Trouw, 5 juni 1999

'Jeroen is toch mijn grote liefde?'

PETER DE BOER

De liefdesavonturen van Pauline en Jeroen zijn onder de jeugd tamelijk populair. Haye van der Heyden schreef over dit tweetal vijf boeken, waarin getuige de titels het hele juveniele liefdesscala aan bod komt: 'Kusjes', 'Zoenen', 'Strelen', 'Vrijen' en 'Liefde'.

Het pikante onderwerp en de lichte toon verklaren vermoedelijk de populariteit van deze serie, waarvan verschillende delen werden getipt door de Kinderjury en de Jonge Jury. Mijn eigen dochter van elf en haar vriendinnen heb ik meer dan eens, als in samenzwering bijeen en gierend van de pret, over deze boeken gebogen gezien. Ze bieden dan ook, al dan niet opzettelijk, je reinste kinder-soap.

Hoewel het onderwerp inmiddels uitgeput leek, gaat de schrijver in 'Tranen in bad' vrolijk op dit thema door. Sterker, hij vertelt de lotgevallen van het tweetal gewoon opnieuw, ditmaal echter niet vanuit het gezichtspunt van Jeroen, maar gezien door de ogen van Pauline. In een kort nawoord, 'Hallo allemaal', onderbouwt hij dit met het argument: ,,Meisjes kijken anders tegen de liefde aan dan jongens.'' Mijn idee. Maar je zou toch menen dat dit contrast, ongeacht het specifieke gezichtspunt, al ruimschoots in de vorige deeltjes aan bod had kunnen komen! Dat had meteen wat meer diepgang verleend aan iets dat nu is blijven steken in vederlichte camp.

'Tranen in bad' valt globaal samen met de episode die in 'Kusjes' en 'Zoenen' al wordt beschreven. Alles draait weer om het spel van aantrekken en afstoten tussen de piepjonge seksen. Van enig verhaal en epische ontwikkeling is verder nauwelijks sprake. De uiterlijke gebeurtenissen zijn snel verteld. Pauline en Jeroen, tien jaar jong, hebben iets met elkaar, maar aan hun geluk komt een einde als Pauline met haar ouders naar Brussel verhuist. Aanvankelijk houdt ze zich verre van het liefdespad ('Jeroen is toch mijn grote liefde?'), maar wanneer ze in een brief van haar vriendin Marja leest dat Jeroen het inmiddels houdt met ene Inge, legt zij het op haar beurt aan met de 'coole' veertienjarige krullebol Christiaan. Deze wijdt haar in in het fenomeen tongkus, wat haar wel bevalt, maar ondanks dat mist ze iets: ,,het is anders dan met Jeroen.''

Tijdens een logeerpartij bij haar oma in Nederland komen Pauline en Jeroen, na enkele verwikkelingen die samenhangen met hun slippertjes over en weer, weer nader tot elkaar. De twee vallen elkaar in het hoofdstukje 'Zoenen met tongen' in de armen: ,,Het is een kus van een uur, van een jaar, van een eeuw.'' Eind goed al goed, maar Pauline is wel zo (vroeg)wijs om voordat zij weer naar Brussel afreist een kort pleidooi voor wederzijdse vrijheid te houden: ,,We moeten allebei nog van alles meemaken, voordat het serieus wordt, vind ik. Anders gaat het later niet goed.''

Tien jaar jong en je hoeft ze niks meer te vertellen! Wat dit boek tot zo'n curieus geval maakt is dat de kinderen erin zo klungelig acteren als kleine volwassenen. Deze travestie werkt bij het lezen voortdurend op de lachspieren. Dat begint gelijk al op de eerste pagina, als Pauline en Marja op het schoolplein ene Rolf, de lokale bink, de maat nemen. ,,'Mooi hé?' Marja hijgt bijna.'' Waarop Pauline erkent: ,,Echt prachtig.'' Deze onvolgroeide Adonis is in haar ogen ,,een ongelooflijk lekker ding. Hij heeft alles wat een man moet hebben.'' Een 'man'? Het staat er. Elders merkt Pauline over Jeroen op: ,,Wat een vrouwvriendelijke man is het toch'' en typeert ze haar vriendje uit Brussel als behorende tot het gilde der ,,mooie mannen met heerlijke kussen''.

En zo maken deze kinderen het hele boek door van die karikaturaal vertekende volwassen buitelingen. Als in de beste traditie van GTST, voor deze gelegenheid wellicht te vertalen als Goed Tongen, Slecht Tongen, slaan ze elkaar met clichés om de oren. Bijvoorbeeld bij het uitmaken van hun verkering: ,,Het heeft geen toekomst. En ik kan niet met hem praten.''

Ze staan als ouwelijke gnoompjes te kijk en hebben dat te danken aan de onhandigheid van een schrijver die, met de beste bedoelingen ongetwijfeld, zijn ruimhartige pedagogiek als een molensteen om de nekken van zijn jeugdige personages hangt. Het is bijvoorbeeld heel mooi en wijs om het onderscheid tussen lust en liefde aldus uit de doeken te doen: ,,Soms word je even overvallen door lust. Iemand moet even getroost of iemand heeft krullen als van een Franse zanger. Zo gaan die dingen. Dat hebben we allemaal. Het zal en mag de liefde niet verstoren.'' Maar het is ónwijs en mal om deze gedachtegang letterlijk zo te laten opborrelen in het brein van een tienjarige.

Een flinterdun verhaal, ongeloofwaardige personages en amoureuze clichés zonder tal: het klinkt allemaal niet best maar veel kinderen vinden het prachtig. Uiteindelijk is de moraal van het verhaal verrassend braaf. Als het erop aankomt kiest Pauline, hoe ,,heerlijk en zacht en aangenaam'' het tongzoenen met andere 'mannen' ook verloopt, onvoorwaardelijk voor de mooie ogen van Jeroen. En hij keert op zijn beurt even gedwee bij zijn oude liefde terug. Als dat geen gewetensvolle en betrouwbare kleine grote mensen zijn, dan weet ik het niet meer.

Hosted by www.Geocities.ws

1