KRISTIEN HEMMERECHTS,
Margot en de engelen
Atlas, Amsterdam/Antwerpen
239 blz.
Een moeder ziet de navelstreng met een botte schaar bruusk doorgesneden wanneer haar kind van huis wegloopt. Ze wil haar pijn uitdragen, maar heeft geleerd te zwijgen. Met die thematiek zeilt Kristien Hemmerechts in herkenbare wateren, op zoek naar het menselijk tekort. De nieuwe Hemmerechts is ook de oude Hemmerechts.
AL in de eerste twee regels van Margot en de engelen
haal je haar stijl en aanpak eruit. Een nog onbekende vrouw vraagt haar
gesprekspartner de ogen te sluiten en de mond te openen, in ruil voor ,,iets''.
Die kordate vraag van Sofie aan haar ex, haar belofte iets te geven in
ruil voor een korte maar blinde overgave, herbergt een elementair gegeven in
Kristien Hemmerechts' verhalenuniversum: die dubbele emotionele lading van
alles, de onvermijdelijke hidden agenda van het gevoel.
Sofie wil haar ex wel iets geven, maar vraagt er een
absolute toewijding voor in ruil. De conflicten van Hemmerechts' karakters
wortelen in het gegeven dat gevoelens en handelingen altijd door dat
wispelturig meervoudige karakter behekst worden, wat die gevoelens en handelingen
meteen ook zo hemeltergend oncontroleerbaar en onpeilbaar maakt. Wat macht
tot een vergiftigd geschenk doet verworden, en geluk meteen verdacht. ,,Later
zag Sofie dat er eigenlijk geen verschil was, dat ook het vrijen een
meppen was, en het meppen een vrijen.''
Wanneer Sofie haar ex Dave vervolgens verwijt dat hij zijn ogen niet
durft te sluiten, negeert ze zijn terughoudendheid. ,,Wees een man,'' blaft ze
hem toe. Weerom slaat die dubbelzinnigheid dus toe. De stereotiepe man
bouwt zijn mannelijkheid op zijn vermogen om te overheersen, maar in Sofies
logica ontleen je mannelijkheid voor een minstens even groot deel aan je wil
om te buigen. Alles in Margot en de engelen lijkt wel van die
,,wezenlijke'' besluiteloosheid doordrongen. Als het eeuwig menselijk tekort
ergens ontspringt, dan zal het daar wel zijn.
DE Britse Dave en de Belgische Sofie leven al een tijdje apart, maar
een officiële scheiding is nooit uitgesproken. Eerst had Sofie een relatie
met Daves vriend Nick, maar na een abortus was het tot een breuk gekomen.
De zwijgende Dave leek in alles het tegendeel van Nicks superextraverte
branie, maar trouwde met Sofie. Toen Thatcher aan de macht kwam, wou hij weg
uit Engeland. De twee verhuisden naar België. Sofies eerdere breuk met Nick
wierp een schaduw over hun huwelijk, en zette een neerwaartse
spiraalbeweging van scheidingen in gang, geheel volgens Sofies logica dat de ene breuk
automatisch uit de andere volgt, ,,Eenmaal dat je het proces op gang brengt,
is het niet te stuiten.''
Zoveel jaren later nu is hun enige dochter Margot weggelopen, enkel een
fax achterlatend. Enkele weken later zal ze achttien worden. In lange
flashbacks, tamelijk evenwichtig in elkaar geschoven, gunt Hemmerechts stukje bij
beetje de lezer een zicht op wat aan die vaarwelfax voorafging. Hoe de
jonge Margot zich al vroeg een engel toonde door niets te willen eten, en
uiteindelijk enkel door de onderbuurvrouw over de meet kan worden getrokken.
Hoe Sofie de Engelse familie van Dave niet kan loslaten, en al helemaal niet
haar herinneringen. En hoe Sofie en Dave altijd wegliepen, de ene
letterlijk, de ander in zijn stilzwijgen.
Sofie probeert Dave nu, na hun feitelijke scheiding, nog altijd uit zijn
stilte weg te lokken, om hem daarna zijn lawaai te kunnen verwijten. Maar
,,omdat er geen reactie kwam, moest ze verder gaan met jennen en treiteren
tot ze die plek vond waar het zoveel pijn deed dat hij zou terugmeppen. Ze
vond hem nooit.'' Sofies jennen is een hulpeloze, onbehouwen schreeuw om
communicatie, in weerwil van haar drang telkens te vluchten. Ze onderdrukt haar angsten -
gekanaliseerd in de herinnering aan haar abortus - met een geforceerde
onverschilligheid. Haar dochter bezweert ze niets op te kroppen, maar ze maakt van
zichzelf een levensgroot tegendeel van haar eigen vermaningen.
Uiteindelijk hoort Sofie iets van Margot via ,,de engelen'', een
sekteachtige gemeenschap die streeft naar een ontlichamelijking van de mens. Margot
was bij hen verzeild geraakt, maar is alweer vertrokken op het moment dat
de engelen haar ouders inlichten, ongrijpbaar op weg naar het fatale
eindpunt van de roman.
NET als de stijl van haar romans en verhalen is ook Hemmerechts'
plotopbouw meestal vrij transparant en rechtlijnig, met duidelijke
verhaallijnen die de gevoelens en handelingen van de personages stevig omarmen en
dwingend bepaalde richtingen uitsturen. Het is zeker één van Hemmerechts' sterke
kanten dat ze haar personages gevoelsmatig kan uitkleden zonder in
beschrijvende lamlendigheid te vervallen. Ook in Margot en de engelen is
de plot gespierd en zelfzeker
aanwezig, maar het strikt realistische karakter ervan wordt aangevreten
door magisch-realistische passages. Sporadisch weliswaar, maar daarmee des te
hardnekkiger. In één sequentie bindt de jonge Margot haar oppasser op een
bizarre manier aan een stoel vast, en zwijgt daar vervolgens over tegen
haar moeder, zodat wat is gebeurd ,,misschien niet echt gebeurt, misschien
alleen is gedroomd.''
Er treedt ook een halfwilde jongen met een geit op, die als een Satan
Margot bespringt en na haar verdwijning rusteloos op haar terugkeer hoopt -
een goedkope verbeelding van ongeremde seksualiteit. En er is de
raadselachtig glimlachende Sacha, die uit Sofies tekenklas verdwijnt om plots met
nieuws over haar dochter in de kelder van het academiegebouw weer op te
duiken.
Sofie kan met deze bevreemdende elementen moeilijk om: ze bewondert niet
voor niets Daves moeder die zo goed is in het ,,opnemen van de dingen, ze
benoemen en plaatsen''. Ze plakt op die schemerzone tussen echt en onecht,
de hidden agenda van de realiteit, dan ook een term: het
onvermijdelijke virtual reality. Snel gedefinieerd: een tussenstadium
waarin werkelijkheid overvloeit in de hoop omtrent hoe die werkelijkheid er óók
best zou kunnen uitzien. Haar afwezige dochter probeert Sofie virtueel te beredderen:
,,Margot. Iemand moest aan haar denken; haar met denken in leven houden; een
veilig cocon voor haar spinnen, waar ze ook was, met wie ze ook omging.''
De centrale plotlijn van de roman waaiert een beetje teleurstellend in dat
magisch-realistische niets uit, met een al te groteske
afronding in de laatste bladzijden.
HEMMERECHTS vertelt haar verhaal vanuit de gedachten van
verschillende personages. Dat geeft de roman psychologisch zeker meer kleur, en
Margot en de engelen wordt er alvast wat minder eenkennig door. Hemmerechts schrijft zeker met een groot inlevingsvermogen, maar laat haar
romans, ook deze, naar mijn smaak te uitsluitend van dat inlevingsvermogen
afhangen.
In vergelijking met Hemmerechts' vroeger werk valt er thematisch weinig
nieuws te rapen. Margot en de engelen heeft weer niet de
intellectuele armslag die het zou doen beklijven.
Maar misschien is dat gewoon het humeurige commentaar
van een fallocraat met een acuut gebrek aan inlevingsvermogen in de
vrouwelijke blik.
Jeroen Overstijns