Het nieuwe boze oog van Komrij

Gerrit Komrij: Dubbelster. De Arbeiderspers.

Dames en heren goedenavond. Welkom op ons tweewekelijks boekenuurtje. Vandaag hebben wij het over een boek van een speciale schrijver. Namelijk Gerrit Komrij. Gerrit Komrij heeft een pen die als hij gedoopt is in zijn gal menigeen kan verwonden.  Dat is de reputatie die hij met zich meesleept en waaraan hij altijd herinnerd wordt.  Het was Gerrit Komrij die zich in zijn wekelijkse column voor de NRC afvroeg bij de zelfmoord van Adriaan Venema waarom dat zo lang op zich heeft laten wachten. Het was Gerrit Komrij die in de jaren zeventig een boek met louter positieve kreten een boek het graf in kon prijzen. Het was Gerrit Komrij die een jaar lang de televisie volgde, het woord treurbuis bedacht en menig pratend hoofd te kakken heeft gezet. Het was Gerrit Komrij die een voorwoord schreef bij het boekje Wij amuseren ons kapot van de Amerikaanse mediadeskundige en doemdenker Neil Postman.

Vuurwerk
Dus als zo'n man een roman schrijft over televisie, dan verwacht je vuurwerk, scherpe satire en moordende steken onder water. U denkt waarschijnlijk: dat boekje wil ik wel lezen. Het is vast een sleutelroman over bekende mensen. De Pater Jen Flensen, de Brand Rotsteders en de Hennie Huilmansen. Maar nee. Gerrit Komrij schreef wel een boekje over een tv-presentator, maar we herkennen niemand van onze geliefde beeldbuis.
We hadden dan ook niet het plan opgevat om Megasterren als Francois Boulanger (Frans Bakker), Rolf Wouters of Rob Fruithof naar de studio te laten komen om het boek te laten recenseren. Zoals mijn geliefde collegaatje Sonja deed. We vroegen ons namelijk af of je een P.C. Hooftprijswinnaar wel met een dergelijk bijeengeraapt zootje kon vermoeien. Je laat toch ook niet De Aanslag door een NSB'er recenseren of Het Gouden Ei door een moordenaar?
Natuurlijk herkennen we wel de soort presentator in het boek Dubbelster.

Alkmaarse kaas
Het programma waarin hij centraal staat, waarin hij de gevaarlijke vragen stelt en waarin hij door het publiek geadoreerd wordt, kunnen we ook direct herkennen. Het spelletje in zo'n show is van minder belang. In dit geval gaat het om mensen die zo goed mogelijk een bekende Nederlander moeten kennen. Zo goed dat ze het als het ware zelf zijn. En nu komt het plot dames en heren, dus blijf kijken. We gaan even naar de reclame, maar zijn vlug weer terug.
Het is heel vreemd, maar op een bepaalde dag blijkt de hoofdpersoon, Otto door iemand geschaduwd te worden die precies op hem lijkt, hetzelfde draagt, doet, spreekt en weet. Er komen foto's van hem in de krant van plaatsen waar hij niet is geweest. Zo staat hij heel mallotig op de foto in Alkmaar op de kaasmarkt, in Parijs in een vreemde outfit en verschijnt hij op het Aids-benefieteetfestijn in een gewaagde uitmonstering. Otto wordt er een beetje naar van. Hij gaat daardoor ernstig twijfelen aan zichzelf. Was hij vroeger tot in de puntjes zichzelf en maakte hij zowel links als rechts dezelfde bewegingen voor de scheerspiegel (let ook even op die prachtige spiegelnaam Otto), nu is hij er zo ondersteboven van dat hij zelfs met zijn rechterhand in de show, Antoinette, naar bed gaat. Terwijl hij toch een belijdend, maar niet openlijke, homoseksueel is. Iets later komt hij erachter dat zijn dubbelganger hem al voor is geweest.

Prive
Tot overmaat van ramp wordt onze held ook nog achternagezeten door een harde tante van het weekblad Argus, een soort Privé. Als daar de onthullingen verschijnen over het merkwaardige gedrag van Otto, dan wordt het hem droef te moede. Opgejaagd, wezenloos en behoorlijk paranoïde draaft hij verder door het leven. Uiteindelijk wacht hem de ondergang, zoals dat hoort in een goede literaire roman.
De taal die Gerrit Komrij zijn hoofdpersoon laat spreken is merkwaardig. Aan de ene kant heeft de hoofdpersoon behoorlijk platte gedachten en gevoelens, aan de andere kant zijn zijn observaties scherp en geestig. Die twee kanten van de hoofdpersoon komen niet zo goed uit de verf. Daarvoor heeft het boek teveel een ironische laag. Dat, gaat ten koste van de psychologische uitwerking van de karakters die geschilderd worden. Wat ook erg opvalt is het vreemde alineagebruik. Soms vormt één zin een hele alinea. We kunnen ons afvragen of dat bedoeld is als een parodie op het gepraat op tv, waarbij elke beeld hetzelfde belang schijnt te hebben. En dan nu even de broodnodige boodschappen.

Braakhekke
Maar als het een parodie is, waarbij behalve de tv-wereld ook de homowereld en de kunstwereld op de hak wordt genomen, dan werkt het boek verwarrend voor ons als lezer. Is de taal soms bewust clichématig?  Waarom heeft het boek zo'n ingewikkeld plot? Waarom is als enige figuur uit de hele roman wel de eigenaar van 'De Hangar', een Joop Braakhekke (die in de hoofdstad het restaurant 'Le Garage' drijft) te herkennen? Kortom, welke rekeningen wilde Komrij vereffenen? We komen niet echt uit het doel van deze roman.
Waarschijnlijk bedondert Komrij de lezer op een gigantische wijze en zolang ik zijn methode niet doorheb blijf ik het een vreemd boek vinden. Van Komrij kun je immers niet verwachten dat hij een slecht boek heeft geschreven. Zo lieve kijkers, ik zie dat de tijd al weer dringt. We hopen dat u weer volledig geïnformeerd bent. We hopen dat u genoten heeft en dat we u mogen terugzien over veertien dagen voor een nieuwe aflevering van onze boekenrubriek.

Coen Peppelenbos
 

19 januari 1994 
 

NHL-KRANT ***  HOME *** ALFABETISCHE LIJST

 
Hosted by www.Geocities.ws

1