Goeie sier
Een rare manier om een autobiografie te schrijven en het is, geloof
ik, de eerste keer dat zoiets op deze manier gebeurt. Komrij vond
het onterecht dat de interviewers goeie sier maakten met de interviews,
terwijl hij het toch was die al die uitspraken gedaan had. In dit
boek plagieert Komrij dus zijn eigen uitspraken.
Je kunt het boek van voor naar achteren lezen, maar je kunt het ook
beschouwen als een naslagwerk. Wat heeft Komrij gezegd over Gerard Reve?
Je zoekt het op en vindt: 'Om de hele dag als de heer Gerard Reve door
het leven te moeten gaan, wat moet dat iets verschrikkelijks zijn, zelfs
voor de heer Gerard Reve!' Echt een citaat om uit je hoofd te leren. Gerard
Reve komt er met drie citaten trouwens goed vanaf; Harry Mulisch en W.F.
Hermans moeten zich allebei met één citaat tevreden stellen.
Zulke vergelijkingen leveren wel meer opvallende zaken op.
Als je gaat turven dan valt je meteen op waar Komrij zich de afgelopen
jaren op gefixeerd heeft: 17 citaten over homoseksualiteit, 8 citaten over
feminisme, 20 citaten over de recensent en maar liefst 34 citaten over
de poëzie. 'Een gedicht is ook niks, hè, het begint bovenaan
de pagina en het is onderaan alweer afgelopen.'
De leukste citaten zijn de citaten die door hun beknoptheid de kracht
van een geslaagd aforisme hebben. 'Het christendom is een godsdienst die
mensen geen opium maar wel polio gunt.' Of: 'De bovenkant van tv-omroepsters
kijkt je altijd aan of er iemand constant met een keukenmixer in hun kut
ronddraait." Andere citaten krijgen al de vorm van een mini-essay.
Staalkaart
Al met al vormen al die citaten een vreemde staalkaart van Komrij's
opvattingen. Het zou een wetenschappelijke studie waard zijn om erachter
te komen wat hij weggelaten heeft. Nu zie je af en toe de meningen van
Komrij over een bepaald onderwerp door de jaren heen veranderen.
Bij andere onderwerpen blijft hij hardnekkig hetzelfde zeggen, zoals de
herhaalde afschuw die hij uitspreekt ten aanzien van het werk van J. Bernlef
Uiteindelijk blijft de vraag natuurlijk over waarom Komrij dit boek
heeft samengesteld. Hoewel het boek hier en daar spitsvondige formuleringen
kent en soms rake beschouwingen, wordt het lezen ervan op den duur nogal
vermoeiend. Dan wil je wel eens weer een hele column lezen of een
heel boek met afgeronde stukken. Het abecedarium zal voor sommige lezers
misschien inzicht geven in de buitenkant van Komrij. Die zullen nadat ze
de tweehonderd bladzijden gelezen hebben, op de hoogte zijn van veel meningen,
gedachten en speelse invallen, maar ze zullen vooral hunkeren naar meer.
Voor die lezers ligt de rest van het werk van Komrij te wachten. Voor de
lezers die dat werk al kennen en de auteur in de loop der jaren gevolgd
hebben, bevat dit werk weinig nieuws.
Coen Peppelenbos
9 februari 1995