Het Parool

MOSES ISEGAWA

DE SLANGENKUIL

'Bat Katanga had zijn eerste en enige sollicitatiegesprek in een legerhelicopter, de zwaar bewapende Mirage Avenger van generaal Samson Ba- zooka Ondogar.' Dat is nog eens een manier om een boek te beginnen! De liefhebbers van Alistair MacLean en Ernest Hemingway zitten meteen op het puntje van hun stoel, terwijl de cultuurgeile salonestheten enigszins geschrokken doorbladeren: hun roman voor deze week zou toch wel literat��r zijn? Beide categorie�n lezers (en alle lettervreters die daar ergens tussenin hangen) kunnen gerust zijn, want Slangenkuil biedt voor elk wat wils.
Het zal u niet ontgaan zijn: er is een nieuwe Isegawa. De verschijning van het tweede boek van deze Oegandese Nederlander is zulk groot nieuws, dat zelfs het acht-uurjournaal er afgelopen week uitgebreid melding van maakte. Dat is niet onlogisch, want Abessijnse kronieken, de barokke stilistische explosie waarmee de auteur anderhalf jaar geleden debuteerde, ligt nog vers in het geheugen. In die vuistdikke, epische roman vertelt Isegawa het levensverhaal van een jonge Oegandees, die zijn land en cultuur ontvlucht om zich in Nederland te vestigen. Tegelijkertijd biedt hij in een werveling van nevenverhalen en panoramische uitweidingen de geschiedenis van het Oeganda van Idi Amin, de aids, de armoede en de familietwisten. Dit in tal van opzichten grote boek werd juichend onthaald door de pers en het publiek. Er gingen ruim zeventigduizend exemplaren van over de toonbank en het werd in elf talen vertaald.
En nu is er dus Slangenkuil, iets minder dik, maar nog altijd lijvig. De nu 35-jarige Isegawa moet, ondanks het ongehoorde succes van zijn debuut, hard hebben doorgewerkt op zijn Beverwijkse flat. Ook dit boek is in het Engels geschreven, omdat de auteur zich na een negenjarig verblijf in ons land nog niet genoeg thuis voelt in het Nederlands om zich in die taal soepel te kunnen uitdrukken. Logisch: met een ook maar enigszins beperkt vocabulaire had hij een beeldend verhaal als dit nooit kunnen schrijven. Want zijn tweede roman doet beslist niet onder voor zijn eerste.
Toch is Slangenkuil een totaal ander boek dan Abessijnse kronieken. Tegenover de uitbundige werveling van verhalen, waarin gretig verwezen wordt naar beroemde werken uit de wereldliteratuur, zet Isegawa nu een soberder, strakker vertelde roman. Nog altijd zijn er de plastische vergelijkingen en de quasi-laconieke vermeldingen van gruwelijke wreedheden ('De burgemeester van Masaka, een trouw aanhanger van de gevallen leider, moest voordat zijn lijk door de straten van de stad werd gesleurd eerst zijn penis oproken'). Ook blijft Oeganda de plaats van handeling, zoals de verknipte, maar duidelijk herkenbare foto van maarschalk Amin Dada op het omslag al doet vermoeden.
Naar aanleiding van zijn debuutroman is Isegawa in recensies wel vergeleken met Garc�a M�rquez, Naipaul en Rushdie. Nu hij met Slangenkuil afstand neemt van het wervelende verteltempo dat hij hanteerde in Abessijnse kronieken, dringt zich een andere vergelijking op. De bijna vettig dik aangezette personages, de soap-achtige, trefzeker uitgesponnen dramatische effecten in de verhaalontwikkeling doen onwillekeurig denken aan het werk van Philip Roth en Leon de Winter. Zou het toeval zijn dat laatstgenoemde ook fondsauteur is van De Bezige Bij?
Hoe dan ook: Slangenkuil is een prachtboek, dat lastig neer te leggen is alvorens het van kaft tot kaft is uitgelezen. De hoofdpersoon is Bat Katanga, die wiskunde ging studeren in Cambridge, om zijn eigen impulsieve trekken van instinctmatige drift te bestrijden. Een maand na de afronding van zijn studie keert hij terug naar Oeganda, om zijn geluk te beproeven in een omgeving waarin macht het kernwoord is en reputaties snel worden gemaakt en gebroken. De dictatuur van de wat clownesk afgeschilderde Idi Amin biedt onderdak aan merkwaardige lieden. Zoals kolonel Robert Ashes, een Britse huurling, en de bij tal van staatszaken geraadpleegde astroloog dr. Ali, die voor zijn voorspellingen rustig tien witte stieren laat opensnijden.
Maar de mooiste figuur is ontegenzeglijk kolonel Bazooka, een machtwellusteling die ervan droomt ooit koning te worden. Hij is degene die Bat inhuurt als 'ambtelijke Nummer Twee' op het ministerie van Energie en Communicatie en hem opdraagt om structuur te brengen in de chaotische toestand van het land: 'Ik geef jou de leiding over al die geschoolde en ongeschoolde hufters. Je mag iedereen, overal, op elk moment ontslaan. Als iemand moeilijk doet, meld je die hufter bij mij en gaat z'n kop eraf. Mijn vertrouwen krijg je niet voor niks. Dat moet je verdienen.'
Bijna van de ene op de andere dag verandert het leven van Bat. Zijn belangrijke baan bezorgt hem een duur huis, een dure auto en natuurlijk ook een dure vriendin. En daar beginnen de complicaties, want deze Victoria is natuurlijk gestuurd door Bazooka, die zijn ondergeschikte in het oog wil houden. Aanvankelijk lijkt alles zich ten goede te keren: Victoria krijgt een kind van Bat en is ervan overtuigd dat hij haar reddende engel is. Als hij haar aan de kant schuift voor een ander, ontwikkelt ze zich echter tot een ware guerrilla. De titel van het boek is wat dat betreft veelzeggend genoeg (zoals overigens veel van de door Isegawa gekozen namen). Bat had beter moeten weten, want zijn oude studievriend Kalanda, die bij een Oegandese handelsbank werkt, had hem immers voorgehouden: 'Bemoei je niet met politiek. Zet geen grote mond op over democratie en mensenrechten. Houd altijd je paspoort bij de hand.'
De ongebreidelde machtsstrijd, het excessieve geweld en de gepassioneerde jaloezie: Isegawa vertelt het allemaal met kennelijk plezier en groot vakmanschap. Hij zwicht niet voor de verleiding om de tegenstellingen tussen het arme noorden en het bevoorrechte zuiden van Oeganda op essayistische manier neer te zetten, maar verpakt ze kundig in zijn verhaal. Zoals hij ook de recente geschiedenis van zijn geboorteland op onnadrukkelijke wijze in zijn boek verwerkt. Dit alles maakt Slangenkuil tot een aanwinst voor de Nederlandse letteren.
Hoewel: de Nederlandse letteren? Het boek is natuurlijk wel in het Engels geschreven. En de vertaling valt me, eerlijk gezegd, niet altijd mee. Al op de eerste bladzijde gebruikt Rien Verhoef kort na elkaar tweemaal de formulering 'afgezien van', terwijl er geen sprake is van een opsomming. En elders bezigt hij kreupel proza als: 'In plaats van de koude hand van de afstandelijkheid die ze meestal voelde als haar werk erop zat, voelde ze zich verward, onzeker.' Hij zal wel haast hebben gehad.

Hosted by www.Geocities.ws

1