Maarten 't Hart
De vlieger
door Johan Diepstraten
De calvinistische wereld heeft het zwaar te verduren in het werk van Maarten �t Hart. Maar in zijn nieuwe roman De vlieger zijn plotseling de katholieken aan de beurt. Vader Pau �t Hart krijgt opdracht om een roomse begraafplaats te ruimen. Dat gegeven is goed voor een groot aantal schimpscheuten aan het adres van �de kattelieken'. Voor de grafdelver ligt de zaak eenvoudig: �'t zijn papen, �t is uitschot, �t zijn en blijven varkens'. De hele roman door zit hij �opgescheept met duizend dooie papen'.

Die haat tegen de katholieken komt niet helemaal onverwacht. Vorig jaar verscheen de bundel Wie God verlaat heeft niets te vrezen, een verzameling bijbelcolumns waarvan de uitgever hoopte dat ze veel opschudding en gekrakeel zouden veroorzaken onder allerlei gezindten in Nederland. Maarten �t Hart deed echt zijn best om iedere gelovige te beschimpen, ook katholieke.

Het christendom is voor hem een gruwel, maar nog meer �de paapse variant'. De infame en meedogenloze kettervervolgingen, de heksenverbrandingen, de misdadige kruistochten, ach, dat geloven we wel. Dan komt het: �Maar het ergste van alles is ongetwijfeld geweest dat de Kerk vanaf het begin van haar ontstaan een virulent anti-semitisme heeft gepredikt dat uiteindelijk heeft geresulteerd in de grootste tragedie die zich op deze wereld heeft afgespeeld'

Eenzelfde rood waas krijgt de vader voor ogen als hem wordt gevraagd om �de papen te rapen'. Hij had al eens stiekem op de roomse begraafplaats rondgekeken, maar ach, ach, wat een misbaksels van graven waren daar te zien. Wat te denken van al die �schrielpieperige Jezusjes' op de stenen. �Soms zijn ze tot op het bot weggevreten, het is echt verschrikkelijk, je kan de ribbetjes tellen.' Voor de vader is er maar een deugdelijke oplossing: met twee dragliners de grond afgraven en �de botten schudden' zoals het in grafmakerstermen heet. Ze verdienen niet beter, die zuipschuiten die hun kroeg bouwen tegenover de kerk.

De afkeer van Maarten �t Hart tegen zijn eigen gereformeerde milieu klinkt de lezer ver trouwder in de oren. Het basisgegeven voor de roman is te vinden in een bijbelcolumn �Gelijk ook wij vergeven' die hij een aantal jaren geleden voor NRC-Handelsblad schreef. Een �ingetogen' ouderling was tot een opmerkelijk inzicht gekomen. De regel uit het Onze Vader �Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren' heeft als consequen tie dat God de mensheid rechtstreeks vergeeft. �Daaraan hoeft helemaal geen verlossing door het zoenbloed van Christus aan te pas te komen.'

In de roman is het Ginus van Diepenburch die dit verpletterende inzicht ventileert. Op straat wordt hij bespuwd en voor godsloochenaar uitgemaakt, maar hij houdt zijn bijbelexegese vol. Ouderlingen lopen af en aan om hem tot inkeer en bezinning te brengen, bespioneerd door de vader en zoonlief �t Hart, die vanuit een slaapkamertje pal op tafel in de woonkamer van Ginus kunnen kijken.

Met duivels genoegen moet Maarten �t Hart de pagina's geschreven hebben waarin de gelovi gen elkaar met bijbelcitaten bestoken. Dat hij de Statenvertaling uit zijn hoofd kent, laat hij pagina's lang blijken. Alleen voor calvinisten is de volgende dialoog te begrijpen: -�Wij hebben een probleem, Jesaja 30 vers 1'. -�Nou en of,' luidt het antwoord: �Jesaja 8 vers 8.' �t Hart komt nog wel een keer met een roman die alleen uit dit soort versaanduidingen bestaat.

Ginus van Diepenburch is niet de eerste broeder in het werk van Maarten �t Hart die een conflict heeft met de kerkgemeenschap. De ouderlingen zijn steevast kraaien die hel en verdoemenis prediken en zich druk maken om de kinderachtigste flauwiteiten. De komst van dominee Hindervoet leidt bijna tot een schisma. Mag er een dominee benoemd worden die zijn haar in een middenscheiding heeft?

De gereformeerden krijgen er van Maarten �t Hart van langs. Opmerkelijk is het wel dat vader Pau �t Hart nogal mild is als het om zijn geloofsgenoten gaat. Zo kennen we hem ook uit de vele verhalenbundels: een melig type dat de katholieken laat �urbi�n en orbi�n' en meer van dat soort joligheden debiteert. Nee, hij is geen doodgraver (�Ik graaf geen mensen dood'), maar grafmaker. �Weet u waarom het zo prettig is als je in je slaap overlijdt? Dan merk je pas de volgende morgen dat je dood bent.' Die vader, �dat was me er een', luidt de laatste regel van de roman.

In de epiloog schrijft Maarten �t Hart over zijn vader die al een kwart eeuw dood is: �In al die jaren is er geen dag voorbijgegaan waarop ik niet aan hem gedacht heb.' Het sterven van zijn vader heeft hij verbeeld in de prachtige roman De aansprekers. Dat is een monument voor de vader, een hecht geconstrueerde roman bovendien met een veelvoud aan literaire thema's. Voor de nieuwe roman gaat dat niet op.

De vlieger wordt verteld vanuit het standpunt van het jongetje. De bekende onderwerpen komen aan bod. Stapelverliefd is hij op de dochter van Ginus, de oogverblindend mooie Machteld. Het is de zoveelste liefde die op niets uitdraait, maar deze keer geeft Maarten �t Hart er een merkwaardige draai aan. De romanwerkelijkheid heft hij op als hij in de epiloog vertelt dat hij haar heeft ontmoet tijdens een bijeenkomst voor Amnesty International.

�Af en toe lees ik zo'n boek van jou,' bijt deze Machteld hem toe. �Toen ik veertien was, wist ik: God en die hele snertzooi, dat is allemaal grote onzin. Klaar. Je laat het achter je. Weg. Maar jij... je blijft er maar over dooremmeren...' �Omdat het maar steeds blijft voortbestaan,' antwoordt �t Hart. �Omdat de EO de grootste omroep van Nederland is. Omdat er in alle hoeken en gaten van dit kikkerland nog van die griezeldominees preken en catechiseren.'

De EO de grootste? Wat zit de weerzin diep in deze roman die naar het einde toe steeds minder een roman is, maar een getuigenis. Met het fanatisme van de Jehovah Getuigen geeft hij af op iedereen die in �de waanidee�n' van de bijbel gelooft. �Het is zo idioot allemaal, zo onuitsprekelijk dwaas, zo totaal onzinnig, zo adembenemend potsierlijk... het is zo'n mal, belachelijk, onzinnig verhaal...' Maarten �t Hart gaat er zowaar van stotteren.

Alweer Maassluis (Boonersluis in de roman) met al dat gereformeerde gedoe, gaat dat op den duur niet vervelen? �t Hart weet er altijd weer een draai aan te geven zodat hij de lezer in de ban houdt. Prachtig hoor, die winterse sfeer, de huiskamer verlicht door het waxinelichtje van de theestoof en de zachte rode gloed van antraciet, het mijmeren over de grote liefde, de zwerftochten door de Maassluise polder, en -o hemel- de twee kwajongens die de nieuwe vlieger van de kleine Maarten kapot maken. Dat zullen wel paapse jochies zijn geweest.

Maarten �t Hart: �De vlieger'. Uitgeverij De Arbeiderspers. 230 blz. Prijs: 34,90.


Hosted by www.Geocities.ws

1