Schrijver Hartman, Evert
Titel Gegijzeld
Jaar van uitgave 1984
Bron De Volkskrant
Publicatiedatum 04-05-1984
Recensent Herman Tromp
Recensietitel Rollenspel fascisme werd snel ernst
We hebben er niet erg veel van geleerd. Integendeel, de Tweede Wereldoorlog wordt gekoesterd. Er is geen onderwerp zo populair als de oorlog. De opmerkelijkste boeken van de laatste jaren gingen er ook weer over: De Val van Marga Nfinco, De aanslag van Harïy Mulisch en Het verstoorde leven van Etty EEllesum. Over een derde wereldoorlog kunnen we niet meer schrijven, heeft Mulisch eens gezegd. Ik denk dat er meer nodig is dan wat boeken om het bij die twee te laten.
Helaas is het zo, dat jeugdliteratuur in heel veel onderdelen onvergelijkbaar is met de literatuur voor volwassenen. Natuurlijk is ze kwalitatief minder. Dat komt vooral doordat ze geen literaire traditie heeft. Jeugdliteratuur heeft bijvoorbeeld een invloed gemist als die van de Beweging van Tachtig. Die heeft de literatuur voor volwassenen gemaakt tot een individualistisch getinte; de jeugdliteratuur is daardoor een beetje blijven steken in het lerende en beierende.
Dat verschil komt ook doordat het publiek waarvoor geschreven wordt sterk verschilt. De schrijver die zich richt op een volwassen publiek mag ervan uitgaan dat zijn lezer een min of meer gesloten wereldbeeld heeft gevormd. De jonge lezer is voorlopig nog bezig te oriënteren. Een schrijver die dat erkent zal, schrijvend voor de jeugd, het individualistische laten voor wat het is en zich meer richten op het afstandelijke, het overzichtelijke. Oorlogsboeken voor de jeugd hadden aanvankelijk veel weg van vertellingen. De schrijver had veel meegemaakt en gaf zijn belevenissen, vaak voorzien van moralisatie, aan de jeugd door. Anne de Vries met zijn serie Reis door de nacht en Piet Prins, pseudoniem voor het vroegere GPV-kamerlid Jongefing, met zijn boeken over Snuf waren de duidelijkste representanten in dat genre.
De boeken, kort na de oorlog geschreven, waren erg stereotiep: alle Duitsers waren door en door slecht en alle Nederlanders waren meer of minder helden. In de loop der tijd is daar een beetje verandering in gekomen. Er kwamen, naar het voorbeeld van de historische roman uit de negentiende eeuw, nuancerende elementen in. Er was altijd minstens één Duitser die iets menselijks had en steeds moest er rekening mee worden gehouden dat in eigen gelederen wel eens een verrader rond kon lopen. En boek als Joël en de veenheks van B. Dubbelboer was daarin één van de eerste.
Een andere ontwikkeling was dat de verhalen steeds minder heldhaftig werden. Een boek als En waarom ik niet van Gertie Evenhuis gaat over vrij alledaagse belevenissen onder niet erg plezierige omstandigheden. Langzaamaan ging men er zelfs toe over aandacht te besteden aan de Nederlanders die "aan de verkeerde kant" stonden. Evert Hartman koos voor zijn Oorlog zonder vrienden voor een jongetje wiens vader overtuigd lid van de NSB was. Aan het eind komt hij nog wel tot inkeer en is alles weer teruggebracht tot het basisstramien.
Ook deze ontwikkeling zet zich door en in het vorig jaar verschenen Verzetsjongen van Hans
Wemer komt de NSB er beter af dan de wat hypocriete hoofdpersoon die denkt dat hij bij het
verzet is dan dat het werkelijk zo is.
Nadeel van al deze boeken is en blijft dat het te veel beschrijft wat er toen, lang geleden gebeurd is. Een beetje te verklaren uit de aparte status van het jeugdboek, maar toch. Wil een boek echts iets aan het inzicht bijdragen, dan zal die relatie met het nu tot stand gebracht moeten worden. Een schrijfster die dat inzag was bijvoorbeeld Nfles Bouhuys. In haar Anne Frank is niet van gisteren heeft ze dat geprobeerd door het leven van Anne Frank na te vertellen en er een epiloog aan toe te voegen. De boodschap is duidelijk: laten we oppassen, want ook in Duitsland in het fascistoïde denken in het klein begonnen. Deze week zag ik dit prachtige boekje bij Bruna in de bak "uitverkoop" liggen.
Vinden jonge lezers het soms minder goed? Ik ben bang van wel. Haar boekje is voor hen een beetje te direct, doet te veel een beroep op de lezer om mee te denken. Wat in de literatuur voor volwassenen uitstekend kan, is minder geschikt voor jeugdliteratuur. Het streven de lezer er meer bij te betrekken is lovenswaardig, als er toch maar iets van afstand blijft bestaan. Dat is schipperen met de mogelijkheden, dat is jeugdliteratuur. Een schrijver die dat heel goed heeft aangevoeld is Evert Hartman.
In zijn nieuwe boek, Gegijzeld, geeft hij aan het verhaal dat één van de overvallers op een school zijn gijzelaars vertelt, de centrale plaats. Het is een aangrijpend, maar eenzijdig verhaal. De verteller is een zekere Leon een jongen uit een niet nader genoemd land. Je kunt er elk dictatoriaal geregeerd land voor denken. Leon leefde en leed daar onder een links regime. Zijn moeder was dood, zijn vader zat gevangen. Daarom werd hij in een opvoedingsgesticht geplaatst. De beschrijving van het leven in dat kamp is nogal clichématig, inclusief het uit verhalen over Barbarijse zeerovers en van menig televisiestuk bekende werk in de steengroeven. De gebeurtenissen berusten te vaak op toeval. Maar de emotionele lading maakt het desondanks verteerbaar. Zeker door de laatste impliciete opmerkingen dat Leons broer weer gevangen is gezet. Nu door een rechtse dictatuur.
Voor volwassenen is de boodschap duidelijk: het maakt niet uit ofje door een rechtse of een linkse dictatoriale hond gebeten wordt. Voor kinderen ligt dat anders. Die denken meer in de trant van: wat zielig dat ze nu nog niet vrij zijn. Dat komt vooral doordat het de jeugd ontbreekt aan inzicht in subtiele maatschappelijke en afwijkende politieke situaties.
Dit onbegrip is er dan weer de oorzaak van dat het verhaal nauwelijks verbonden wordt met de leefwereld van de lezer. Daarop heeft de schrijver een truc bedacht die het verhaal dichterbij brengt en toch de afstand bewaart. ltj heeft gekozen voor een raamvertelling. Vier leerlingen zitten in een leslokaal en krijgen bijles wiskunde. Tot er plots een tweetal overvallers schietend binnenkomt. Een echte gijzeling.
Hartman heeft hierbij natuurlijk gedacht aan de bezetting van de school in Bovensmilde in 1977. Voor de brugklassers van nu geldt die verbinding niet. Het is nog maar de vraag of alle jonge lezers de relatie met hun eigen dagelijkse situatie zullen leggen. Het verlangen naar een goede afloop is voor hen het belangrijkste. De subtiele psychologische ontwikkeling van de gijzelaars die toch een zekere verbroedering leidt, ontgaat de meesten wellicht grotendeels. Toch blijft er iets hangen. De vorm is bont, maar spannend en dat doet lezen.
Veel nfinder bedacht en daardoor indringender is een ander schoolverhaal. Dat heet De Golf en is van de Amerikaanse schrijver Morton Rhue. Het gegeven is aan de werkelijkheid ontleend. Op een middelbare school in Palo Alto in Californië draaide in 1969 een leraar geschiedenis voor zijn leerlingen een film over Ittler en diens onbegrijpelijke invloed op het gedrag van de Duitsers. De reacties van zijn leerlingen waren als die van de meeste Nederlanders. Die Duitsers
waren gek om zich zo op te laten jutten.
De leraar, nogal weg van rollenspelen, besloot toen een proef met zijn leerlingen te nemen. Hij leerde hun eerst, staande naast hun bank te antwoorden op snauwende vragen. Hij introduceerde slagzinnen die zij in koor moesten opdreunen en hij leerde hun een groet die leek op de Hitlergroet. De organisatie, die hij vervolgens oprichtte heette De Golf.
Wat als proef was bedoeld, groeide uit tot een nauwelijks te beteugelen beweging. Discipline, eenheid en actie hadden een positieve uitwerking op de groep, maar ook een buitengewoon enge op de toeschouwers en de buitenstaander. Ternauwernood kon hij de beweging inperken en terugvoeren vaar het oorspronkelijke doel: zijn leerlingen laten zien dat zij in aanleg geen haar beter zijn dan de door hen zo impulsief veroordeelde Duitsers.
Een beetje van de schrik bekomen maakte die leraar van deze gebeurtenis een verhaal. Dit diende als basis voor een televisieflhn die een paar jaar geleden ook hier is uitgezonden. Het script van de film is tenslotte weer omgewerkt tot het boek dat nu in een Nederlandse vertaling verschenen is. Dit boek is natuurlijk ook leerzaam, maar op een andere manier. Het behandelt eenzelfde groepsproces als beschreven in Bint van Bordewijk, maar minder literair beschreven. Er zijn dan ook veel opmerkingen te maken met betrekking tot de vorm. Vooral de personen zijn er vlak en kleurloos beschreven; voor de duidelijkheid is het ook wat te sentimeteel en te melodramatisch. Het perspectief wisselt te vaak enzovoorts. Maar, weerlegging van de hoofdstrekking van het boek is omnogelijk. De Golf doet heel duidelijk een beroep op de lezer, het betracht weinig afstand tot het beschrevene. Wat dat betreft is het geen typisch jeugdboek. Toch kan de lezer zich nog een beetje beschermen door te zeggen dat het verhaal zich in Amerika afspeelt. Dat is flauw, maar voor sommigen wel nuttig.