|
Trouw, 28 februari 1996 |
|
|
|
|
|
Zwerven en bedelen |
|
|
|
|
|
LIEKE VAN DUIN |
|
|
|
|
|
Ellen Tijsinger: 'Morgenster', Van
Goor, 126 p, fl. 22,90; Geertje Gort: 'Alles heeft
een verhaal', Leopold, 90 p,
fl. 19,90; beide vanaf 12 jaar. Ook 'Morgenster' van
Ellen Tijsinger en 'Alles heeft een verhaal' van
Geertje Gort passen in dit beeld. Beide zijn sympathieke, vlot weglezende
verhalen. In 'Morgenster' zit dat sympathieke vooral in de solidariteit van
een jongen uit een bijstandsgezin (Thomas) met een zwerfster die in
vuilnisbakken snuffelt (Rosa de Morgenster). Helaas zijn personages
en situaties nogal clichématig. Thomas zit in 2-VWO, kan goed mee maar wordt
gepest omdat ze het thuis niet breed hebben en hij dus niet de blits kan maken met dure spullen. Alles aan hem is
tweedehands, zelfs zijn moeder, zo vindt hijzelf, want zijn biologische
moeder is overleden. Zijn vader is werkloos en hijzelf heeft een krantenwijk
waarvoor hij om half zes op moet. Veel triestheid dus, hoewel er wel degelijk
warmte binnen het gezin is en zijn tweede moeder duidelijk om hem geeft. Er wordt echter niet
gepraat, nóch over het pesten, nóch over zijn eerste moeder, over wie hij
weinig weet en veel fantaseert. Hij gaat spijbelen en ontmoet Rosa, die steelt, stinkt, en in een afgedankte ziekenauto
woont. Als die 'woning' door de fascistoïde
pestkoppen uit Thomas' klas - pure slechteriken - vernield wordt, volgt hij
haar naar Amsterdam en leert de zwerverswereld kennen. Dat levert kleurrijke,
herkenbare maar ook stereotiepe beelden op: zo moet Thomas zich meteen de
eerste keer dat hij 's nachts in het Vondelpark is al verweren tegen een
hitsig type. Gelukkig is niet alles stereotiep: Rosa
is een boeiend, want onvoorspelbaar personage: soms heel sociaal, soms buiten
zichzelf van drift, ongrijpbaar en onbereikbaar. Van haar persoonlijke
geschiedenis komt weinig aan de oppervlakte, behalve dat ze uit een artistiek
milieu komt. Het verhaal heeft geen obligaat happy
end: het laat zien dat zo'n zwerfavontuur twee kanten op kan gaan: óf het
werkt als een louterende ervaring, óf je gaat eraan ten onder. Helaas wekt
het boek de indruk op weinig zorgvuldig onderzoek te berusten: zo mag een
kind onder de vijftien nog helemaal geen krantenwijk hebben. 'Alles heeft een verhaal'
van Geertje Gort heeft een meerwaarde ten opzicht van andere verhalen over
jongeren die aan de zelfkant van de maatschappij belanden. Het legt namelijk
een link tussen verschillende soorten buitenbeentjes en stelt de vraag wie
bepaalt wat nu eigenlijk normaal en abnormaal is. Hoofdpersoon is Jittie, een scholiere van een jaar of veertien. Ze denkt
na over een bedelend meisje van haar leeftijd dat ze in Rotterdam gezien
heeft: zij zal toch ook gewoon op school gezeten hebben? Hoe kom je dan
zover? 'Ruzie, drugs, anders zijn dan de anderen?' Omdat ze zelf ook
anders is dan anderen - ze heeft tot haar schrik soms paranormale ervaringen
- voelt ze zich aangesproken. Ze vindt dat het bedelende meisje wel iets weg
heeft van Kira, een bijzondere vrouw die als dorpsgek
beschouwd wordt en met wie ze goed kan opschieten. Kira is een soort vrouw als 'het geitewijf'
uit 'De zomer van dat jaar' van Imme Dros en woont
in een verzameling hutjes. Als Jittie op school
gepest wordt én bang is dat ook haar vriendje haar in de steek laat om haar anders-zijn, krijgt ze het moeilijk, vooral als ze
angstvallig probeert 'gewoon' te zijn. Gort beschrijft dat suggestief. Ze
weet in weinig woorden veel te zeggen, waardoor 'Alles heeft een verhaal'
rijk van inhoud is: het doorbreekt etiketteringen als 'gek' en 'gewoon', en
gaat ook over vriendschap en liefde, angsten, vluchtgedrag, maar ook moed om
jezelf te zijn. Dat Jittie al die verwarrende
gevoelens kent en ze met elkaar in evenwicht tracht te brengen, maakt haar
tot een boeiend personage. |
|
|
|
|