Hella S. Haasse
Zwanen schieten
door Johan Diepstraten
Hella S. Haasse: 'Zwanen schieten' Wie de vele interviews heeft gelezen en de autobiografische boeken Zelfportret als legkaart (1954), Persoonsbewijs (1967), Krassen op een rots (1970) en Een handvol achtergrond (1993) kent, weet veel over het persoonlijke leven van Hella S. Haasse. Althans, de lezer denkt dat hij ongeveer alles wel weet. Haar onbekommerde jeugd in Indi�, het tragische gescheiden zijn van haar ouders omdat zij met haar broer in 1938 de boot naar Nederland nam, het weerzien na de tweede wereldoor log, haar huwelijk en de ingrijpende gebeurtenissen die volgden: Hella S. Haasse heeft erover verteld en geschreven.

Maar ook al denkt de lezer dat alles is gezegd, voor een auteur blijft de autobiografie altijd weer een belangrijke bron om over te schrijven. 'Oude papieren vernietigen, vage herinneringen laten voor wat ze zijn, ervan afzien sporen te volgen die nergens toe leiden en doodlopen in een doolhof,' mag een wijs advies zijn, maar Hella S. Haasse trekt zich er niets van aan in haar nieuwe boek Zwanen schieten. 'Die waarschuwing heb ik in de wind geslagen.'

Deze keer houdt zij zich er wel heel letterlijk aan. In dit nieuwe boek probeert zij te achterhalen wat de invloed is geweest van vooral haar twee grootmoeders op haar ouders, wat ongetwijfeld weer een weerslag heeft op haar eigen karakter. Op zoek naar de wortels in een ver verleden, in de hoop dat zij niet doodloopt in dat doolhof. Dat is de taak die zij zich stelde toen ze besloot om nog m��r te willen weten over haar geschiedenis.

Het is niet zomaar een vrijblijvende onderneming. Zoals al blijkt uit het begin heeft zij er haar redenen voor. 'Waarom is het zo belangrijk de eigen afkomst te kennen, geboortegrond te bezitten -in die zin, dat de plek waar je geboren werd en opgegroeid bent, het landschap, de natuurlijke omgeving waar je zintuigen ontwaakten en je bewustzijn zich vormde, toegan kelijk blijven? Waarom is een telkens weer falend pogen om ergens wortel te schieten zo diep frustrerend?'

Die frustratie is essentieel voor de nieuwe (en zoveelste) zoektocht. Naarmate de tijd verstreek, realiseerde Hella S. Haasse zich pas echt wat ze heeft gemist. Haar ouders heeft ze nooit werkelijk gekend. Ze groeide op in een omgeving waarin alles werd gladgestreken of verzwegen wat het ideale beeld kon vertroebelen. Over de twee grootmoeders bijvoorbeeld, hoewel ze daarover in Persoonsbewijs al schreef. 'Achter elk geheim verbergt zich een ander,' schrijft Hella S. Haasse halverwege haar zoektocht. 'De waarheid is niet meer te achterhalen.'

Op dat moment heeft ze de verwikkelingen beschreven die de stof zouden kunnen zijn voor een fascinerende familieroman. Die zou zich afspelen in de tweede helft van de negentiende eeuw en gaan over een ambitieuze vrouw die aan het toneel wil, haar eerste man verlaat, de kinderen later terugrooft en opnieuw trouwt, met de man van wie zij de maitresse was. Even opzienbarend, zeker voor die jaren, zijn de lotgevallen van de andere grootmoeder. Wellicht was zij de onwettige dochter van een hooggeboren persoon, wat in ieder geval de geheime toela gen en geschenken verklaart. Maar het is Hella S. Haasse natuurlijk niet om de spectaculaire voorvallen te doen.

'Pas later heb ik begrepen hoe groot de invloed van deze vrouwen is geweest op de psyche van hun kinderen, en van de weeromstuit op die van hun kleinkinderen,' concludeert Hella S. Haasse. Zowel haar vader als haar moeder werden beheerst door het streven naar waardigheid en discipline en die begrippen bepaalden haar opvoeding. Alles wat met emoties te maken had, bleef onbesproken. Gevoelens diende men voor zich te houden. Zelfbeheersing en discretie waren vanzelfsprekend. In spreken en bewegen was het gezin een toonbeeld van distinctie.

Op oudere leeftijd probeert Hella S. Haasse nu te onderzoeken wat het wezen is van haar karakter. Aan de ene kant heeft zij een drang tot verandering, het uithoudingsvermogen om een gesteld doel te bereiken en de gave om in onaangename situa ties een hilarische kant te ontdekken. Van de andere kant heeft zij de neiging zich terug te trekken in 'een innerlijk domein, een koel klimaat van luciditeit, illusieloosheid.' Dat is de uitkomst van het zelfonderzoek.

Maar het meest kwetsbare deel van zichzelf bewaart zij voor de laatste pagina van het boek. Wat is het toch, zo vraagt Hella S. Haasse zich af, dat ze altijd weer verhalen moet verzinnen om deel te hebben aan de werkelijkheid? Zelfs van het echt gebeurde kan zij geen verslag uitbrengen zonder te fabuleren. Terugkijkend op haar leven realiseert zij zich dat alles met de verbeelding te maken heeft.

Verhalen vertellen om het wezenlijke uit te drukken. Dat zal ook de reden zijn dat de speurtocht naar 'mijn ik' in het teken staat van de zwaan, bij uitstek een literair symbool. Als het erop aan komt in de beschrijving van haar 'tegenstrijdige en onuitsprekelijke roerselen' gebeurt dat via de omweg van de zwanen in haar leven.

Uit die noodzaak tot fabuleren is het middenstuk van Zwanen schieten te verklaren: een verhaal over een negentienjarige jongen Jason die in de bush van Australi� verdwaalt en op zijn manier zijn wortels probeert te achterhalen. Australi� is het werelddeel waar haar broer vlak na de tweede wereldoorlog zijn plek probeerde te vinden. Daar leefde hij in betrekkelijk primitieve omstandigheden wat haar moeder, vele jaren later op bezoek, deed denken aan haar kampjaren tijdens de Japanse bezetting van Indi�. Het eerste familiebezoek aan haar gepen sioneerde broer in Australi� in 1992 is voor Hella S. Haasse het vertrekpunt om hun verhouding te onderzoeken.

Over het bestaan van haar halfzuster heeft Hella S. Haasse bij mijn weten nooit gerept. In Zwanen schieten onthult ze dat haar vader in de periode dat haar moeder in Zwitserland moest kuren een dochter heeft verwekt bij een Indonesische vrouw. 'Dat mijn vader dit belangrijke feit uit zijn leven verzwijgen kon, begrijp ik nu wel, nu ik iets meer meen te weten over zijn achtergrond en die van mijn moeder. Maar ik schaam mij, om een nooit ongedaan te maken verzuim.'

Zelfportret als legkaart bevat jeugdherinneringen waarmee Hella S. Haasse als jonge vrouw een beeld van zichzelf geeft. Persoonsbewijs is een reconstructie van haar jeugd via haar ouders en grootouders. In Krassen op een rots neemt zij af stand van Indi� nadat zij voor eerst na dertig jaar Java bezocht. Een handvol achtergrond is een compilatie van de eerdere autobiografische boeken. In Zwanen schieten beschrijft zij alles wat al die jaren in familiekring verzwegen werd, waar een taboe op rustte en wat zij nu pas achterhaalde. Kwetsbaar stelt zij zich op. Het is, alweer, een prachtig boek.


Hosted by www.Geocities.ws

1