wijt dat aan de omstandigheden. Met leedvermaak ziet Krol aan dat een computerexpert voor tweehonderd en vijftig gulden per uur werkt aan een dik rapport. �Maar toen hij klaar was, ging het in de kast en het is er pas weer uitgehaald, toen we die kast nodig hadden voor iets anders.'

In de oude Nederlandse bellettrie rijst het beeld op van typekamers, van chefs, van handelsbedienden, kantoorbedienden en jongste bedienden, in een rangorde die niet meer bestaat. �Wie door de gangen loopt van een nieuw, hedendaags kantoor ziet open ruimtes, open deuren, beeldschermen met een hoofd ervoor en onder al die hoofden geen zichtbaar verschil meer tussen rang en stand, functie. Iedereen een eigen scherm, een eigen stoel, een eigen bureau en een eigen zonnescherm, want wie aan het scherm zit heeft een ander scherm nodig om de zon te weren.'

Leidde Gerrit Krol een monotoon leven in dienst van de Shell en de NAM? Nu hij afstand heeft genomen van zijn dagelijkse werkzaamheden kijkt hij ook met enige vertedering terug op de ontwikkelingen in de automatisering. Aardig is het om te lezen met welke computers de systeemanalist in de jaren zestig in de weer was. Wat een revolutionaire ontwikkeling was het: een diepliggend tv-scherm ter grootte van een ansichtkaart. �Het idee was dat we programma's inbrachten door ze in te typen en dat we hetgeen we intypten tegelijk op het scherm zagen, en waar nodig konden corrigeren!' Een wonder der techniek.

Behalve een summiere geschiedenis van de automatisering is 60.000 uur een verslag van de ontwikkelingen in het hoge noorden. Gefascineerd is hij door de gasvelden in Slochteren, Sappemeer, Scheemderzwaag. Hij wordt er zowaar po�tisch van: �Nachtelijke verkeerspleinen lijken het, zee�n van licht, kunstijsbanen waarop geen schaatser te bekennen valt.' Als kind zag hij ooit in de bioscoop het Polygoonnieuws met een opname van honderden boortorens van olieputten in het Meer van Maracaibo. Toen voelde hij het: �het hevige, bijna verscheurende verlangen daar deel van uit te maken.'

Maar er was toch nog een andere wereld die hem trok. Jarenlang had hij zich in een keurslijf gevangen gehouden, nieuwsgierig naar de geheimen van de wiskunde en de programmeertaal. En dan komt de ommekeer: �Ik was eigenlijk veel nieuwsgieriger naar mezelf'. Hij ging romans schrijven, in de avonduren. En nu, zo'n slordige 35 boeken later, autobiografisch werk.

Onlangs verscheen, behalve 60.000 uur, van Gerrit Krol De oudste jongen. Op het omslag staat dat het een roman is, maar het zijn in feite losse jeugdherinneringen, geschreven als feuilleton voor Het Nieuwsblad van het Noorden. Het is, net als de autobiografie over zijn werk, het verslag van een persoonlijke ontwikkeling. Kreeg Gerrit Krol het voor elkaar om in het bedrijfsleven een bijna onaantastbare positie te verwerven als eenoog in het land der blinden, een soortgelijke positie neemt hij in op het gymnasium. Zonder noemenswaardige inspanning haalt hij de hoogste cijfers voor wiskunde (�Zes tienen'), maar wat hem niet interesseert, verwaarloost hij. Het wemelt van de drie�n op zijn eindexamenlijst.

De buitenstaander bij Shell en de NAM blijkt ook de eenling te zijn tussen de scholieren. Het is een bekende schrijverstruc om de hoofdpersoon kleiner te maken dan hij is, om het drama tische effect te vergroten. Hij is de lange slungel, kromlopend, gebrild en �uiterst onaantrekke lijk', maar hij zal uiteindelijk �met een mooie vrouw' trouwen. Naar eigen zeggen heeft hij nergens talent voor, maar stiekem heeft hij in de avonduren een omvangrijk oeuvre bij elkaar geschreven, waarin De oudste jongen en 60.000 uur als aardige terzijdes beschouwd kunnen worden.

Zo is alles dan toch nog goed gekomen. Gerrit Krol mag terugkijken op een wat saai, ordente lijk leven -de echte wereld-, maar in zijn boekenkast is ongeveer ��n meter Krol te vinden met zijn verbeelde wereld. Uit de twee autobiografische boeken blijkt nu dat die twee werelden het eigenlijk nooit zo goed met elkaar hebben kunnen vinden.

Gerrit Krol: 60.000 uur. Uitgeverij Querido. 116 blz. Prijs: 27,50

Gerrit Krol: De oudste jongen. Uitgeverij Querido. 160 blz. Prijs: 29,90.


Hosted by www.Geocities.ws

1