Freek de Jonge onder het mes

Freek de Jonge – Opa’s wijsvinger. De Harmonie

Wanneer een komiek een boek schrijft, verwacht je dat het komisch is. Kees van Kooten, Youp van 't Hek en zelfs de altijd onoriginele Herman Finkers brengen om de zoveel tijd boekjes uit die op verjaardagen worden weggegeven, omdat het veilige cadeautjes zijn. In die rij hoort Freek de Jonge niet thuis. Al eerder heeft hij, met Neerlands Bloed bewezen dat hij uitstijgt boven het licht komische, het typisch Nederlands ironische van zijn collega's. In het autobiografische Zaansch veem stond een scène over het eten van een ei met een meegekookt kuikentje die zo goed beschreven was datje er werkelijk van ging kokhalzen. Maar dat was meer een overgangsboek naar het serieuzere werk.
Opa’s wijsvinger is na Neerlands Bloed de tweede grote roman van Freek de Jonge. Hoofdpersoon van deze roman is Huls, de aan lager wal geraakte, gewezen begeleider van de cabaretier goochelaar Roest. Samen vormden ze jarenlang het duo 'Opa's wijsvinger' dat maatschappijkitiek niet schuwde. De naam van het duo was afgeleid van een verhaal van Huls. Het is de enige wezenlijke bijdrage van hem tot het programma, want Roest is onbetwist heer en meester binnen het duo. Huls mag begeleiden.

Mollen
Het verhaal over Opa's wijsvinger is mooi. Opa Huls raakt op een dag zijn wijsvinger kwijt bij het zetten van een mollenklem. Dit gebeurt nadat hij zijn trouwe knecht, die voor hem de mollen uit de tuin haalde dood aantrof met in zijn hand een dode mol. Nu opa Huls zelf de mollen in zijn tuin moet weghalen, mislukt dat. Opa Huls ziet in het voorval een teken om zich niet in te laten met het oordeel van God. Het is dan ook ironisch dat elke keer als hij naar de hemel wijst hij een gebalde vuist laat zien.

Idee
Bij zijn dood moet zijn zoon, de ongelovige vader van Huls, ervoor zorgen dat de vingerkootjes in zijn graf zouden komen, maar die besteedt het werkje weer uit aan zijn zoon. Huls verstopt de kootjes op het laatste moment. Pas tijdens zijn optredens met Roest worden de kootjes weer gebruikt. Hij is daarmee ook dit relikwie kwijt. Roest blijft ze houden. Dit is slechts een klein gedeelte uit het boek van Freek de Jonge. Maar het geeft wel meteen aan hoe het boek in het geheel is. De simpele gebeurtenissen van alledag staan allemaal in dienst van het idee. En het idee is niet nieuw, namelijk: je lot is onontkoombaar. Of je dat lot nu in handen legt van een God of niet, je kunt er niet voor weglopen. De mollen in het verhaal zijn de letterlijke ondergravers van het geloof in een ideaal of een religie.
In het weggeven van zijn verhaal, maar sterker nog door het kwijtraken van opa's wijsvinger, plaatst Huls zijn lot in handen van de komiek Roest. Roest is degene die vanaf dat moment zijn leven bepaalt. En Huls volgt. Hij blijft, ook nadat de samenwerking was gestrand, voor anderen de begeleider van Huls, de man in de schaduw. Het einde van het boek laat zien dat er misschien een uitweg is.

Lot
Maar ook de grote man Roest ontkomt niet aan het lot. Hij lijkt door zijn goocheltrucs de man te zijn die de kaarten schudt en deelt. De man die een hogere macht heeft. Zelfs hij wordt getroffen door het lot wanneer zijn vrouw zelfmoord pleegt. Dat zet bij hem een teloorgang in die eindigt in een modieus gekkengesticht. De eigenaar van 'Het Goede Huis' is professor Wiardi, die de nieuwe leidsman en goeroe wordt van zowel Roest als de bezoeker Huls.
Huis komt echter door allerlei formaliteiten niet in contact met Roest. Huls wil zijn naam niet geven en dan volgt er een boutade tegen allerlei instellingen die niet meer gewoon in contact kunnen komen met een burger. Die ervoor zorgen dat je met pasjes een gebouw in en uit kunt lopen. Die scène is komisch, samen met een andere scène waarin het 'bevoegd gezag' belachelijk wordt gemaakt. Daarna gaat het weer ernstig verder. In een gesprek tussen Wiardi en Huls wordt duidelijk waar Roest aan 'lijdt'. Als ik het toeval wil gaan manipuleren, wat kan ik, volgens u, dan het beste doen?  Uw denken zodanig beïnvloeden dat u zult kiezen wat ik wil, of net zo lang oefenen met het schudden van de kaarten tot ik precies weet hoe ze verdeeld zitten en ik door mijn vingervlugheid in staat zal zijn altijd de juiste kaart om te draaien?
-Roest deed het laatste.
-Maar wilde het eerste! Kraait professor Wiardi triomfantelijk. Goochelen is niet het misleiden van het oog, maar van de geest.
Opa's wijsvinger staat bol van uitspraken als de laatste. Het zijn uitspraken die gedaan worden door de hoofdpersoon of door de verteller.

Manco
Daaruit blijkt meteen het manco van het boek. De ideeën en metaforen buitelen over elkaar heen. Statements over geschiedenis, toeval en liefde zijn bijna op iedere bladzijde te vinden, daarin is het boek rijk.  Maar de hoofdpersonen weten mij op geen enkel moment te raken. Als ik een roman lees, dan wil ik meer dan een bundeling van uistpraken; ik wil dat die uitspraken uit het verhaal blijken. De schrijver hoeft zijn ideeën niet te expliciteren. Een boek met zo'n ideeënrijkdom verdient een dikte die vergelijkbaar is met Harry Mulisch' De ontdekking van de hemel.
Freek de Jonge heeft de lezer zeker wat te vertellen. Het verhaal slaat echter dood; de mensen worden de dragers van de stellingen die Freek de Jonge naar voren wil brengen. Daardoor lukte het me geen enkele keer om mededogen te hebben met Huls of om iets anders te voelen. Het boek wekt geen emotie op.
De enige emotie die ik voelde was irritatie. Het lijkt alsof Freek de Jonge in het verhaal nog wat klappen uitdeelt aan zijn theaterpubliek 'Roest was in eigen milieu allang uitgekotst, want succes en intellect gaan nu eenmaal niet samen.'. Wie zegt dit? Dat De Jonge uit zijn theaterleven put is niet erg, maar het leidt wel af van het verhaal. Opa's wijsvinger lijkt me in eerste instantie niet een afrekening met Bram Vermeulen, met wie hij in de jaren zeventig Neerlands Hoop in Bange Dagen vormde. Daarvoor zijn de ideeën te complex. En daarvoor is Huls te weinig Bram. Toch zal elke lezer in Huls en Roest, Bram en Freek zien. Daarnaast heeft Freek de Jonge tragedies uit zijn persoonlijke leven herschapen voor dit verhaal en ook dat leidt af van de hoofdgedachte van het boek. Opa's wijsvinger is een slecht boek volgens mij. Literair stelt het niet veel voor. De vele vergelijkingen met als werken storend op den duur. In de keuze van bijvoeglijke naamwoorden is De Jonge niet origineel. Toch biedt het boek veel stof tot overpeinzing, want De Jonge durft in zijn boeken wel vragen te stellen. Meer vragen dan één boek kan bevatten. Het gedachtegoed van een jaar literaire debuten valt erbij in het niet. Dat is zijn kracht en zwakte.

Autobiografie
Blijft over wat er van de hoofdpersoon geworden is. Of beter gezegd wie de hoofdpersoon werkelijk is. Als Huls te weinig op Bram lijkt, dan komt dat omdat hij denkt als Freek. Het boek is een verkapte autobiografie, die aan de orde stelt wat de rol is van een mens in het leven. Die mens is de komiek Freek de Jonge die het lachen vergaan is. Het laat de zoektocht zien, die Freek de Jonge ook al in zijn theatershows aan de orde stelde, de zoektocht naar de zin van het leven. De weerzin van Huls om zijn naam te noemen, om te zeggen wie hij is, is de verbeelding van een gebrek aan identiteit. Met dit gebrek en met de vraag wat het substituut moet zijn voor de religie worstelt Freek de Jonge. Hij lijkt er nog niet echt uit te zijn.
Gelukkig maar.

Coen Peppelenbos

1 december 1993 

NHL-KRANT ***  HOME *** ALFABETISCHE LIJST

Hosted by www.Geocities.ws

1