Schrijver Kooiman, Dirk Ayelt

Titel Montyn

Jaar van uitgave 1982

Bron Trouw

Publicatiedatum 11-11-1982

Recensent Tom van Deel

Recensietitel

Dirk Ayelt Kooiman stelt zich in het boek "Montyn" op het standpunt van Jan Montyn, beeldend kunstenaar en iemand met een verbijsterend oorlogsverleden. Hij smeedde de gegevens die hij van Montyn over diens belevenissen vernam om tot een "documentaire roman", waarin verbeelding en werkelijkheid met elkaar op gespannen voet staan.

In 1972 schreef Dirk Ayelt Kooiman in Soma een essay over de ik-vorm bij Witold Gombrowicz. Hij stelde, met kennelijke appreciatie, vast dat het "ik" bij Gombrowicz gespleten is en de ene keer doelt op de romanfiguur, het verzonnen personage, de andere keer op de schrijver, die het personage verzint.

Het effect van deze splitsing is dat binnen het boek nu niet alleen het verhaal er toe doet maar ook het schrijven van dat verhaal. Er wordt een spanning door veroorzaakt die Kooiman terecht synoniem acht met de spanning tussen fictie en werkelijkheid.

In zijn eigen werk heeft Kooiman talloze verteltechnieken aangewend om niveaus van realiteit of verbeelding te kunnen suggereren. Een goed voorbeeld is "De grote stilte" waarin een schrijver (de ik) zijn situatie aan zichzelf verheldert door een verhaal in de derde persoon te schrijven. Gedeelten in de ik- en in de hijvorm wisselen elkaar af waardoor sterk het gevoel ontstaat van afwisseling van reafiteit en verbeelding.

Gecompliceerder nog is in dit opzicht "De vertellingen van een verloren dag", een rawnvertefling waarin allerlei technieken zijn gebruikt om lezers erop te attenderend dat het vertellen zelf in feite het onderwerp is van deze roman.

Na al deze fictie, waarin met de tegenstelling tussen werkelijkheid en verbeelding geëxperimenteerd werd, komt Kooiman nu met een "documentaire roman": "Montyn". Voorin staat: "Dit boek werd geschreven aan de hand van vraaggesprekken die gehouden werden tussen november 1979 en juni 1982. Namen van nog levende personen werden, waar nodig, veranderd en in de beschrijving werd herkenbaarheid versneden. " "Montyn " is het levensverhaal van de beeldend kunstenaar Jan Montyn, geboren in 1924 in Oudewater, die in 1944 Jeugdstormlid wordt naar Weersportkampen in Oostenrijk gaat, in Duitse krijgsdienst treedt en dus deelneemt aan de oorlog, eerst op een mijnenveger die in de grond wordt geboord, dan in de loopgraven van Koerland, waar hij zwaar gewond raakt, later aan de Oder tegen de Russen, waar oorlog is, is Montyn, 15 jaar in het vreemdelingenlegioen, naar Korea, is talloze keren bijna dood en ten slotte in 1959, na een totale geestelijke instorting, besluit hij zijn leven te wijden aan de

1

beeldende kunst. In de jaren zeventig vliegt hij weeskinderen van Vietnam naar Stockholm en Kopenhagen, een tegenbeweging die zich laat verklaren uit hevige gevoelens van schuld over zijn foute verleden.

De ontstaansgeschiedenis van "Montyn" is enigszins na te gaan, aangezien het levensverhaal al beknopt werd opgenomen in "De vertellingen van een verloren dag". Eerder al, als bijlage van Vrij Nederland, 12 januari 1980, was de uitwerking verschenen van een gesprek tussen Kooiman en Montyn "in de afzondering van een hotelkarner in de provincie, dat twee dagen en drie halve nachten duurde", en waarin Montyn voor de eerste keer zijn "verhaal " vertelt.

Aangezien het boek "Montyn" is gebaseerd op gesprekken kan de VN-bijlage als een voorloper ervan beschouwd worden. Als een haast ongelooflijk verhaal is het verwerkt in de "Vertellingen ". In "Montyn" is het enorm uitgebreid en heeft Kooiman er een boek van willen maken in het genre van Capotes "In cold blood". Geen fiction, maar een documentaire roman, in Amerika wel faction genoemd.

Het komt er op neer dat Kooiman zegt: niijn naarn is Montyn. Ffij heeft zich ingeleefd in de man en zijn verhaal. De "ik" in "Montyn" is dus in zekere zin ook een dubbele ik, zowel Montyn als Kooiman.

De mate waarin Kooiman Montyns woorden heeft bewerkt en aangevuld laat zich alleen maar raden. In elk geval is het resultaat van zijn werkwijze geheel anders van aard dan bijvoorbeeld "De SS'ers" van Armando en Sleutelaar. Interviews met Nederlandse vrijwilligers in de Tweede Wereldoorlog, vorinden ook de basis voor hun tekst maar die is tot stand gekomen door schrapping van hun eigen vragen en opmerkingen "plus uitweidingen die ons overbodig leken". Geen dubbele, maar een enkele ik, dus.

De meer artificiële presentatie van Kooiman heeft zo zijn bezwaarlijke kanten, geloof ik. Het lijk-t wel of de sprekend ingevoerde Montyn een avonturenroman aan het voorlezen is waarvan hij zelf de hoofdpersoon is- "Een paar dagen later verschenen vrachtauto's om ons op te halen. Toen we de bewoonde wereld achter ons gelaten hadden werd het steeds stiller in de laadbak. Alles ademde dood en verderf. Het landschap dat ons omringde was leeg. De schaarse boerderijen waren, indien al niet uitgebrand of kapotgeschoten, door de bewoners verlaten. Heuvels, dennebossen, smalle, modderige wegen, bomkraters links en rechts. Dat was het. Zover het oog reikte wees niets op leven. En boven dat alles een sombere, grijze hemel waaruit de motregen neerdaalde om nooit weer op te houden."

Er is een merkbare fiictie tussen feit en taalgebruik die natuurlijk de uitdrukking is van Kooimans inlevingsproblematiek . Vooral in de talrijke zeer hevige episoden, in het heetst van de strijd, maar toch ook al bij een beschrijving als hierboven, neigt de bewoording naar wat geijkt is en komt er over dit hoogst persoonlijk bedoeld verhaal een waas van onpersoonlijkheid te liggen. Armando en Sleutelaar hadden daar geen last van, want bij hen spreken de mensen "echt" zelf.

Niet bereikt

Het is een moeilijke kwestie, dat besef ik. Wie faction wil schrijven en zich inleeft in situaties die hij niet kent en in een leven dat zo extreem en controversieel is als dat van Montyn moet een passende stijl zoeken, één die recht kan doen aan wat op basis van de interviews geacht mag worden zich in Montyns hoofd te hebben afgespeeld. Verbeelding en werkelijkheid staan hier in een ingewikkelde verhouding tot elkaar: de verbeelding moet om zo te zeggen het werkelijkheidsgehalte verhevigen. Dat resultaat wordt vaak niet bereikt.

1

Opvallend is dat er zo weinig wordt gereflecteerd in het boek. De meeste aandacht gaat uit naar wat er is gebeurd en zelden krijgt het verhaal een gejaagdheid die intrigeert en een aanwijzing is van Montyns gedachtenleven. Nu moet gezegd dat Montyn kennelijk weinig overwegingen - bij voorbeeld van morele aard - had bij zijn keuzes. Efij leefde er op los, is de indruk. De reflectie zal dus pas later zijn gekomen en in elk geval in beeldende kunst zijn uitdrukking hebben gevonden. Vreemd is het daarom dat Kooiman het Montyn daar in het geheel niet over laat hebben en dat van de latere jaren alleen de Vietnam-periode nog ingeleefd wordt. Dat draagt óók bij tot het avonturenroman-karakter van dit boek. De analyse die met inieving gepaard gaat, is achterwege gebleven.

"Montyn" vind ik dan ook niet een bevredigende oplossing voor het werkelijkheidverbeelding probleem. Er zit iets arnbivalents in het procédé, geen fictie maar ook geen feiten, en Montyns krankzinnige levensloop blijft een vreemd geval

 

Hosted by www.Geocities.ws

1