Schrijver Haasse, Hella S.
Titel Verborgen bron, De
Jaar van uitgave
1950Bron Vrij Nederland
Publicatiedatum 06-01-1951
Recensent Johan van der Woude
Recensietitel Op zoek naar de groote onbekende
Hella S. Haasse heeft na haar omvangrijke roman "Het woud der verwachting" een verhaal gepubliceerd, dat onder de titel "De verborgen bron" bij Querido, Amsterdam, is verschenen. Die roman is, in mijn ogen althans, voor haar ook misschien wel vooral een proefobject geweest. Een onderzoekingstocht door het vakgebied, geleid door een gegeven en personages, die aan de historie waren ontleend waarachter de schrijfster zich veilig schuil kon houden.
Dit verhaal over "De verborgen bron" (dat door zijn structuur nauwelijks een roman mag worden genoemd, zoals op het titelblad staat vermeld) verraadt ten minste wat deze schrijfster bezig houdt of hield, wat ze waard is en waar zij staat. Het is in ieder geval, hoewel nog tamelijk verhuld, van haar en niet van de historie.
Hella Haasse's werk stamt uit de romantische school. Zij schrijft uit en op een tamelijk ongecontroleerde gevoeisstroom, uit een bewogenheid die zelfcritiek bemoeilijkt. Men treft in dit boekje enkele pagina's werkelijk zuiver en poëtisch proza aan tussen gedeelten, waarin alleen sprake is van een manier om "schoon" te schrijven.
Kan men zich een romantischer geschiedenis voorstellen dan deze? Een jonge man, Juijen, gaat op huwelijksvacantie naar het inmiddels vervallen en onbewoond landhuis waar zijn schoornnoeder Elin is opgegroeid. Een mysterieuze vrouw, van wie hij niets weet. Hij ontmoet een verlopen dokter, die Elin nog steeds liefheeft, en ontdekt, dat zij door middel van een gefingeerde zelfmoord van deze wereld is "verdwenen". Kan men zich een beter motief uit de romantiek voorstellen dat de grote onbekende, de "dode", die nog in leven is? Zo'n fascinerend wezen. op wie Juijen zijn diepste verlangens projecteert en met wie hij zich vereenzelvigt ? Als 't moet tot in de dood? Zover gaat deze Juijen niet. Zij dient als middel tot zelfonderzoek, tot een herziene waardering van de verhouding met zijn vrouw Rina. Tot wie hij terugkeert. Want Hefia Haasse's werk stamt niet alleen uit de romantische school, het is ook besmet met een stevige portie verstandelijkheid. Daarom voegde zij aan deze puur romantische stof een "probleem" toe, een intellectueel zelfonderzoek, waardoor Juijen zich ervan bewust word@ dat hij een dichter is die het scheppend vermogen mist. Dat hij de werelden, die in zijn verbeelding leven, niet kan vastleggen, niet in woorden kan omzetten.
Zo speelt deze geschiedenis zich in twee "sferen" af, die niet in elkaar zijn versmolten maar naast elkaar bestaan. Daardoor valt dit werkje in stukken uiteen. Het boeit, zodra de schim van de mysterieuze afwezige achter de scène opdoemt, en dat zijn verreweg de beste pagina's van dit boek. Het zakt in elkaar zodra er sprake is van de verhouding tussen Juijen en zijn vrouw Rina. Die gedeelten hebben de bijsmaak "literair" bedacht te zijn en achter de schrijftafel te zijn geconstrueerd. Dit zelfonderzoek, en Juijens ontdekking dat hij het creatief vermogen mist, zijn bovendien van geen enkele betekenis, vergeleken met het levenslot van de vrouw Elin. Hij is niet interessant en wat hij al of niet over zich zelf ontdekt laat mij onverschillig .
In dit verhaal worden volstrekt ongelijkwaardige personages tegenover elkaar gesteld. Een in wezen dramatisch levenslot van Efin tegenover een vluchtig, want tijdelijk spiegelbeeld van Juijen. Een drama tegenover een episode. Want met deze Elin had Helia Haasse in ieder geval een figuur te pakken. Een mens wiens lot boven het persoonlijk geval uitstijgt, omdat het in het geheim is verborgen, dat tussen leven en dood hangt. Omdat Efin werkelijk de "onbekende" is, die ieder van ons somtijds zoekt, die hem fascineert en aan wie hij ergens diep in zich heugenis bewaart. Deze tweederangs halve dichter valt bij haar in 't niet.
Juist ten aanzien van deze bedachte figuur zou men invloeden kunnen aanwijzen die Hella Haasse heeft ondergaan, en die haar schrijversaard niet ten goede zijn gekomen. Zij moet nog bewijzen wat ze werkelijk waard is, of ze genoeg te zeggen heeft, maar zij heeft in ieder geval gevoel voor wat van betekenis is en wat niet; voor wat een mens boven zijn persoon verheft. Sommige passages over Elin bewijzen het. Dat de rest daarbij niet haalt neme men op de koop toe.