Voorliefde
Net als Renate Dorrestein heeft zij een voorliefde voor verhaalpersonages
die in hun gedragingen soms extreem zijn, terwijl ze op het eerste gezicht
niet zo opvallen. De gebeurtenissen zijn soms net zo absurd als bij
Dorrestein, maar net als bij haar Nederlandse collega weet ze de verhalen
aannemelijk te maken. De hoofdpersoon van 'Kerst', Leopold, gaat veel te
laat op zoek naar een kerstboom. Dat kost hem heel veel moeite. Uiteindelijk
vindt hij wel een boom, maar die kan hij helaas niet mee naar huis nemen.
Thuis wacht Kaatje, een zwakzinnige vrouw die de hele tijd met een luier
aan moet lopen. De laatste scène in het verhaal is stuitend en teder
tegelijk. Hij heeft Kaatje lief, vrijt met haar en is niet boos als ze
tijdens het vrijen haar plas niet meer kan ophouden.
Spot
Hemmerechts provoceert. Dit kerstverhaal spot met elk kerstverhaal,
maar is toch ook een ode aan de kerstgedachte. Liefde en overgave
voor een ander blijven ' juist in dit verhaal twee traditionele deugden.
Niet geschikt om voor te lezen bij het kerstdiner.
Maar dit is niet het verhaal, dat ik het mooist vind. Het meest aangrijpende
verhaal in de bundel is 'Sprookje'.
'Er waren eens een man en een vrouw die een kind kregen dat leefde.
Toen kregen ze nog een kind en het stierf, en toen nog een kind en ook
dat kind stierf.' Dit zijn de openingszinnen van het verhaal dat keihard
is. Het verhaal is autobiografisch, dat gegeven geeft het voor mij
een extra emotionele lading. De schrijfster heeft twee kinderen verloren
aan wiegedood en is daarna gescheiden van haar man. Wie zo'n verhaal
moet opschrijven, is zich bewust van alle klippen die je kunt tegenkomen.
Het verhaal kan al snel larmoyant worden of sentimenteel. Hemmerechts
heeft gekozen voor een koude registratie van de gebeurtenissen. De
zinnen lijken koud, omdat het haast allemál mededelingen zijn.
Daardoor raken ze je echter harder.
Onbegrijpelijk verdriet kun je niet in proza omzetten. Je kunt
alleen verslag doen. 'Ben is een foto op de kast.' Zo'n zin vertelt
het hele verhaal. Zo'n zin ontneemt je de adem. 'Ken je die mop van
die mensen die een kindje hadden verloren? Ze hebben er nog eentje
verloren.' Dat zijn de rechtse hoeken die de schrijfster uitdeelt aan het
leven en aan de lezers.
En de zinnen zijn allemaal raak. 'Ik vond het vreselijk dat ik
opnieuw aan mijn ouders moest gaan zeggen: de baby is dood. Ik bleef in
de auto zitten, liet het mijn man zeggen. Ik wilde mijn moeder niet zien
huilen. Ik kon het niet verdragen opnieuw te hebben gefaald.'
Toen ik het verhaal twee jaar geleden voor het eerst las, was ik geschokt.
Ik begreep niet dat je een ervaring op die wijze kon verwoorden. Ik snap
nu dat het niet anders kan.
Afstandelijk
Voor en na deze verhalenbundel heeft Hemmerechts andere boeken geschreven
die met een schijnbare afstandelijkheid lijken te zijn geschreven. Alhoewel
het grootste gedeelte bestaat uit fictieve verhalen, zijn ook in die boeken
de gebeurtenissen die personages moeten ondergaan schrijnend. Na
het lezen van 'Sprookje' ben ik de rest van haar oeuvre in een ander licht
gaan zien. Dat is het gevaar van zo'n prachtig autobiografisch verhaal.
Je gaat andere verhalen op dezelfde wijze lezen en als een pseudopsycholoog
interpreteren.
Ach wat maakt het uit. Alleen al door het boek 'Kerst en andere
liefdesverhalen' blijf ik een fan van het werk van Hemmerechts.
Coen Peppelenbos