Schrijver Krabbé, Tim

Titel Renner, De

 

Jaar van uitgave 1978

Bron Leeuwarder Courant

Publicatiedatum 09-06-1978

Recensent Nico Scheepmaker

Recensietitel De Renner

"DE RENNER" is een korte roman van 130 bladzijden, geschreven door Tim Krabbé, die een paar maanden geleden al verraste met de verhalenbundel "De Stad in het midden". Met "De Renner" slaat Tim Krabbé twee boeken in één klap. Aan de ene kant is het een literair meesterwerkje, dat om die reden over honderd jaar nog gelezen zal worden. En aan de andere kant heeft hij met "De Renner" het beste sportboek geschreven in de Nederlandse taal.

Hoho, roept u nu als insider, en " Te@dden der karnpioene " dan van Joris van den Bergh, of diens "Mysterieuze krachten in de sport?" Dat zijn inderdaad klassieke meesterwerken op sportgebied, die in de plus"nus veertig jaar van hun bestaan niet of nauwelijks verouderd zijn, want Joris van den Bergh kon schrijven en was een insider, vooral op wielergebied. Maar hij was een insider van buitenaf, hij zat in de volkswagen, terwijl Tim Krabbé zelf op de fiets en dus als insider van binnenuit over de Ronde van de Mont Aigoual kon schrijven.

Pijn

IN "DE RENNER" beschrijft Tim Krabbé kdometer voor kilometer wat er in deze "mooiste en zwaarste koers van het seizoen" met hem, als verdienstelijke amateurrenner, gebeurt. Wat hij denkt, doet en zegt, hoe hij reageert op de andere renners, op de omstandigheden van de weg en het weer, en vooral: op de pijn die de renner haat en koestert tegelijk. Als je "De Renner" uit hebt (en je leest het in één adem, je móét weten of Tim de Ronde van de Mont Aigoual nu wel of niet gewonnen heeft), ken je alle hem omringende renners, niet alleen van naam (Kléber, Barthélemy, Reilhan, Lebusque, Despuech en de renner van Cycles Goff), maar met hun hele hebben en houden, met alles d'r op en d'r an, zoals je de hoofdpersonen van een roman van Louis Couperus na lezing ook van haver tot gort meent te kennen. Laat ik even het hoofdstukje "Kilometer 9091 " citeren, waarin die beide aspecten van "De Renner", die van de wielersport en die van de literatuur, aardig ineenvloeien.

Kilometer 90-91

"KILOMETER 90-91. Drieënveertig zeventien. Ik word warmer. Ik ben weer een wielrenner aan het worden en helemaal geen slechte. Voor me rijden bij elkaar Cycles Goff en Kléber en daar weer voor Reihan, alleen. Een gevaarlijke situatie. Als Kléber de kans krijgt de anderen om zich heen te verzamelen en ik ben er niet bij, dan ben ik geklopt. Dat gaatje moet dicht. Het moet niet te snel en ook niet te langzaam, de inspanning moet minimaal zijn. Door naar mijn handen te kijken, hoe die het stuur omklemmen, door pure concentratie, lukt het mij te denken dat niijn

benen een stille motor zijn met gratis kracht, zoals je in een droom door concentratie een heel

klein stukje van de grond kunt komen.

Ik strijk neer aan het wiel van Cycles Goff. Nu bijblijven . Achter me het geluid van een langzaam rijdende auto: Stéphan? Ffij heeft zijn koplampen ontstoken, ik zie ze weerspiegeld in mijn velg. Die zin, daar maak ik een vfiegwiel in mijn hoofd van, om bij te blijven. "Ik zie jouw licht weerspiegeld in mijn velg ". Een mooie zin. Ik vertaal hem in het Frans waarin hij, om iets terug te doen, nog mooier is: "J'ai vu ta lu@ère dans ma iante". Riike taal, Frans, dat het voor een betekenis als velg een woord als jante kan missen.

Ontluisterende gedachte: ik word gevolgd door mensen die warm en roerloos voortglijden en die

zich misschien kapot zitten te vervelen".

Sportcarrière

TUSSEN DE BEDRIJVEN van de koers door last Tim Krabbé met groot raffinement historische wielerfeiten in, die de situatie van het ogenblik verduidelijken of haalt hij herinneringen op uit zijn "eigen sportcarrière", die op dat moment ter zake doende zijn. Bijvoorbeeld:

"Nfijn sportcarrière: 1952. Ik organiseerde een verspringkampioenschap in onze tuin. Deelnemers waren een buunneisje en ik. Net als bij de Olypische Spelen kregen we ieder zes pogingen. in tegenstelling met at gebruikelijk was bij Olypische Spelen kon het bij ons voorkomen dat één atleet verschillende ereplaatsen op hetzelfde nunnner bezette. Inderdaad gebeurde het dat ik zowel goud, zilver als brons behaalde. Ik noteerde in mijn schrift: Verspringen: 1. Tim Krabbé:

2.12 m; 2. T. Krabbé: 2.03 m; 3. T. Krabbé: 1.98 m."

Of bijvoorbeeld deze, waarinee hij het boek afsluit:

"Mjn sportcarrière: 1948 (hij was toen vijf jaar):

Wij hadden een schrijfmachine , daar mocht ik soms op tikken. Ik tikte alle getallen. Ik begon bij 1 en zo steeds hoger. leder getal was hoger dan het vorige. Mijn leven was een doorlopende recordverbetering ".

 

Hosted by www.Geocities.ws

1