Vuurwerk
Dus als zo'n man een roman schrijft over televisie, dan verwacht je
vuurwerk, scherpe satire en moordende steken onder water. U denkt waarschijnlijk:
dat boekje wil ik wel lezen. Het is vast een sleutelroman over bekende
mensen. De Pater Jen Flensen, de Brand Rotsteders en de Hennie Huilmansen.
Maar nee. Gerrit Komrij schreef wel een boekje over een tv-presentator,
maar we herkennen niemand van onze geliefde beeldbuis.
We hadden dan ook niet het plan opgevat om Megasterren als Francois
Boulanger (Frans Bakker), Rolf Wouters of Rob Fruithof naar de studio te
laten komen om het boek te laten recenseren. Zoals mijn geliefde collegaatje
Sonja deed. We vroegen ons namelijk af of je een P.C. Hooftprijswinnaar
wel met een dergelijk bijeengeraapt zootje kon vermoeien. Je laat toch
ook niet De Aanslag door een NSB'er recenseren of Het Gouden
Ei door een moordenaar?
Natuurlijk herkennen we wel de soort presentator in het boek Dubbelster.
Alkmaarse kaas
Het programma waarin hij centraal staat, waarin hij de gevaarlijke
vragen stelt en waarin hij door het publiek geadoreerd wordt, kunnen we
ook direct herkennen. Het spelletje in zo'n show is van minder belang.
In dit geval gaat het om mensen die zo goed mogelijk een bekende Nederlander
moeten kennen. Zo goed dat ze het als het ware zelf zijn. En nu komt het
plot dames en heren, dus blijf kijken. We gaan even naar de reclame, maar
zijn vlug weer terug.
Het is heel vreemd, maar op een bepaalde dag blijkt de hoofdpersoon,
Otto door iemand geschaduwd te worden die precies op hem lijkt, hetzelfde
draagt, doet, spreekt en weet. Er komen foto's van hem in de krant van
plaatsen waar hij niet is geweest. Zo staat hij heel mallotig op de foto
in Alkmaar op de kaasmarkt, in Parijs in een vreemde outfit en verschijnt
hij op het Aids-benefieteetfestijn in een gewaagde uitmonstering. Otto
wordt er een beetje naar van. Hij gaat daardoor ernstig twijfelen aan zichzelf.
Was hij vroeger tot in de puntjes zichzelf en maakte hij zowel links als
rechts dezelfde bewegingen voor de scheerspiegel (let ook even op die prachtige
spiegelnaam Otto), nu is hij er zo ondersteboven van dat hij zelfs met
zijn rechterhand in de show, Antoinette, naar bed gaat. Terwijl hij toch
een belijdend, maar niet openlijke, homoseksueel is. Iets later komt hij
erachter dat zijn dubbelganger hem al voor is geweest.
Prive
Tot overmaat van ramp wordt onze held ook nog achternagezeten door
een harde tante van het weekblad Argus, een soort Privé.
Als daar de onthullingen verschijnen over het merkwaardige gedrag van Otto,
dan wordt het hem droef te moede. Opgejaagd, wezenloos en behoorlijk paranoïde
draaft hij verder door het leven. Uiteindelijk wacht hem de ondergang,
zoals dat hoort in een goede literaire roman.
De taal die Gerrit Komrij zijn hoofdpersoon laat spreken is merkwaardig.
Aan de ene kant heeft de hoofdpersoon behoorlijk platte gedachten en gevoelens,
aan de andere kant zijn zijn observaties scherp en geestig. Die twee kanten
van de hoofdpersoon komen niet zo goed uit de verf. Daarvoor heeft het
boek teveel een ironische laag. Dat, gaat ten koste van de psychologische
uitwerking van de karakters die geschilderd worden. Wat ook erg opvalt
is het vreemde alineagebruik. Soms vormt één zin een hele
alinea. We kunnen ons afvragen of dat bedoeld is als een parodie op het
gepraat op tv, waarbij elke beeld hetzelfde belang schijnt te hebben. En
dan nu even de broodnodige boodschappen.
Braakhekke
Maar als het een parodie is, waarbij behalve de tv-wereld ook de homowereld
en de kunstwereld op de hak wordt genomen, dan werkt het boek verwarrend
voor ons als lezer. Is de taal soms bewust clichématig? Waarom
heeft het boek zo'n ingewikkeld plot? Waarom is als enige figuur uit de
hele roman wel de eigenaar van 'De Hangar', een Joop Braakhekke (die in
de hoofdstad het restaurant 'Le Garage' drijft) te herkennen? Kortom, welke
rekeningen wilde Komrij vereffenen? We komen niet echt uit het doel van
deze roman.
Waarschijnlijk bedondert Komrij de lezer op een gigantische wijze en
zolang ik zijn methode niet doorheb blijf ik het een vreemd boek vinden.
Van Komrij kun je immers niet verwachten dat hij een slecht boek heeft
geschreven. Zo lieve kijkers, ik zie dat de tijd al weer dringt. We hopen
dat u weer volledig geïnformeerd bent. We hopen dat u genoten heeft
en dat we u mogen terugzien over veertien dagen voor een nieuwe aflevering
van onze boekenrubriek.
Coen Peppelenbos
19 januari 1994