Mollen
Het verhaal over Opa's wijsvinger is mooi. Opa Huls raakt op een dag
zijn wijsvinger kwijt bij het zetten van een mollenklem. Dit gebeurt nadat
hij zijn trouwe knecht, die voor hem de mollen uit de tuin haalde dood
aantrof met in zijn hand een dode mol. Nu opa Huls zelf de mollen in zijn
tuin moet weghalen, mislukt dat. Opa Huls ziet in het voorval een teken
om zich niet in te laten met het oordeel van God. Het is dan ook ironisch
dat elke keer als hij naar de hemel wijst hij een gebalde vuist laat zien.
Idee
Bij zijn dood moet zijn zoon, de ongelovige vader van Huls, ervoor
zorgen dat de vingerkootjes in zijn graf zouden komen, maar die besteedt
het werkje weer uit aan zijn zoon. Huls verstopt de kootjes op het laatste
moment. Pas tijdens zijn optredens met Roest worden de kootjes weer gebruikt.
Hij is daarmee ook dit relikwie kwijt. Roest blijft ze houden. Dit is slechts
een klein gedeelte uit het boek van Freek de Jonge. Maar het geeft wel
meteen aan hoe het boek in het geheel is. De simpele gebeurtenissen van
alledag staan allemaal in dienst van het idee. En het idee is niet nieuw,
namelijk: je lot is onontkoombaar. Of je dat lot nu in handen legt van
een God of niet, je kunt er niet voor weglopen. De mollen in het verhaal
zijn de letterlijke ondergravers van het geloof in een ideaal of een religie.
In het weggeven van zijn verhaal, maar sterker nog door het kwijtraken
van opa's wijsvinger, plaatst Huls zijn lot in handen van de komiek Roest.
Roest is degene die vanaf dat moment zijn leven bepaalt. En Huls volgt.
Hij blijft, ook nadat de samenwerking was gestrand, voor anderen de begeleider
van Huls, de man in de schaduw. Het einde van het boek laat zien dat er
misschien een uitweg is.
Lot
Maar ook de grote man Roest ontkomt niet aan het lot. Hij lijkt door
zijn goocheltrucs de man te zijn die de kaarten schudt en deelt. De man
die een hogere macht heeft. Zelfs hij wordt getroffen door het lot wanneer
zijn vrouw zelfmoord pleegt. Dat zet bij hem een teloorgang in die eindigt
in een modieus gekkengesticht. De eigenaar van 'Het Goede Huis' is professor
Wiardi, die de nieuwe leidsman en goeroe wordt van zowel Roest als de bezoeker
Huls.
Huis komt echter door allerlei formaliteiten niet in contact met Roest.
Huls wil zijn naam niet geven en dan volgt er een boutade tegen allerlei
instellingen die niet meer gewoon in contact kunnen komen met een burger.
Die ervoor zorgen dat je met pasjes een gebouw in en uit kunt lopen. Die
scène is komisch, samen met een andere scène waarin het 'bevoegd
gezag' belachelijk wordt gemaakt. Daarna gaat het weer ernstig verder.
In een gesprek tussen Wiardi en Huls wordt duidelijk waar Roest aan 'lijdt'.
Als ik het toeval wil gaan manipuleren, wat kan ik, volgens u, dan het
beste doen? Uw denken zodanig beïnvloeden dat u zult kiezen
wat ik wil, of net zo lang oefenen met het schudden van de kaarten tot
ik precies weet hoe ze verdeeld zitten en ik door mijn vingervlugheid in
staat zal zijn altijd de juiste kaart om te draaien?
-Roest deed het laatste.
-Maar wilde het eerste! Kraait professor Wiardi triomfantelijk.
Goochelen is niet het misleiden van het oog, maar van de geest.
Opa's wijsvinger staat bol van uitspraken als de laatste. Het zijn
uitspraken die gedaan worden door de hoofdpersoon of door de verteller.
Manco
Daaruit blijkt meteen het manco van het boek. De ideeën en metaforen
buitelen over elkaar heen. Statements over geschiedenis, toeval en liefde
zijn bijna op iedere bladzijde te vinden, daarin is het boek rijk.
Maar de hoofdpersonen weten mij op geen enkel moment te raken. Als ik een
roman lees, dan wil ik meer dan een bundeling van uistpraken; ik wil dat
die uitspraken uit het verhaal blijken. De schrijver hoeft zijn ideeën
niet te expliciteren. Een boek met zo'n ideeënrijkdom verdient een
dikte die vergelijkbaar is met Harry Mulisch' De ontdekking van de hemel.
Freek de Jonge heeft de lezer zeker wat te vertellen. Het verhaal slaat
echter dood; de mensen worden de dragers van de stellingen die Freek de
Jonge naar voren wil brengen. Daardoor lukte het me geen enkele keer om
mededogen te hebben met Huls of om iets anders te voelen. Het boek wekt
geen emotie op.
De enige emotie die ik voelde was irritatie. Het lijkt alsof Freek
de Jonge in het verhaal nog wat klappen uitdeelt aan zijn theaterpubliek
'Roest was in eigen milieu allang uitgekotst, want succes en intellect
gaan nu eenmaal niet samen.'. Wie zegt dit? Dat De Jonge uit zijn theaterleven
put is niet erg, maar het leidt wel af van het verhaal. Opa's wijsvinger
lijkt me in eerste instantie niet een afrekening met Bram Vermeulen, met
wie hij in de jaren zeventig Neerlands Hoop in Bange Dagen vormde. Daarvoor
zijn de ideeën te complex. En daarvoor is Huls te weinig Bram. Toch
zal elke lezer in Huls en Roest, Bram en Freek zien. Daarnaast heeft Freek
de Jonge tragedies uit zijn persoonlijke leven herschapen voor dit verhaal
en ook dat leidt af van de hoofdgedachte van het boek. Opa's wijsvinger
is een slecht boek volgens mij. Literair stelt het niet veel voor. De vele
vergelijkingen met als werken storend op den duur. In de keuze van bijvoeglijke
naamwoorden is De Jonge niet origineel. Toch biedt het boek veel stof tot
overpeinzing, want De Jonge durft in zijn boeken wel vragen te stellen.
Meer vragen dan één boek kan bevatten. Het gedachtegoed van
een jaar literaire debuten valt erbij in het niet. Dat is zijn kracht en
zwakte.
Autobiografie
Blijft over wat er van de hoofdpersoon geworden is. Of beter gezegd
wie de hoofdpersoon werkelijk is. Als Huls te weinig op Bram lijkt, dan
komt dat omdat hij denkt als Freek. Het boek is een verkapte autobiografie,
die aan de orde stelt wat de rol is van een mens in het leven. Die mens
is de komiek Freek de Jonge die het lachen vergaan is. Het laat de zoektocht
zien, die Freek de Jonge ook al in zijn theatershows aan de orde stelde,
de zoektocht naar de zin van het leven. De weerzin van Huls om zijn naam
te noemen, om te zeggen wie hij is, is de verbeelding van een gebrek aan
identiteit. Met dit gebrek en met de vraag wat het substituut moet zijn
voor de religie worstelt Freek de Jonge. Hij lijkt er nog niet echt uit
te zijn.
Gelukkig maar.
Coen Peppelenbos
1 december 1993
NHL-KRANT *** HOME *** ALFABETISCHE LIJST