|
Trouw, 10 maart 1994 |
|
|
|
|
|
BOEK |
|
|
|
|
|
T. VAN DEEL |
|
|
|
|
|
Hella S. Haasse,
'Transit', uitg. CPNB, Boekenweekgeschenk 1994,
gratis bij aankoop van f 19,50 aan boeken in de Boekenweek van 16 t/m 26
maart. Door een, naar
achteraf blijkt gearrangeerd, toeval komt zij in het bezit van de sleutels
van een kapitaal pand aan het Vondelpark. In de veronderstelling dat er
niemand thuis is, gaat zij naar binnen om er de nacht door te brengen. Er
blijkt wel degelijk iemand te wonen: een stokoude man, die Cluysman heet en zijn naam eer aandoet. Hij wil Xenia als verzorgster in dienst nemen (de vorige heeft
haar sleutels vlakbij het meisje laten vallen, en is vertrokken). Zij wil dit
voor korte tijd wel doen. De oude, erudiete emeritus-hoogleraar
houdt een dagboekje bij, waaruit we zijn visie vernemen op deze plotseling
binnengevallen Vreemdelinge. De novelle bestrijkt
ruim een week, van zondag tot en met de volgende zondag, elke dag een
hoofdstukje, sommige dagen aangevuld met een dagboekpassage. Het is duidelijk
dat er tussen de oude man en het jonge meisje een generatiekloof van
onmetelijke diepte gaapt. Het is evenzeer duidelijk dat Haasse
verschillende morele en maatschappelijke kwesties via de botsing tussen die
twee kort wil aansnijden. Cluysman vertegenwoordigt
de ouderwetse maatschappelijke orde, hij is de cultuur zelf, bij wie nu als
het ware wordt ingebroken (het scheelt nog maar een haartje of op het laatst
zou al het moois dat in zijn huis aanwezig is, zijn weggehaald door een
onderwereldfiguur). Xenia blijft op zoek naar
Daan en Alma. De laatste zou in de prostitutie zitten, in Antwerpen. De
eerste ontmoet zij nogmaals, het is buiten bitter koud, en zij neemt hem mee
naar het huis van de oude man, die zich nooit van
zijn bovenverdieping af begeeft. Maar uitgerekend die keer doet hij dat wel
en ziet hij de reddeloze clochard: ``Geen gajes van
de straat in mijn huis! Eruit, en nu meteen!'' De volgende dag wordt Daan
dood gevonden. Het dagboek van de man laat enige parallellen zien met
ervaringen die hij in het existentialistische Parijs had begin jaren vijftig.
Dit is de omslag, Xenia verlaat hem (weliswaar wetend dat 's mans zuster
binnenkort voor hem zal komen zorgen) en gaat naar Antwerpen, op zoek naar
Alma. Het is een korte,
hevige geschiedenis, tamelijk schetsmatig van opzet, duidelijk wat de
tegenstellingen betreft, weinig eigenaardig of opzienbarend van vertelwijze.
Een novelle over een meisje op doorreis, in transit. |
|