|
Moses Isegawa Abessijnse kronieken |
||
'Ik greep haar vast, waarbij ik haar jurk vies maakte. Ze deinsde terug en gaf me als in een reflex een harde klap recht in mijn gezicht. Ik viel achterover in de modder. De kluiten vlogen tegen Hangslots jurk aan. Ze tilde een voet op, ik zag de gele zool op me af flitsen, en even dacht ik dat ze me vol in mijn gezicht zou trappen.' De lezer heeft bijna honderd van de 628 pagina's achter de rug en denkt dat hij het ergste wel heeft gehad. Maar deze kleine tragedie speelde zich af in het begin van de jaren zeventig. Idi Amin moest nog aan de macht komen en afgezet worden in 1979. Milton Obote vormde vervolgens zijn tweede kabinet waarna weer andere guerilla's in 1986 de macht overnamen. Sindsdien woedt in Oeganda bijna permanent de burgeroorlog. Dat is de couleur locale voor een dramatische familiegeschiedenis. Abessijnse kronieken is geschreven door een man die in Kampala vier jaar geschiedenisleraar was op een middelbare school. In 1990 verliet hij zijn land, is genaturaliseerd Nederlander en woont in Beverwijk waar hij zich volledig aan het schrijven wijdt. De roman, oorspronkelijk in het Engels geschreven, werd geweigerd door De Arbeiderspers, Prometheus en Querido. Maar De Bezige Bij zag er een meesterwerk in en liet het manuscript vertalen. 'Magistraal' luidt de kop boven de advertenties voor de roman, maar de uitgever had met evenveel recht alle superlatieven uit de lade mogen trekken. Abessijnse kronieken heeft alles in zich om een bestseller te worden. De opening van de roman is een verwijzing naar kolonel Buend�a van Marquez in Honderd jaar eenzaamheid die voor het vuurpeloton staat en denkt aan die ene langvervlogen middag toen zijn vader hem meenam om kennis te maken met het ijs. Isegawa begint eveneens gedenkwaardig: 'Terwijl hij tussen de kaken van de kolossale krokodil verdween flitsten er drie laatste beelden door Serenety's hoofd: een wegrottende buffel vol gaten waar slierten maden en zwermen vliegen uit kwamen; zijn minnares van oudsher, de tante van zijn vermiste echtgenote; en de geheimzinige vrouw die hem als kind had genezen van zijn bezetenheid van grote vrouwen.' Dezelfde passage keert 600 pagina's later terug, maar dan blijkt dat Serenty nog ��n flits van helder inzicht heeft. Hij weet waar hij de botten van zijn vermiste vrouw kan vinden. Die ontdekking ontsnapt niet aan de buik van de krokodil, 'zelfs niet toen die tien jaar later overleed.' Kalm zet de roman in met de beschrijving van het leven op het Oegandese platteland. De verteller introduceert zijn grootouders, zijn vader Serenty en moeder Hangslot, hun ontmoeting en daarna het huwelijk. Dat zijn al vijftig pagina's weergaloos proza. Pas in de wittebroodsweken krijgt Serenity van de zuster van zijn vrouw te horen waarom de bruidsschat zo laag was. Hangslot is verbannen uit het klooster omdat zij haar driftbuien maar niet in toom kon houden. De verteller Moegezi zal later meer dan eens kennismaken met de guavekarwats. Dat ook zijn vader hem op een keer bijna doodranselt, om niets, is de zoveelste dramatische gebeurtenis. Abessijnse kronieken is m��r dan een aaneenrijging van de onvoorstelbare lotgevallen die Isegawa uit zijn herinnering opdiept. Het uitzonderlijke van de roman is dat de auteur de ruimte heeft genomen om werkelijk alle personages -het zijn er vele- van diverse kanten te belichten. De verteller leeft zich in de gedachtenwereld van zijn folteraars in, wat tot aangrijpende beschrijvingen leidt over de psychologische kronkels van zijn ouders. Wat zich in gezinsverband afspeelt, gebeurt in het groot in Oeganda zelf. Het is zowaar te begrijpen dat de verteller zich overgeeft aan de levenslessen van Idi Amin, die hij beschouwt als zijn geestelijke peetvader. Als Moegezi voor de zoveelste keer vernederd is door zijn moeder, herinnert hij zich de woorden van Idi Amin: als je hebt verloren, raap jezelf bij elkaar en keer terug om de hardste knock-out uit te delen die ooit is gegeven. Dat is wat Moegezi in werkelijkheid doet. De wraak op zijn ouders is onthutsend, gemeen en geniepig. De bewondering voor Amin is voorbij als hij op de hoogte is van 'het moordzuchtige licht van de waarheid'. Bijna dertig jaar Oegandese geschiedenis is in de roman verwerkt. Het leven op het platteland wordt gevolgd door een zwervend bestaan in Kampala vanaf het moment dat Moegezi verenigd is met zijn ouders. Uitgebreid beschrijft hij de latere tijd op het semenarie en de universiteit. De verteller moet zien te overleven in een periode van onderdrukking, moord, geheimzinnige verdwijningen, ontvoeringen en buitenissigheden in folterkamers. Verkrachtingen zijn aan de orde van de dag, ook de verteller wordt slachtoffer. Kindersoldaten, kleine jongens in veel te grote uniformen, maken de dienst uit. Moegezi stort zich in hachelijke avonturen: op illegale wijze verdient hij dollars. Het strijdtoneel verplaatst zich in het laatste hoofdstuk naar Nederland. Handel in vervalste paspoorten, verkrachtingen, moord, politieagenten die pas komen als de ergste misdaden zijn gepleegd: Moegezi laat er geen misverstand over bestaan dat de Bijlmer in feite een Oeganda is in het klein. Dat hij naar Nederland heeft kunnen komen via een duistere Nederlandse hulporganisatie, Action II, die in de problemen kwam vanwege kinderporno, kan er ook nog wel bij. Bij zijn geboorte kreeg Moegezi ook de naam Moewaabi mee, dat 'aanklager' betekent. De verteller doet zijn naam eer aan met deze roman. Moegezi is in Oeganda de naam voor de intelligente of de briljante. Anil Ramdas riep uit: 'Mijn God, ergens in Beverwijk is in alle stilte wereldliteratuur gemaakt, door een jongen uit Oeganda die zich in ��n klap tussen Garcia M�rquez, Rushdie en Naipaul bevindt.' Deze uitspraak van Ramdas klinkt overdreven, maar hij heeft wel gelijk. Abessijnse kronieken is wel een debuut van jewelste. Moses Isegawa: 'Abessijnse kronieken'. Uitgeverij De Bezige Bij. Prijs: 49,50. < | ||