Schrijver Kooten, Kees van
Titel Veertig: drie verhalen
Jaar van uitgave 1982
Bron NRC Handelsblad
Publicatiedatum 26-03-1982
Recensent Max van Rooy
Recensietitel Vituoos literair vennaak
De appreciatie van de successchrijver Kees van Kooten vertoont een trend van erg leuk, via heel bijzonder naar mooi en ontroerend. De eerste waardering gold de bundel De ergste treitertrends, de tweede betrof Koot droomt zich af en mooi, zelfs ontroerend, zijn terrnen die in verband met Koot graaft zich autobio werden gehoord.
Van de nu verschenen bundel Veertig was het verhaal over de hond Willem al in beperkte kring bekend omdat Van Kooten het voor de VPRO-televisie heeft gebracht en uitgeverij De Hannonie het als nieu@aarsgeschenk had rondgestuurd. Deze novelle werd in exclusieve gezelschappen niet alleen ontroerend genoemd, maar op fluistertoon ook als 'ronduit schitterend, een literair meesterwerk' beschreven. Een verhaal over de dood van de trouwe herdershond van het gezin Van Kooten als metafoor van het menselijk sterven. ("Weer zie ik niet wie mij door die hondeogen nu eigenlijk aanziet.") Prachtig, maar zo eenvoudig is het niet. Er staan "mooie", gevoelige zinnen in dit relaas, maar die zouden ronduit sentimenteel zijn, wanneer een ander dan Kees van Kooten ze precies zo zou hebben opgeschreven. "Het is prettig mijn tranen te voelen vallen op de rug van de hand waarinee ik zijn kop krauw." Uit al datgene wat vooraf ging, weten we hoe een dergelijke zin gelezen moet worden. Alles is ironie. Dat betekent: als het echt zou zijn, ware het vals.
In woordgebruik, zinsbouw en in de behandeling van gedragingen, gevoelens en ervaringen schuilt het permanente commentaar dat Kees van Kooten vooral op de buitenkant van onze samenleving levert. Maar omdat de ironische verbeelding hier en daar als twee druppels water op de werkelijkheid lijkt en de schrijver in deze bundel zijn zorgvuldig onzorgvuldig gebruik van de taal gelukkig niet langer koestert (behalve in de quasi letterlijke Nederlandse weergave van het Frans "Het vorig jaar nog heeft zij geleerd te besturen de auto aan een meneer die had al zestig jaren"), lijken er aantrekkelijk literaire passages in deze bundel voor te komen.
Vogezen
Ook het autobiografische karakter van Veertig is bedrieglijk. In het verhaal L'écrivain heeft de schrijver van zijn vrouw een veertiendaags verblijf in een hotel in de Vogezen op zijn veijaardag cadeau gekregen, orn eindelijk eens ongestoord te kunnen schrijven (in een blauw-wit gestreept fichtgewicht colbertje van Daniel Hechter). Het dorpje waar het hotel is gelegen heet niet voor niets Gérardmer, want het verhaal dat echt wordt geschreven is een gedetailleerd verslag van de creatieve onmacht, zoals onder andere bekend van Gerard Reve. Natuurlijk liggen overal de uitvluchten op de loer, niet in het minst in de bevallige figuur van een echte Franse rij instructrice. Na vier dagen en een reeks kleine avonturen en herinneringen, vlucht hij terug naar vrouw en kinderen (Patience, Boogschutter en Waterlelie) in Holland. Het weerzien is typerend
0 Bibbon B.V.
Pagina: 1
voor Kees van Kooten.
"'Laat me even proberen of ik jullie nog op kan tillen of dat jullie te zwaar zijn geworden', zeg ik,
en ik zak met gespreide armen door mijn knieën.
"Denk aan je rug", zegt Patience.
Welnee", zeg ik, "ik ben in een fantastiese conditie. Elke dag gefietst." "Ik plaats hen in de juiste uitgangspositie: Patience in het midden, Boogschutter links, Waterlelie rechts, met hun gezichten naar mij toe. Ik omstrengel hun giechelende lijven, zodat ze met hun zes billen op mijn armen komen te zitten haal diep adem en til hen langzaam van de grond, door mijn benen te strekken. De kinderen juichen:
CIT.Ir.:
"Patience zoent me enrui
kan het nog! Hij kan het nog! Lang leve Keesje Zenuwpeesje!"terwijl ik zo sta weet ik, tien seconden lang, dat niets of niemand nfij ooit voller kan maken dan
ik nu ben."
Kwetsbaar
Keesje Zenuwpeesje. Liefliebbende kwetsbare vader en echtgenoot. FEj kan niet eens vier dagen alleen zijn. Echte grote mannenavonturen zijn niet voor hem bestemd. "Nfljn bed slaapt prima; zelf lig ik lang wakker. Na een uur knip ik beide bedlampjes aan, pak het nieuwe notitieboek van niijn nachtkastje en schrijf bovenaan de eerste bladzijde, in het midden: 'Veertig'. Ik beschrijf hoe het mij vergaan is na mijn vorig boek. Hoe haat ik mijn handschrift! Priegelig is het en zonder een zweem van zwier. Wat er staat is te braaf, herlees ik: ik sta nog niet genoeg voor lul." Naast "L'écrivain " en "Wille " is "Prostatitis" het derde verhaal in de bundel Veertig. Nadat de schrijver meer dan honderdduizend exemplaren van Koot graaft zich autobio heeft verkocht, is hij beroemd en krijgt hij uitnodigingen om voor te lezen uit eigen werk in den lande. Tijdens een van deze sessies openbaart zich bij de schrijver een beschamende kwaal die later een chronische aandoening van de prostaat blijkt te zijn. Het is een vrolijke scène in een provinciaals cultureel centrum, met het geijkte vrouwencomité ter ontvangst (mevrouw Guitigheid, mevrouw Avondkoket, mevrouw Kringloop en vele andere mevrouwen) en prostatitis op schrijvers negenendertigste (!) als tragikomische apotheose.
Schrijversleed, mensenleed en dierenleed, gelardeerd met een paar aandoenlijke erotische fantasieën. Zo voltrekt Veertig zich als een keten van autobiografische schetsen, niet van Kees van Kooten zelf, maar van een aantal favoriete personages die in Kees van Kooten schuilgaan, opgetekend met zijn fabuleus inzicht in de platitudes van ons bestaan, waartoe vanzelfsprekend ook de taal behoort.