Schrijver Haasse, Hella S.

Titel Heren van de thee

Jaar van uitgave 1992

Bron Trouw

Publicatiedatum 27-02-1992

Recensent T. van Deel

Recensietitel Uit het Indisch thee- en familie -archief

In een lezing over'De modeme historische roman heeft Hella S. Haasse de aantrekkingskracht die de geschiedenis op haar uitoefent nader verklaard. Bood het verleden aanvankelijk een vruchtbare voedingsbodem voor haar verbeelding, in haar latere werk zette zij historische personages en gebeurtenissen veel minder naar haar hand en liefs zij de voorbije tijd zelf spreken door middel van een arrangement van geredigeerde documenten.

Die nauwgezette en nieuwsgierige bemoeienis met een voorbije tijd levert een verruiming op van haar eigen werkelijkheid: er komt een verleden bij, of beter gezegd, een verloren gewaande tijd wordt teruggevonden "Om nfijzelf compleet te voelen heb ik nodig wat Henry Jwnes aanduidde met de woorden'a sense of the past' En om die voor mij onontbeerlijke dimensie aan de Werkelijkheid toe te voegen, Probeer ik keer op keer, al deducerend en combinerend, voortbordurend op gegeven elementen, of in het licht van bepaalde veronderstellingen, een voor táj betekenisvol beeld of patroon los te weken uit wat op het eerste gezicht een onontwarbare veelheid en veelsoortigheid, een ware chaos van voorbije, vroegere. ontwikkelingen en gebeurtenissen lijkt te zijn.

De manier waarop Haasse zich nu voorbereidt op een historische roman vereist een grondig archiefonderzoek. Sinds 1986 heeft zij zich verdiept in brieven en andere documenten die haar ter beschikking werden gesteld door de stichting 'Het Indisch thee- erf familie -archief'. Daaruit, en daarmee, heeft zij een omvangrijk boek samengesteld, 'Heren van de thee', "een roman, maar geen 'fictie "', zoals ze schrijft in de korte Verantwoording. "De stof is dus niet verzonnen, maar wel geselecteerd en gearrangeerd volgens de eisen die een roman-aanpak stelt Dit betekent dat ik tal van bijzonderheden die in een strikt historische benadering volledigheidshalve aan de orde zouden komen, moest laten liggen, en dat de nadruk valt op individuele lotgevallen en ontwikkefingen "

Rudolf Kerkhoven is de hoofdpersoon. IEj is in 1848 geboren, heeft in Delft gestudeerd en staat op de eerste bladzij van het boek op de nog onbewerkte grond van wat zijn theeplantage zal worden, op veertienhonderd meter hoogte in het moeilijk begaanbare gebergte van de Preanger, op West-Java Het Cultuurstelsel is in afbraak en daarvoor in de plaats wordt het particulier initiatief aangemoedigd, er wordt woeste grond ontgonnen door zakelijk of idealistisch ingestelde Nederlanders De plantage van Kerkhoven heet Gamboeng, die van zijn vader Ardjasari.

De roman beschrijft ook nog enkele jaren uit Rudolfs Nederlandse tijd, waarin hij toeleeft naar

zijn vertrek naar Indië. We leren hem kennen als een uiterst serieuze knaap. Hij heeft het idee dat hij als oudste zoon zijn vader moet gaan bijstaan in Indië, maar is er niet gerust op dat zijn ouders een juist beeld van hem hebben Hij heeft dikwijls de indruk dat men hem eigenlijk niet mag.

Inderdaad wil zijn vader hem op een eigen plantage hebben en na veel moeite, en geldleningen, is Rudolf in staat om een stuk land te pachten in de bergen onder Bandoeng. De ontginning ervan, zijn huwelijk met Jenny Roosegaarde Bisschop, de vorming van het gezin, de uitbouw van de plantage, de omgang met familie en aanverwanten, geldzorgen, de dood van een kind, veepest, politieke kwesties - al deze dingen komen dan vervolgens aan de orde.

'Heren van de thee' is een familiekroniek met Rudolf Kerkhoven als hoofdpersoon. Zijn ijzeren plichtsbetrachting zorgt voor een florerende theeplantage, maar is ook de oorzaak van wat ten slotte een ongelukkig huwelijk moet worden genoemd. Bovendien krijgt hij ruzie met verschillende familieleden. Hij is jaloers op zijn jongere broer die zomaar de ouderlijke plantage in de schoot krijgt geworpen. "'IEj wil de indruk wekken dat het allemaal van hem is,' zei Rudolf, die van mening was dat de moeite van het stap voor stap opbouwen van eigen bezit August niet bespaard mocht blijven: die ervaring was omásbaar!"

Haasse heeft al die ontwikkelingen gedetailleerd beschreven en vlecht hier en daar, naar het einde toe zelfs veelvuldig (waardoor de structuur van het boek enigszins uit balans raakt) brieven en dagboekfragmenten in we krijgen heel wat te horen over de theecultuur, over de bewerking van de grond, het leven zo pal in het oerwoud (panters!). Bovendien speelt Nederland, vanzelfsprekend, nog een rol, aangezien kinderen voor studie daarheen gaan en ook Rudolf en zijn vrouw, of zij alleen, er nog enkele keren een bezoek brengen. Maar hij voelt zich er niet meer thuis, hij is van Indië geworden, meer in het bijzonder van Garnboeng.

Het is bij alle doorzettingsvennogen dat Rudolf tentoonspreidt een toch wat treurig verhaal. Zijn karakter staat zo weinig flexibiliteit toe, dat hij kwesties verkeerd opvat, zich vastbijt in een brouffie, niet ziet hoe zijn vrouw lijdt onder het aldoor maar kinderen krijgen en zich gevangen voelt in het benauwende oerwoud. Als zij dood is - ze neemt vergif in - kijkt hij terug op zijn bestaan: "Sinds hij Jenny verloren had, vroeg hij zich af of er waarheid school in wat zij hem zo vaak in drift voor de voeten had gegooid: dat hè alles, zijn leven en het hare en de jeugd van hun kinderen, had opgeofferd aan de verwoede geldingsdrang die hem maar deed sloven en slaven, en aan zijn onvermogen bejegeningen te vergeten en te vergeven in welke hij een belediging of minachting meende te proeven."

Ergens in het materiaal dat Haasse onder ogen is gekomen, moet naar alle waarschijnlijkheid een aanwijzing zijn te vinden voor deze gedachtengang van Rudolf, want zo nauw neemt zij het met de waarheid.

In een zeker opzicht is dat wel betreurenswaardig. 'Heren van de thee' heet weliswaar een roman, maar hoeveel meer roman zou het zijn geweest wanneer Haasse haar personages met wat meer verbeelding had mogen modelleren Het karakter en de geest van Rudolf blijven nu vlak Er wordt ergens gezegd dat hij veel van muziek houdt en van literatuur, er wordt van Jenny gezegd dat ze zeer ontwikkeld is en zich voor politiek interesseert. Al deze dingen blijven in het vage of worden in een paar afstandelijke, beschrijvende zinnen nader aangeduid. De kroniekachtige toon van een groot deel vaan het boek voorkomt een speciale belangstelling voor Rudolfs wel en wee en doet afbreuk aan de psychologische kant van de roman De taal, hoe gevonnd ook, zorgt er niet voor dat we die per doordringen in de personages en de hen omringende wereld Ifisschien zijn de natuurbeschrijvingen nog het enerverendste, maar ook die hebben iets keurigs: "Eemnaal

hielden zij halt, om de paarden te laten rusten op een schaduwrijke plek waar tussen de begroeiing op de helling water omlaag sijpelde, strekten Hennan en Rudolf de benen. Rudolf had het gevoel zintuigen te kort te komen. Het licht, de geuren die uit de war me struiken opstegen, het uitzicht over het in de diepte en verte voor hem openliggende landschap overweldigden hem. In de vlakte glinsterden natte sawahs: de heuvel ruggen leken ontkleurd onder de nfiddagzon. Maar over de bergtoppen gleed diepblauwe schaduw van wolken, die als bij toverslag op doemden uit de ondoorzichtige hoge luchtlagen."

Het boek eindigt zoals het begon Rudolf bezoekt met zijn dochter de plantage Gamboeng- hij is oud en der dagen zat Hij vraagt zich af waar hij begraven wil worden en spreekt dan, halfluid, hetzelfde woord uit als, hardop, aan het begin van het boek wanneer hij de plek voor het eerst betreedt: "Ffier".

Het kan niet toevallig zijn dat Haasse haar roman laat eindigen precies op 1 februari 191 8, de dag die voor afgaat aan haar eigen geboorte op 2 februari 1918 Als om aan te geven dat deze geschiedenis, hoe dan ook, raakt aan die van haarzelf.

 

Hosted by www.Geocities.ws

1