Lolbroekerij
Hij was te druk met lolbroekerij op de radio en op tv, waar hij in
verschillende panels leuke, van tevoren geschreven, antwoorden gaf op vragen
uit het publiek. Het publiek waardeerde dat enorm. En langzamerhand
kende het publiek ook alle familieleden van Bomans. Hij hoefde maar te
zeggen: "Ik had een oom...... en de zaal lag al dubbel. Die mooie roman
kwam maar niet, want hij entertainde het volk. Wie leest nu nog Godfried
Bomans?
Kees van Kooten lees ik altijd met veel plezier. Ik kan hele stukken
van hem nadoen. De programma's van Van Kooten en De Bie verzwelg ik. Ik
gebruik veel van zijn neologismen in de dagelijkse praktijk: "Hij is wat
woordguls" of "We hebben vandaag zwijgstront". Niettemin krijg ik
bij elke nieuwe Van Kooten het idee dat hij ten onder zal gaan aan het
Bomansvirus.
Familie
In het boek Verplaatsingen komen we weer de hele gelukkige familie
Van Kooten tegen. Die verhaaltjes zijn leuk om te lezen en bovendien erg
knap geschreven. De petites histoires van Van Kooten voeren je mee, van
New York naar Indonesië, naar de Tour de France en weer terug naar
de straat waarin zijn moeder woont. En die verhaaltjes zijn leuk, leuk,
leuk.
De eerste zinnen van de verhalen zetten daarbij meteen de toon. "Ik
heb slecht geslapen, want in de kamer naast mij lag Monica Seles de hele
nacht te kreunen." "Dat ik rook weet ik nu
eigenlijk wel zeker, maar daarnaast ben ik bang dat ik drink." "Omdat
zij het zo lekker vond ruiken heeft zij als meisje van drie op een zondagochtend
om half zes eens een stukje vlakgum in haar neus gestopt dat zij er niet
meer uit kreeg en ik ook niet, hoewel ik het nog wel een half uur lang
probeerde, eerst met een fruitvorkje en daarna met een uitgevouwen paperclip
waarmee ik het gummetje steeds hoger en hoger opduwde en toen hebben wij
anderhalf uur door de polder rondgereden, op zoek naar een dokter die al
open was, zij huilend en ik biddend; maar dat is dus allemaal goed gekomen
want veertien jaar later loop ik met mijn dochter door Londen."
Hoe moet je onder woorden brengen dat je iemand waardeert, van wie
je tegelijkertijd denkt dat hij tot nog grotere prestaties in staat is
en in wie ik daardoor telkens opnieuw toch een beetje teleurgesteld bent.
De enige roman die Van Kooten schreef, Hedonia, leek een opstap
te zijn voor meer serieuzere literatuur, omdat hij daar meer te vertellen
had dan het, overigens komische, verhaal. Hedonia is een statement
over humor. Daarna ging Van Kooten weer terug naar de anekdote. De novelle
Zwemmen met droog haar was ook een poging om meer dan leuk te zijn,
maar bleek in feite niet meer te zijn dan een wat al te groot uitgevallen
verhaal, dat door de al te opgelegde boodschap enigszins belerend was.
Kortom, ik wacht op de grote ultieme roman van Van Kooten. De roman
waarin hij niet hoeft te scoren.
Misschien is het een foute gedachte van mij om te denken dat mensen
die ergens satirisch commentaar op leveren, in staat zijn om meer te kunnen
dan satire. De achterliggende gedachte is misschien wel het cliché
over de clown; achter elke glimlach gaat een wereld vol leed schuil of
een wereld vol wijsheid. Het is met die valse verwachting dat ik telkens
hoopvol in de nieuwe Van Kooten start.
Honkbal
Dan maar gewoon lachen. En dat kun je om de nieuwe Van Kooten. Bijvoorbeeld
in het verhaal 'Joejork' waarin Van Kooten een honkbalspel bezoekt en in
een stadion vol vanggrage Amerikanen een intens begeerde honkbal uit het
veld vangt, en tot verbijstering van iedereen het kleinood weer teruggooit.
In Amerika koester je zo'n honkbal als een relikwie en de Hollandse gewoonte
om een bal weer in het veld te brengen, levert slechts hoongefluit op en
een levenslange verbanning van de honkbaltribunes.
Zo zou ik uit elk verhaal elementen kunnen halen waarom ik gelachen
heb, en de kunde om iemand aan het lachen te krijgen, is zeker voldoende
ter rechtvaardiging van een bestaan, maar toch... Zou Van Kooten over veertig
jaar nog gelezen worden? Hoeveel mensen lezen nog verhalen van Bomans
of Carmiggelt? Hoe vluchtig is humor en vooral hoe houdbaar is Van Kooten?
Coen Peppelenbos
19 september 1993