ALFRED KOSSMANN
Huldigingen
Amsterdam: Querido
122 blz.
HET was lang wachten op een nieuwe roman van Alfred Kossmann. Alsof
de drieënzeventigjarige, laatste grote vertegenwoordiger van een niet zo
lang geleden nog toonaangevend Hollands genre - de familieroman - andere
dingen aan zijn hoofd had.
Kossmanns vorige roman, met veel zin voor ironie Familieroman
gedoopt, dateert van 1990: een boek over verval en desintegratie bij ouder
wordende mensen - zijn stokpaardje. Slaapverwekkende stof? Allerminst.
Met zijn nieuwste boek, Huldigingen, bewijst de auteur trouwens
nog altijd klaarwakker te zijn. Nu de familieroman ook van jongere
schrijvers weer krediet krijgt, gooit Kossmann het over een andere boeg en stelt
hij ons een boek voor over een groot poseur - een man zonder gezin of
kinderen.
Erg ver verwijdert Alfred Kossmann zich daarmee niet van zijn vaste
tema's. Zijn boeken zijn altijd al bevolkt geweest met onderdanige en pedante
figuren, die met elkaar in aanvaring komen.
In Een verjaardag uit 1989 had hij het nog expliciet over
vriendschap en wat daarvan overblijft eens je de ,,drempel van ouderdom'' (nog
een titel van de schrijver) hebt overschreden.
Sommige vriendschappen blijven hecht, andere verwateren - net als
familiebanden. Maar je bent vrij er zoveel aan te gaan als je wil. Zo komt het
dat iedereen een soort slinger van al dan niet gekoesterde vriendschappen
achter zich aansleept.
Zo'n waaier van vriendschappen beschrijft Kossmann ook in
Huldigingen. Spilfiguur is literator Jacob Drent, geboren in 1914 en overleden
in 1994.
Prettige bijkomstigheid van Kossmanns manier van werken is dat er vaak
,,meerpersonenromans'' door ontstaan - boeken met meerdere protagonisten,
die zowel elkaar tekenen als getekend worden door hun onderlinge
verhoudingen. Iedereen heeft immers een andere kijk op de ander. Het resultaat is een
intrige die groeit van binnenuit. Dat is ook de techniek die Kossmann
in Huldigingen toepast.
HULDIGINGEN is een soort requiem voor Jacob Drent, de
fiktieve schrijver die op meer dan één bestaande figuur geënt zou kunnen zijn -
al vermeldt de flaptekst van het boek nadrukkelijk dat het niet om een
historische roman gaat.
Schrijvers zijn vaak zelfvoldane, publieke persoonlijkheden, maar als
Kossmann een sleutelroman had willen schrijven had hij wellicht andere
personages op Jacob Drent afgestuurd.
De vijf figuren die Drent meemaken in zijn laatste levensjaar, hebben
maar zijdelings met hem te maken. Het zijn geen konkurrenten.
Kompetitie heeft Drent in zijn leven anders wel gekend: als
rijkeluiszoontje verkeerde hij in de jaren dertig in spraakmakende kringen van kunst en
literatuur, na de oorlog schopte hij het zelfs een paar jaar tot professor.
Hij had charisma, al bleek dat voornamelijk in de kroeg.
Later trok hij zich terug in Blaricum, om in 1988 schandaal te verwekken
toen ontdekt werd dat hij twee jaar tevoren een werkstuk van een overleden
student onder eigen naam had gepubliceerd.
Dat zogezegde plagiaat is de late aanleiding voor het bezoek van een
radiojournaliste. In feite komt ze haar huwelijk redden: haar zwager zat achter
de ontmaskering van Drent. De man pleegde zelfmoord...
WAT dit boek van Kossmann zo verrassend maakt, is dat hij ook
aandacht heeft voor de journaliste. Achter haar image gaat een trieste figuur
schuil, die Drent bijna voor zich weet in te palmen. Door de konfrontatie
krijgt ook Drent steeds meer vorm: als charmeur, als grootspreker, als
antisemiet.
Op dat ogenblik schakelt Kossmann over op een ,,levensbericht'' van
Drent, geschreven voor een jaarboek door een rancuneuze professor. De redakteur
van het jaarboek die de bijdrage naleest, zorgt voor nog een extra
kontrast: zijn saaie bezigheden steken schril af bij Drents levenswandel, die -
wat de liefde betreft - heel andere opvattingen huldigde. ,,De kategorie van
de onmogelijke liefde'' was namelijk voor hem ,,de enige die erop
aankomt''. Maar volgens het levensbericht raakte Drent de mysterieuze Russische die
hij trouwde, met geen vinger aan. Het huwelijk hield niet lang stand.
Drent stilde zijn begeerte bij een aktrice.
Intussen is duidelijk dat Kossmann bezig is over de jaren heen een kader
te schetsen waarin niet alleen personen, maar ook zeden met elkaar in
aanraking komen. Dat levert een fraai tijdsbeeld op, dat verschillende
generaties overbrugt.
Derde randfiguur is een oude minnares van Drent die opgezocht wordt door
een meisje dat onderzoek doet naar vrouwen in de jaren vijftig. Ook hier
weer een grotesk kontrast tussen de zwaar opgemaakte oude dame en het
angstige interviewstertje, dat voortdurend zit te denken dat haar lesbische
vriendin haar in de steek zal laten. Dé anekdote die Drents ex zich herinnert,
komt uit een plakboek: bij een of andere huldiging kreeg Jacob Drent van weer
een andere vrouw zowaar een klap in zijn gezicht. Voor Kossmann het sein
om weer van getuigenis te wisselen.
Al die ,,huldigingen'' haken dus in elkaar, dat is het mooie eraan.
Drents leeftijdgenoten die tot zijn kring behoorden, kenden hem uiteraard, maar
de jonge mensen die met zijn nagedachtenis te maken krijgen, zetten het
geheel in een ander verband.
De bijna laatste getuigen die Kossmann aan het woord laat, zijn
uitsluitend vrienden van vroeger: de zeventigjarige, door reuma geplaagde dame die
Drent in betere tijden de fameuze klap verkocht, en de gepensioneerde
hoofdredakteur van een provinciale krant. De vrouw van de hoofdredakteur
vertrouwt het niet dat haar man Drent weer opzoekt. Ze hield vroeger al niet van
diens entourage.
De voormalige journalist is evenwel Kossmanns ideale personage: de man
die zich graag op de achtergrond houdt, die beseft dat hij vol zit van
,,verzonnen heimwee'', waarmee hij het verleden probeert te doen herleven. Het
is onvermijdelijk, op zijn leeftijd, dat valse gevoel.
Ook de laatste persoon die aan het woord is in Huldigingen,
Jacob Drents tandarts en buurman, voelt zich ,,te oud voor gevoelens''.
Opmerkelijk voor het hele boek is trouwens dat de geportretteerde bejaarden zich
op hoog niveau met elkaar onderhouden.
Jacob Drent, bijvoorbeeld, citeert voortdurend Duitse dichters, iets waar
hij vroeger al sukses mee had. En met al die onmogelijke herinneringen en
bekentenissen ,,blijft ons niets anders over dan gedichten opzeggen'',
vindt hij.
KOSSMANN relativeert de nostalgie in zijn boek dus met een gezonde
dosis humor en berusting. Het enige waar een bejaarde nog op wacht, is de
dood. Dat het de grootste anticlimax is in een mensenleven, ondervindt Drents
oude tandarts, die aan Drents sterfbed wordt geroepen. De laatste woorden
van zijn vriend zijn: ,,Sodemieter op. Jullie willen me dood.''
De auteur is hier terecht cynisch; sterven zou verlossing moeten brengen,
maar is vaak patetisch. Mensen dringen onvermijdelijk in elkaars bestaan
binnen, maar Drents tandarts is opgelucht dat hij voorlopig zijn eigen
wereldje nog op orde heeft. Hoewel, het heeft geen zin de ogen te sluiten.
Kossmann schetst nuchter en met veel wijsheid hoe lastig het leven is.
Vijf individuen hebben de bokkesprongen van een oude, verwende man nodig
om inzicht te krijgen in zichzelf. Een onsympatieke man overigens, met wie
ze eigenlijk niets hoeven te delen, maar toch ook iemand die voldoende tot
de verbeelding spreekt, om hen even te doen stilstaan.
In feite schrijft Alfred Kossmann voor en over ieder van ons. Dat
maakt Huldigingen per slot van rekening toch nog tot een soort
familieroman. Gelukkig geen tranerig melodrama, maar een fijn, tragikomisch boek,
dat mij in zijn bescheiden opzet ontzettend beviel.
KAREL OSSTYN